Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Beschouwingen over het Huwelijk, inzonderheid met betrekking tot de persoonlijke verhouding der echtgenooten onderling - pagina 59

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Beschouwingen over het Huwelijk, inzonderheid met betrekking tot de persoonlijke verhouding der echtgenooten onderling - pagina 59

Rede, gehouden bij het overdragen van het rectoraat der Vrije Universiteit

2 minuten leestijd

57 zich in het algemeen een zeer beslist tegenstander van den heer van Houten waant, toch niet onmiddellijk de fout in dit betoog wist aan te wijzen. De dwaling, di.i door den heer van Houten in zake het huwelijk wordt toegepast, kankerde zoo ver reeds voort. Bij den heer Borret bestaan tegen de in deze materie omtrent de persoonlijke verhouding geldende bepalingen geene overwegende bedenkingen. Doel van het huwelijk is de voortplanting van het geslacht. »0m aan dat doel te kunnen beantwoorden, moet die vereeniging noodwendig zijn.... onderworpen aan het gezag van den man enz. ') Ge gevoelt misschien in uwe kortzichtigheid het verband niet onverwijld, en zoudt oppervlakkiglijk wellicht meenen, dat «voortplanting van het geslacht^' nog wel mogelijk was zonder dal de vrouw, — ik vergis mij, ))de vereeniging",— aan het gezag van den man onderworpen was. Hoort dan hoe deze einden worden aaneengeknoopt. ledere »vereeniging van menschen vordert noodzakelijkerwijze een erkend hoofd, zonder 't welk haar voortbestaan niet denkbaar is, 't zij dan dat dit gezag door een der leden, ot door eene meerderheid uit alle leden der vereeniging worde uitgeoefend; daar er in het huwelijk slechts sprake is van eene vereeniging van twee personen, kan daar dus het gezag niet door eene meerderheid worden uitgeoefend, maar moet het noodzakelijkerwijze berusten in handen van een der beide echtgenooten; de natuur zelve heeft daartoe den man aangewezen, die, als in den regel krachtiger naar geest en lichaam, beter is geschikt om voor het huisgezin te werken, en voor zich en de zijnen het noodzakelijk levensonderhoud te verschaffen ; terwijl de vrouw door zwakkeren lichaamsbouw en in den regel minder krachtige geestontwikkeling, van nature geneigd is, bij den man hulp en steun te zoeken, en bovendien juist wegens de door de natuur aan het moeder zijn en worden verbondene gevolgen, gedurende geruiraen tijd volkomen ongeschikt is voor iederen inspannenden licharaelijken of geestelijken arbeid". ^) Maar het kon 1) T. a. p., I. 69. ") Bandd. der Ned. Juriften-Vereeniging, 1882. I. p. 69.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1884

Rectorale redes | 102 Pagina's

Beschouwingen over het Huwelijk, inzonderheid met betrekking tot de persoonlijke verhouding der echtgenooten onderling - pagina 59

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1884

Rectorale redes | 102 Pagina's