Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Beschouwingen over het Huwelijk, inzonderheid met betrekking tot de persoonlijke verhouding der echtgenooten onderling - pagina 52

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Beschouwingen over het Huwelijk, inzonderheid met betrekking tot de persoonlijke verhouding der echtgenooten onderling - pagina 52

Rede, gehouden bij het overdragen van het rectoraat der Vrije Universiteit

2 minuten leestijd

50 Nochtans kan met het oog op de Heilige Schrift zelfs de maUtiosa desertio moeielijk als grond van echtscheiding worden toegelaten-/' Immers zegt de Heiland uitdrukkelijk, dat ook hij, die de onrechtmatig verlatene trouwt, overspel doet; en dus schijnt de Heer wel te bedoelen, dat die verbreking der feitelijke levensgemeenschap, hoe schuldig ook, toch niet den huwelijksband in beginsel treft. Zoo zegt dan ook Roedenbeck: »deshalb kann die bösliche Verlassung, welche zwar die auszere Lebensgemeinschaft, nicht aber die Einheit des Fleisches aufhebt, niemals zur Scheidung und zur Schlieszung einer andern Ehe berechtigen. Wer dies annimmt, der identifiziert die Ehe, wie die Romer, mit der ausseren Lebensgemeinschaft — dem consortium oranis vitae — und verkennt das Wesen der unitis carnis". Ook in dezen heeft zich, naar het ons voorkomt, Galvijn het zuiverst aan Gods Woord gehouden. Hij kent geen anderen grond van huwelijksontbinding, dan overspel. En strooke dit al weinig met wat ons naar eigen inzicht het meest wenschelijk dunkt, — als Gods Woord spreekt, moet alle bedenking zwijgen, gelijk op Zijne hulp mag bouwen, wie zich houdt aan Zijne geboden. Schoon is wat Galvijn aanteekent op i Gor. Vil : 11: »Est enim foedus Dei nomine consecratum, quod hominum arbitrio nee stat nee cadit, ut, quum nobis libuerit, irritum fiat. Summa ist, alii contractus, ut pendent a mera hominum voluntate, ita eadem voluntate solvuntur: qui coniugio ligati sunt, iam non sunt liberi, ut, si poenituerit, frangant tesseram (ut aiunt) et uterque novam conditionem alibi quaerat. Nam si naturalia iura solvi nequeunt, multo minus hoc, quod iam diximus praecipuo naturae vinculo praeferri. Quod autem iubet uxorem a viro dissidentem manere innuptam, eo non innuit tolerabile esse dissidium, nee permittit uxori seorsum a viro habitare: verum si expulsa fuerit domo, si reiecta, ne sic quidem se liberatam ab eius potestate existimet: non enim penes virum est, matrimonium facere irritum. Non ergo bic permittit uxoi'ibus spontaneam discessionem a viris facere (aut manere extra familiam maritalem) quasi in statu viduitatis: sed eas

'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1884

Rectorale redes | 102 Pagina's

Beschouwingen over het Huwelijk, inzonderheid met betrekking tot de persoonlijke verhouding der echtgenooten onderling - pagina 52

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1884

Rectorale redes | 102 Pagina's