Beschouwingen over het Huwelijk, inzonderheid met betrekking tot de persoonlijke verhouding der echtgenooten onderling - pagina 58
Rede, gehouden bij het overdragen van het rectoraat der Vrije Universiteit
56 werkelijk geworden, volledig doorgewerkte, levenseenheid, langs welken weg, gelijk we straks opmerkten, elk huwelijk, zoo het niet geheel tot concubinaat wordt, toch hoogstens eene gestadige variatie is van huwelijk en concubinaat. l M 'üV • ^^ noemde dit de miskenning van de zelfstandige beteekenis des y l\ö'' huwelijks, en zoo moet ik in gelijken trant des heeren van Hou-
[ 'J^"^
ten's inzichten omtrent de gehoorzaamheid, van de vrouw geëischt, eene miskenning heeten van de zelfstandigheid des gezags. Wie meent, dat de heer van Houten nooit dan op zeer platten toon het ^ huwelijk bespreekt, vergist zich. Ik wees daarop hierboven reeds. 1 En zoo hoore men ook, wat hij schrijft omtrent de maritale macht: »Niet daarin dwaalt de wet dat zij den man tot hoofd des gezins wenscht, maar hierin dat zij dit ideaal in het huwelijksleven meent te bereiken door het in eene wet te omschrijven. Zeer zeker is het natuurlijk, dat de man de leiding heeft van het gezin, en geene ware vrouw zal ooit bij voorkeur een man wenschen, dien zij zal hebben te leiden en te sturen. Door de maritale macht aan den man op te dragen volgde de wetgever slechts eene historische traditie, die op hare beurt gevolg was van natuurlijke omstandigheden. Gemiddeld is de vrouw minder sterk dan de man; de op haar ruslende phchten bij de voortplanting des geslachts maken haar gedurende eene groole periode haars levens afhankelijk; haar grootere aanleg voor het bestuur van het huishouden en voor huiselijken arbeid onttrekken haar aan den strijd des levens. Met recht kan men beweren, dat de vrouwelijke natuur, om volkomen tot haar recht te komen, aansluiting aan een sterkeren man eischt. De vrouw is in het algemeen slechts gelukkig in vrijwillige onderwerping aan iemand die haar overtreft". ^)
1
Uit deze woorden spreekt te waardeeren ernst, meer ernst dan maar al te vaak aan dit punt gewijd wordt, als het nauw iets meer dan een kwinkslag of eene banaliteit waardig schijnt te wezen. Ja, het zou mij niet uitermate bevreemden, als wellicht deze of gene, die ') Handd. der Ned. Juristen-Vereeniging. Ib82. I. p. 46.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1884
Rectorale redes | 102 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1884
Rectorale redes | 102 Pagina's