Beschouwingen over het Huwelijk, inzonderheid met betrekking tot de persoonlijke verhouding der echtgenooten onderling - pagina 34
Rede, gehouden bij het overdragen van het rectoraat der Vrije Universiteit
32 gansch bijzondere, hetgeen hier alleen zich voordoet!'— dat men ook voor elkanders liooger welzijn zorgen moet. Maar ach! men speelt het spel van het kind, dat met de meeste zorg de twee stoelen telkens weer tegen elkander aanschuift om zijn schip te bouwen, ze met touwtjes vastbindt, maar even dikwijls zich de reet op nieuw ziet openen tot een graf voor zijn verbeelding. De echtgenooten vormen niet eene vereeniging, maar zijn de deelen eener eenheid. Zij zijn volgens de Schrift tot één vleesch, tot één wezen geworden. Ja, zoo stelHge ernst wordt daarmee gemaakt, dat huwelijksmin even natuurlijk wordt geheelen als de üefde voor eigen persoon. »Die zijne eigene vrouw liefheeft, die heeft zich zelven hef. Want niemand heeft ooit zijn eigen vleesch gehaat, maar hij voedt het, en onderhoudt het, gelijkerwijs ook de Heere de gemeente". ^) Ja, beschamend is het, als men te midden van Mr. van Houlen's gevaarlijke leeringen nog de opvatting vindt, zoo veel verhevener dan die van velen, overigens minder van de hoogste waarheid vervreemd, wanneer hij zegt: »Een ecA/paar bestaat niet uit ii<;ee rechtssubjecten, die over en tegenover elkander rechten kunnen hebben en uitoefenen, en rechtsplichten tegenover elkander kunnen vervullen. Het is een paar; eene twee-eenheid, geen aggregaat van twee eenheden." ^) En zoo zeide dan ook reeds Calvijn: »Vir tantum dimidia pars est corporis sui, ita et raulier. Non ergo habent liberam deliberationem, quin potius bis cogitationibus se retineant: quoniam alter indigebat alterius auxiüo, Dominus nos copulavit, ut nos simul iuvemus: opituletur uterque alterius necessitati, neuter sit sui iuris." ^) Door het contract van maatschap zijn de vennooten tot praesteeren verplicht, maar al wat ieder heeft te geven, blijft het zijne totdat hij het afslaat, en komt hij, wat hij heeft beloofd, niet na, zoo is 1) Efese V : 28 en 29. °) Handd. der Ned. Juristen-Vereeniging, ') Aanteekening op 1 Cor. VII : 5.
1882. I, p. 58.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1884
Rectorale redes | 102 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1884
Rectorale redes | 102 Pagina's