Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Beschouwingen over het Huwelijk, inzonderheid met betrekking tot de persoonlijke verhouding der echtgenooten onderling - pagina 64

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Beschouwingen over het Huwelijk, inzonderheid met betrekking tot de persoonlijke verhouding der echtgenooten onderling - pagina 64

Rede, gehouden bij het overdragen van het rectoraat der Vrije Universiteit

2 minuten leestijd

62 den wil der overheid en dien der maatschappij, met de verplichting voor deze om Ie buigen en zich te onderwerpen. Wat de heer Borret aan den man toekende, toen hij meende over autoriteit te spreken, is niet meer dan dit, dat de wil van den man als de wil der vereeniging zal gelden. Men behelpt zich op die wijze om aan de moeielijkheden, die zich anders zouden voordoen, te ontkomen. In gelijken trant als het aannemen van den wil der meerderheid voor dien van het geheel. Intusschen blijft daarbij dat geheel het eigenlijke subject. van handelen. En zoo is de positie, die door den heer Borret voor den man geteekend wordt, slechts deze, dat, wanneer de vereeniging soms handelen moet, zijn goedvinden als haar besluit zal worden aangemerkt. Maar ook hier komt dus de wil van den man als de wil der vereeniging voor. Het eigenlijke subject van handelen is de vereeniging; het gezelschap van man en vrouw. Dat de vereeniging gerepresenteerd wordt door den man en niet door de vrouw, — ligt daarin iets van gezag over haar? De wil van den man geldt daarbij juist als de wil van beiden. Eens voor al geldt hij als haar vertegenwoordiger. Maar dit is eer het tegenovergestelde van gezag, dan dat het werkelijk gezag zou mogen heeten. De man gebiedt over de vrouw. En groot is het voorrecht daarin haar geschonken. Hadde het God niet behaagd menschelijk gezag daar te stellen, zoo zouden we immers nog verplicht zijn alleen en onmiddellijk naar Zijnen wil te leven, gelijk die klaarlijk, niet één punt uitgezonderd, door het eerste menschenpaar is gekend geworden. Door de zonde echter werd ons geestelijk oog verduisterd. Toch behoeft dit niet te beletten, dat God vasthield aan Zijnen eisch tegenover ons. Maar hoe zou dan door de veelheid der overtredingen onze schuld niet nog zijn verzwaard! Zijne goedertierenheid kwam echter te hulp en legde door overheden in te stellen, normen voor ons handelen in zoo onmiddellijke nabijheid, dat zelfs het verzwakte oog die nog kan lezen. Die regelen mogen we nu als Zijnen wil verstaan, te weten in dien zin, dat Hij ons vergunt nu daarnaar te leven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1884

Rectorale redes | 102 Pagina's

Beschouwingen over het Huwelijk, inzonderheid met betrekking tot de persoonlijke verhouding der echtgenooten onderling - pagina 64

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1884

Rectorale redes | 102 Pagina's