Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

KOYPER-BIBLIOGRAFIE.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

KOYPER-BIBLIOGRAFIE.

9 minuten leestijd

LXXXl.

door J. C. RULLMANN.

69. Honig uit den Rotssteen. Amsterdam, J. H. Kruyt. 1880. ; 'MW , , • .

Dit werkje bevat een honderdtal meditaties, vroeger in het Zondagsblad van De Standaard en in De Heraut verschenen. In laatstgenoemd blad kwam de Meditatie, of het z.g. „tweede stukje", na het groote-„vóórstuk", als vaste rubriek voor. Steeds werden deze Meditaties door Dr Kuyper op den Dag des Heeren geschreven: een gewijde Zondagsarbeid, die door hem onafgebroken werd voortgezet, ook al rustte hij na bergbestijging in een berghut uit, of ook al was hij varende op de groote wateren. Door niets en door niemand liet hij zich v; an deze levensgewoonte a.fhouden. Zelfs in de jaren van Kijn Ministerschap', toen hij val^ het schrijven van hoofdartikelen in De Heraut moest afzien, bleef hij dezen aanlokkelijken geestelijken, arbeid voortzetten. Zonder overdrijving mocht hij dan ook zeggen, dat in deze Meditaties een stuÉ van zijn leven zat. Steeds spiegelde wat in hem omging, of wat henl trof, zich als vanzelf in deze Meditaties af.

Tegen den 21sten Mei 1916, toen het 2000e nummer van D* e H e r .a u t zou verschijnen, hadden de heer en meVrouw Brummelkamp—Esser er per advertentie aan herinnerd, dat dan de hoofdredacteur tweeduizend Meditation daarin hiad geschreven. Geheel precies was dit cijfer niet. "VVant in de jaren 1879 en '80 hadden nu en dan ook DT De Hartog, Dr van Rorifcel, Dr Rutgers en Dr Hoedemaker er enkele geleverd, en tijdens zijn ziekte in de tweede helft van 1894 sprong zijn oudste zoon, .Dr H. H. Kuyper, tijdelijk voor hiem in. Maar de meditaties in het vroegere Zondagsblad meegerekend, was het getal todh zéker al tot over de tweeduizend geklommen. En nu vond gehoemd echtpaar in dit niet-alledaagsch verschijnsel aanleiding om te doen doorschemeren, dat men den schrijver vreugde kon bereiden, als men hem bij die gelegenheid iets merken liet van de vruch't in geestelijken zin, die van deze meer dan tweeduizend meditaties uitging. Aan die vriendelijke oproeping is toen gevolg gegeven in een brievenzending van allerlei lezers en lezeressen, die door deze meditaties gesticht en getroost zijn geworden. En dankbaar om zoo te mogen vernemen door welke meditatie hij iemands ziel had mogen bereiken, en wat het was, i dat hem of haar daarin had .getroffen, voelde Dr Kuyper zich nu gedrongen om in nr 2000 van De Heraut over de Meditatie als zoodanig te mediteeren. , .; , , , : , .•

Een Meditatie is heel iets anders dan een ^leerstellig betooig en verschilt g'eheel van een Schriftuitlegging, • •

Gaat ge mediteeren, dan trekt ge u uit uw gewonen gedachtengang in het heilige terug. Ge scheidt er u niet mee af van de wereld, maar werpt "u todh niet meer zoio klakkeloos op de weilcelijkheid, waarmee ze zich anders aan u opdringt. Los laat ge de wereld dan in uw Meditatie W'el niet, maar ze Wordt u bijzaak, terwijl . hoofdzaak in de Meditatie eeniglijk is en blijft het u inleven met uw gewaarvvordingien in de gemeenschap im.et het Eeuwige Wiezen, In de Meditatie legt de ziel aan de wereld het Zimlgen op, 'Om alleen wat Gad tot de ziel spreekt te beluisteren,

In het daadwerkelijk geloofsleven Hj de kwijting van onze roeping zijn we a c t i e f, maar in de Meditatie schier enkel passief, Oipzettelijk brengen we in ons mediteeren onszelf tot zwijgen, om - ons hart vqor het spreken Gods tot onze ziel te ontsluiten.

En Dr Kuyper zelf verstond in hooge.. inate dit | geheim van het mediteeren. „Misschiei breken er tijden aan, dat zijn üheologisch-wetenschappjelijke werken hoofdzalkelijk door godgeleerden van professie zullen worden geraadpleegd, dat zijn staatkundige geschriften slechts door een heperk'ten kring va.n mannen zal worden nageslagen; maar zijn meditaties zullen onder het Gei'eformeerde volk een blijvende bron • van zielsgenot zijn vele 'eeuwen lang", scihreef Dt Hepp', Gedenkboek! 1921, blz. 85. Innig en fijn psychologisch, soms bijna mystiek, geven ze uiting aan wit er leeft in het hart van Gods volk. En eerst de eeuwigheid zal openbaren voor hoevelen Kuypers „tweede stukjes" uit D'e Her.aut ten zegen ziju geweest.

In het maandschrift De Katholiek van Januari 1897 schreef M. A. Thompson over Di A. Kuyper en zijn 'Her.aut o.a.: „Door velerlei stichtelijke lectuur ontwikkelt hij de ascese en de beginselen der qalvinistische vromen. ' Daar yooral verruimt hij het hart zijner getrouwen. Diaar heeft hij voor .alle menschelijke ellende lafenis en een hart vol mededoogen. Daar spreekt jhij' tot hen met „statigh aengesicht, dat sieltjes salft en troost" i). Daar beurt hij den mensch uit het stof en de woelingen dezer .aarde omh.'oog naai" het onstoffelijke en het bovenzinnelijke. Tot in de krankenkamer dringt hij door en biedt er den lijder zijne Meditation. In elke ure, in elke stonde, in elke verhouding van het leven herinnert fcj, den inensch .aan de oppermachtige Souvereiniteit Gods en tegelijk'^aan de volstrelde afih'ankelijkheld en de diepe verdorvenheid Zijner natuur. En aldus is de re 1 i g i o, de dienst va.n God, voor hem niet enkel eene bezigheid op den dag des Heeren, iets, dat alleen maar beslag legt op de morgen-en avonduren van den Zondag, maar in waar'heid een zuur-'deesem, die het ga.nsche leven moet doordringen, van de wieg tot , , ^p. ie^-igr^; ; *

i) Vondei, Lof, der: Zeéïaert.

Geheele reeksen van deze Meditatiën zijn, bij afzonderlijke uitgave, zelfs in tweeden en derden idruk verschenen. Ze zagen het lidht in deze volgorde: Honig uit den Rotssteen, D!a, gen van goede boodschap, Gomer voor den Sabbath, Voor een distel een mirt, In de s chad uwe des doods. Vrouwen uit de Heilige Sahrift, Als gij in uw jhuis zit. Zijn uitgang te Jeruzalem, In J.ezus ontslapen, Vier uwe vierdagen, Nabij

De eerste bundel van Honig uit den Kotsstee n verscheen in December 1880. In een woord vooraf licht de schrijver den titel aldus toe:

„De Heer e is onze Rotssteen!" zmg Israël. Het zong er bij: „dat uit dien Hotsisteeni honigbeekjes vloeien". En enkele drapipelen uit die beekjes op te vangen, om er de eigen ziel aan te verkwikten, en voorts, als vrucht dier genieting, ook het hart van 's Heeren vqlk er meê te sterfcen, is bet onuitspirefcelijfc vodrrecht, nu en dan, .aan 's Heeren dienstknechten gegund!

Is bet niet te hoog gegreplen aLs aok de opsteller •van deze korte stukjes ze herdrukte, in het bewustzijn, van niet buiten die begenadigde dienstknechten te staan?

Althans, slechts in die heerlijke onderstelling bond hij' deze schove saAm. Ook omdat er hem van veel kanten, omdat er hem rusteloios oim ge­ vraagd was.

Er is met den titel „Honig uit den Rotssteen" : meermalen gespot.

In Uilenspiegel's Almanak voor 1878 blz. 61 kon mén lezen: „Kuyper slaat honig uit den rotssteen en geld uit zijn brochures en ; andere gesclhriften". En zelfs Prof. DT P. D'. Chantepie de la Sausskye, sprak in E en e halve Eeuw II, blz. 424, over Kuyper's „ahnormale weelde van meer dan één stijl: den zoetelijken, v; an „honig uit den majestueus breeden der groote redevoeringen, waarin de pronkende leuzen worden uitgegeven van „soevereiniteit in eigen kring", „verflanwing der grenzen"; "' waartegen Dis K. Schilder in Kier k-taal en Leven, blz. 18, terecht opmerkte, „dat Dr Kuyp«r zich deze weelde niet veroorloofd.e, doch dat die weelde hem veroorloofd is; dat God hem de gave gegeven heeft om zijn taal te beheerschen, zoodat zijn ééne, machtige persoonlijkheid zijn taal veelsoortig wist te smeden, niet uit liefhebberij voor het abnormale, doch in noodzakelijken normalen samenhang met zijn onderwerp". Inderdaad, Dr Kuyper schreef alles naar zijn aard; telkens naap 'den eisch van het onderwerp; als orator anders dan als journalist; als journalist in Die Sitanil aard 'de hoofdartikelen weer anders dan de asterisken; in D'e Heraut de dogmatisclhe voorstukken voor het denkend hoofd, , de tweede stukjes voor het mediteerende hart, en eindelijk de leaders voor het leven, vooral voor het kerkelijke leven. „Bezien wij' van nabij zijn geschriften, dan vertoont zich onder deze vaardige hand de moedertaal plooibaar naar elk onderwerp. Of zij statig voortschrijdt met 'den piompeusen gang van de Troonrede, — zwaar prachtig als een ptoperen, koningsmantel, — of zij Volgt de dartele sprongen der driestarren, of fluistert in den teeren toon [der meditatie, troost de bedrukten of jubelt met de juichenden; overal blijkt het meestersdhal) van dengeen, die haar hanteert, die naar den •elscii lyan ieder oogenblik haar rijkdommen weet te gebruiken". Gedenkboek 1907, ' blz. 194—195. De omstandigheid, 'dat Dr Kuyper elke wee^k in D e 'H e-raut wat men noemt een schriftelijke preek' gaf, op totaal ander gebied dan de politiek, die in De Standaard behandeld werd, deed het U t r e c hl t s c h Dagblad denken aan. Napoleon, die onmiddellijk na elkander allerlei onderwerpen kon behandelen. „Ik heb allerlei laden in mij|n hoofd", placht hij te zeggen: „is een onderweripj afgedaan, dan sluit ik de lade en trek een andere open". Alleen bij zeer klaar, precies en ordelijk denken is dit mogelijk. Gedenkboek, , 1907 blz. 414.

Toch verklaart dit nog 'ïiiet < de bekoring van Kuyper's meditaties. Die duidt Thompjson aan, waar hij schrijft, t.ai.p. blz. 10 en 11: „Met zigne geleerdheid alleen, met zijne universiteit, met zijn doctrinairen toon, welke hij uit den aard der zaaUd in < vele zijner werken ajanslaat, komt hij niet genoegzaam in aanraking met het eigenlijk gezegde volk. Ongetwijfeld komt dit alles ook zijne kudde ten goede, maiar meest indirect en misschien eerst geheel na vele jaren van arbeid en strijd. In grootsöhe lijnen werkt hij wel gestadig voort aan het gebouw, malar intusschen verliest hij' de „luyden" die daiar omdolen in de verstrooiing, niet uit het oog. Hij wil zijn geheele volk bereiken, len 'daarom komt hij elke week tot 'de zijnen en biedt hun eenige kolommen druk's aan, waardoor Jnj meer hijzonder ingrijpt in het maatschap'pelijk en godsdienstig leven der huisgezinnen. Het kleine heiligdom binnentredend, geeft hij'. alan elk, di© daar nederzitten, uit de volheid van zijn eigen rijkdom'het voedsel der zuivere leer a; an h'et verstand, bevrediging voor elke zielsbehoefte. Diaar spreekt hij meer dan elders hunne eigene taal. Diaar wordt hij dikwerf klein met de kleinen."

En als Thompson dan verder beschrijft hoedanig Kuyper's verschijning in hun midden is, teekent hij zijn gestalte als van een gezalfde des Heeren, van wiens lippen ten allen tijde de unctie vloeit, die door zijn volk zal worden opgevangen |als kwam zij van den Heiligen Geest;

Dat vooral dunkt ons het geheim van Kuypers meditaties

Eén dezer meditaties inspireerde een lezeres tot een dichterlijke vertolking. "Zie De Hera, ut, nrs 895 en 896.

en is ihet een vian die boeken, die men altijd weer opslaat.

Het vinde in z'n nieuwen vorm vele nieuwe vrienden.

C. T.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 oktober 1923

De Reformatie | 8 Pagina's

KOYPER-BIBLIOGRAFIE.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 oktober 1923

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken