Beschouwingen over het Huwelijk, inzonderheid met betrekking tot de persoonlijke verhouding der echtgenooten onderling - pagina 26
Rede, gehouden bij het overdragen van het rectoraat der Vrije Universiteit
s personeel, dat straks met adellijken titel zal moeten worden aangesproken, en men tegenover de dienstboden zijn wil niet anders meer durft in te kleeden, dan als een vriendelijk verzoek. Onder den invloed van valsche gelijkheidstheoriën durft de rijke man schier niet meer rijk te wezen voor de oogen zijner minderen, wier gemis aan aardsche schatten, — zij zijn toch immers zijns gelijken, — hij eigenlijk niet weet goed te spreken. Dringe men toch die gevaarlijke inkruipsels terug. Wie ze voorlkankeren laat, wrikt mee aan het gebindte onzer maatschappij. Het bukken voor Gods Woord moet zichtbaar worden ook in het handhaven der sociale geledingen, gelijk de Heiland het niet wraakt, ^ dat de reeds eenigszins vermoeide dienstknecht, eer hij zelve eten 1 mag, nog zijn' meester heeft te dienen ^). Gelijkheid hier staat ongelijkheid ginds niet in den weg. En moet de Christen eenerzijds de ruwe hand des daglooners kunnen drukken met het gevoel der blijdschap in het hart: gij zijt mijn broeder, — dit moet hem niet verblinden voor, maar veeleer te meer doen erkennen het door den Heere zelven gewrochte maat- | schappelijk onderscheid. Edoch, — men zie niet dit voorbij, — wèl is geoordeeld iedere orde, die in eenig opzicht het beeld Gods loochent in den mensch, al geldt het ook hem, wiens plaats is op het grondvlak der maat- | schappelijke pyramide. Ja, het aanranden van het beeld Gods, van God in Zijn beeld, is het niet dit, wat den moord, hetzij op een ander, hetzij aan ons i zelven gepleegd, zoo gruwelijk doet zijn in des Heeren oog? Om den wille . uwer deugden kan zulks toch niet wezen. Veeleer zou dan eene Gode welbehagelijke daad verrichten, wie met doodelijken slag den knods deed nedervallen op eens menschen hoofd. Daarmede wierd immers een schepsel neergeveld, dat dagelijks niet anders doet dan met zijn zonden Gods heiligdeden honen, en op wiens deurpost het besmettelijke ziekte altijd moest te lezen staan 1) Lukas XVII : 7 en 8.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1884
Rectorale redes | 102 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1884
Rectorale redes | 102 Pagina's