GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

„Zij zijn mijne”.

Bekijk het origineel

Bladeren
+ Meer informatie

„Zij zijn mijne”.

4 minuten leestijd

Nu dan, uwe twee zonen, die u in Egypteland geboren waren, eer ik in Egypte tot u gekomen ben, ' zijn mijne: fraïm en Manasse. zullen mijne zijn, als Ruben en Simeon. Genesis 48:5.

Schoon is de geloofsdaad, die Jakob op zijn sterfbed volbrengt.

De zonen van Jozef zijn de takken van den aartsvaderlijken stam, welk^ytiet verst van het worlelleven verwijderd zijn. ^fe^^ in Egypteland geboren, en dreigen in het'^gyptische wereldleven onder te gaan. Door • opvoeding en omgeving zijii ze ongetwijfeld aan de voorvaiderlijke leefwijze ontwend geraakt; en wij. stellen ons voor, dat, wanneer zij somtijds den familiekring in Gosen kwamen bezoeken, zij als vreemden daar hebben rondgeblikt. O, vóór zijii zoon Jozef liad vader Jakob geene vrees; hij kende zijne godsvrucht; maar vooi Jozels kinderen sloeg zijh hart soms bang. Zouden Etraïm en Manasse de wegen des Verbonds blij'ven bewaren? Jakob gaat sterven, en, als straks ook Jozef weg gevallen is, .zouden dain zij'ne zonen nog het deel blijven kiezen van de vera.chte Het, breeën?

Daarom is de daad, waaxtoe de patriarch overgaat, ZOO' treffehd-schoon.

Hij laaf zijne kleinzoons aan zijn leger treden; hiji trekt hen aan zijn ha^rt, dicht aan het kloppend leven des Yerbonds. En dan omvangt hiji hen met de armen des geloof's, en "neemt hen aan als zijia eigen kinderen. „Nu dan", — zoo zegt hij' tol Jozef, — , , uwe twee zonen, ^die u in Egypteland geboren waren, - eer ik in Egypte tot u gekomen ben, zijn mijne; .Efraïm en 3V[anasse zullen mijne zijh, als Ruben en Simeon".

„Zij zijn mijne!"

Zij zijn niet voor Egypt©, =^^^; aiair voor Israël.

Zelfs voor Jozef zullen z'ë niét. zijh, doch voor lakob, voor , , de stammen naar. Gods naam ge­ noemd", voor. het Koninkrijk Gods.

„Zij zijn mijne!"

Het is alsof wij den aartsvader met koninklijk gebaar voor de wereld zien staan, om haar den bijna geroofden buit te ontnemen. „Niet voor u, o wereld, zijn deze kinderen des Verbonds! In den Naam van hun God eisch ik ze op voor Zijn dienst!"

O, dat*a© Kerk Hês Heeren in dezen tijö' dia gestalte van. Vader Jakob vertoonde.

Ze hééft die vertoond.

In de dagen van den schoolsti-ijd, toen de wereld het l^roost des Verbonds wegtrok, óm het zonder Gods Woord het leven te doen ingaan, — toen IS het vorstelijk geloof in Gods volk ontwaakt; ©n dat a, rme volk heeft als een koning de hand! gelegd op zijne kinderen, en der wereld toege-, roepen: „Zij zijn mijne!"

Zij zijn mijne! . Hoe past dit woord heden in den mond' en in het hart der Kerk.

Heden, — nu het Egypte der wereld al het "mogelijke doet om met zijne schatten het opgroei-™d geslacht te vervreemden van de vaderhjke godsvrucht en zeden; ' nu lectuur, en kunst, en sport, en moderne levensvormen, — heel de rijk "«gegroeide cultuur onzer dagen — hoe langer ZOO' meer zijne gevaarlijke zuiging naar de zijde er wereld openbaart, en vele Joggeren wegtrekt naar de grenzen van Gods koninkrijk.

Strek uit uw arm, o kerk! en omVang het jongere geslacht met alle middelen die u ten dienst© staa.n.

Maar doe het in gelóóf.

Doe het in de prinselijke overtuiging, dat uwe kinderen niet voor Egypte bestemd zij'n, doch voor Israël.

„Zij zijn uwe niet!" — dat zij uw heilig-verontwaardigde roep tegen de wereld, „zij' zijtl mijne!"

Verslappe üw geloof niet, vader en moeder, als uw kind het aangezicht naar de wereld wendlr en dreigt op te gaan in Egypte; maar versterkt; uwe harten in de trouw en de kracht van den God des Verbonds; laat uw geloof dan juist wassen: uw geloof als een vaste grond der dingen, die gij hoopt, , en een 'bewijs der zaken, die gij niet ziet. Klemt uw kind zegenend, — fa, , zegenend als Jakob — in uwe a, rmen. Hondt niet op te pleiten bij uwen God en te woTstelen tegen de wereld; opdat uw heilig recht straks door genade bevestigd wordt, en gij, als overwiimaar jubelen moogt: „Zij' zijn .mijïLs, zij zijn mijne!"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 augustus 1925

De Reformatie | 4 Pagina's

„Zij zijn mijne”.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 augustus 1925

De Reformatie | 4 Pagina's

Bladeren