Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Beschouwingen over het Huwelijk, inzonderheid met betrekking tot de persoonlijke verhouding der echtgenooten onderling - pagina 60

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Beschouwingen over het Huwelijk, inzonderheid met betrekking tot de persoonlijke verhouding der echtgenooten onderling - pagina 60

Rede, gehouden bij het overdragen van het rectoraat der Vrije Universiteit

2 minuten leestijd

58 toch wezen, dat in een bepaald geval de omstandigheden anders waren; handelt de wetgever daarom toch niet het verstandigst, als hij zich in dezen van iedere regeling onthoudt, om zoo de mogelijkheid te laten, dat, indien eenige vrouw wel, en meer dan de man, geschiktheid heeft voor hoofd van de vereeniging, zij dan ook de plaats kunne bekleeden, waartoe de natuur zelve haar schijnt bestemd te hebben? Neen, antwoordt de heer Borret: «zoodoende zou de wetgever als het ware in ieder huwelijk een strijd uitlokken over de uitoefening van het gezag, en derhalve bij het vastknoopen van den huwelijksband, reeds dadelijk de kiemen nederleggen van zijne latere maar al te waarschijnlijke ontbinding." 1) Voorwaar, indien het gezag des mans geen hechteren onderbouw heeft dan ons in dit betoog geboden wordt, zoo dreigt het ras geheel weg te zinken. Eerstens zij opgemerkt, dat de heer Borrel verkeerdelijk, wat hij omtrent de maritale autoriteit zegt, onmiddellijk in verband brengt met wat volgens hem het doel des huwelijks is. De man moet, naar de voorstelling, door den heer Borret gegeven, hoofd zijn van den echt, niet zoozeer om de voortplanting des geslachts, maar reeds om het huwelijk te kunnen doen bestaan. ledere vereeniging moet een erkend hoofd hebben; dies het huwelijk ook. Onjuist is het daarom door den heer Borret voorgesteld, als leidde hij het maritaal gezag uit het doel des huwelijks af. Dit brengt ons tevens tot onze tweede bedenking, zeker van niet minder gewicht: het huwelijk is eene vereeniging. Noemt zelfs de heer van Houten het huwelijk eene eenheid, de heer Borret plaatst het in wezen op gelijke lijn met de vennootschap, waarvan het slechts door bijkomstige omstandigheden onderscheiden is. Bij de vennootschap zijn alleen materieele belangen betrokken, en het huwelijk reikt verder. Maar dit verandert aan den grondvorm, aan het wezen, niets. Van die vereeniging is de man het hoofd, wijl, — en ziedaar 1) T. a. p., I. p. 78.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1884

Rectorale redes | 102 Pagina's

Beschouwingen over het Huwelijk, inzonderheid met betrekking tot de persoonlijke verhouding der echtgenooten onderling - pagina 60

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1884

Rectorale redes | 102 Pagina's