Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Beschouwingen over het Huwelijk, inzonderheid met betrekking tot de persoonlijke verhouding der echtgenooten onderling - pagina 68

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Beschouwingen over het Huwelijk, inzonderheid met betrekking tot de persoonlijke verhouding der echtgenooten onderling - pagina 68

Rede, gehouden bij het overdragen van het rectoraat der Vrije Universiteit

3 minuten leestijd

66 in zijne sacra, en zoo was liet volgens Livius alleen om de turhatio auspidonim te beletten, dat de lex XII tabularum, in dezen echter door de lex Canuleia van het jaar 445 vóór Ghr. spoedig ter zijde gesteld, het connubium tusschen patriciërs en plebejers uitdrukkelijk verbood ^). De vrouw kwam voorts door het huwelijk in de macht van den man, in manum mariti, welke macht volgens Roszbach van Latijnschen oorsprong was, en volgens Ihering haren naam ontleent aan de hand, die haar door feitelijk geweld heeft doen ontstaan en handhaaft ^). Vermogensrechtelijk was de toestand van de vrouw in manu aan dien der filiafamilias gelijk. Een zelfstandig vermogen kon zij niet hebben. Wat zij vóór het huwelijk had, ging als bij arrogatio over op den man ^), of, zoo deze zelve no% in potestate zieh bevond, op hem, in wiens macht hij was *). Voor zich zelve iets verkrijgen, kon zij niet ^). Ja, zelfs zoude zij volgens Ihering") ook in dit opzicht met de andere personen alieni iiiris op ééne lijn hebben gestaan, dat zij in het genot van een peculium kon wezen, wat echter door Wachter, althans voor den eersten tijd, verworpen wordt '''). Zeker is het intusschen, dat zij, wat het erfrecht aangaat, als dochter werd behandeld, en zoo onder de heredes ^) Cf. Wachter, t. a. p., p. 51. Volgens dezen was zulk een gebod vroeger onnoodig, daar toen de vorm, waaronder alleen plebejers een huwelijk konden sluiten, aan den man te weinig gezag over de vrouw toekende, dan dat een patriciër spoedig zou besloten hebben, zich op deze wijze met eene vrouw te verbinden. Thans werd dus slechts uitdrukkelijk verboden, wat te voren toch niet plaats had. ') T. a. p., I. p. '114. ^) Cicero, Toipica, c. 4: »cuin muiier viro in manura convenit, omnia quae mulieris fuerunt, viri fiunt dotis nomine." Gains II. 98 en III. 83. *) Marquardt, t. a. p., I. p. 31. Eveneens meent Roszbach, t. a. p., p. 11, dat, als de man alieni iuris was, de vrouw rechtens alleen onder diens macht verkeerde, in wiens potestas ook de man was. Daar zij echter filiae loco tegenover haren man was, gold zij dan neptis loco met betrekking tot haren schoonvader. Toch neemt hij aan, dat feitelijk de man wel macht oefende, ja, deze ook werd gezegd zijne vrouw in manu te hebben. 5) Gaius II. 86. Ulpianus XIX. 18. ") T. a. p., II. 1. p. 187 noot 278. ') T. a. p., p. 114. Hij erkent ecWer, t. a. p., p. 157, dat later die mogelijkheid wel bestond.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1884

Rectorale redes | 102 Pagina's

Beschouwingen over het Huwelijk, inzonderheid met betrekking tot de persoonlijke verhouding der echtgenooten onderling - pagina 68

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1884

Rectorale redes | 102 Pagina's