GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

DIT DE BDITENLANDSCHE KERKEN.

Bekijk het origineel

Bladeren
+ Meer informatie

DIT DE BDITENLANDSCHE KERKEN.

10 minuten leestijd

Generale Synode van de Gereformeerde Kerk in Amerika.

In „The Leader" lezen we, dat de (xenerale Synode van boivengenoemde Kerk werd gehouden van 2 tot 8 Juni te Asbury Park in New-Jersey.

Op het agendum stonden 1. voorbereiding voor de vieiing van het driehonderdjarig bestaan dezer Kerk, welke het'volgende jaar zal plaats hebben; 2. maatregelen om het miljoen dollars voor het pensioenfonds vol te maken; 3. plannen om de Zending opnieuw uit te breiden; 4. mogelijke stappen om te komen tot een meer intensief evangelisatie-program.

Deze kerkengroep telt thans 151.821 leden (2.745 meer dan het vorig jaar). Voor de Zending werd gegeven 1.008.217 dollar (1.504 d. meer dan v. j.); voor de interne behoeften der Kerk 3.903.250 dollar (43.803 d. meer dan v. j.). Tezamen werd opgebracht 5.084.959 dollar (39.952 d. meer dan vorig jaar.

Per lid werd alzoo gegeven ongeveer 34 dollar.

Generale Synode van de Presbyieriaansche Kerk In Amerika.

Aan verschillende bladen ontkenen wij:

Deze Synode werd van 26 Mei tot 1 .Juni gehouden in de Stedelijke Grehoorzaal, een gebouw van reusachtige afmetingen. Er waren bijna duizend afgevaardigden. De aftredende praieses (of eigenlijk „moderator") spra, k het openlijk uit en beroemde er zich op, dat de Presbyteriaansche Kerk Calvinistisch is in de leer. Toch schijnt het, dat hierop wel het een en ander moet worden afgedongen. Het goede Calvinistische element is in deze kerk nog wel sterk, maar het verloop dezer Synode doet vreezen, da! het langzamerhand afneemt. De zaak van de professorenbenocming, inzonderheid de h3noeming van den bekenden Prof. Gresham Machen was opnieuw aan de o^rde. Het directorium van het seminarie te Princeton, dat de Calvinistische lijn wil vasthouden, weerde zich krachtig voor de benoeming. D'3 Synode besloot echter tot een reorganisaüö van het directorium. Dat ziet er voor het seminarie niet te best uit! Het liberalisme gaat voorzichtig te werk, maa.r is helaas aan de winnende hand!

Welk een zegen zou het zijn, indien alle echte Calvinisten in Amerika de handen ineensloegen!

De Princeton-kwestie.

Nadat we het bovenstaande geschreven hadden zagen we, dat de (Am.; „Wachter" een artikelenreeks opent over de Princetonkwestie. Om onze lezers in te lichten geven we hier het grootste gedeelte van het inleidend artikel. Men ziet hieruit, dat toen Ds H Keegstra dit schreef, de beslissing van de Synode van San Francisco hem nog niet bekend was.

Eenigen tijd geleden schreven we een artikel over de moeilijkheden in de Presbyteriaansche Kerk met betrekking tot haar Theologisch Seminary te Princeton, New Jersey. Nauw verwant als we aan die kerk zijn, historisch, confessioneel en ook wat kerkregeering betreft, gaat ons natuurlijk aan, wat er in haar omgaat. Bovendien ontvangen zóó vele van onze studenten, een gedeelte althans, van hunne theologische opleiding aan Princeton's Seminary, dat we niet anders dan met groote belangstelling nagaan, wat er vooral over die school en met haar, in de Presbyterian Church voorvalt.

En ons volk heeft er recht op, eenigszins in kennis gesteld te worden met de jongste geschiedenis dier aanverwante kerk en school. Daarom zetten we ons, om in een paar artikeltjes or iets van mede te deelen.

Op het oogenblik dat we dit schrijven is de General Assembly (gelijk aan onze Synode) dier kerk vergaderd in San Francisco, California. En de moeilijkheden, in do laatste jaren gerezen met betrekking tot de Princeton Theological School, is één van dé voornaamste zaken, indien niet de voornaamste, die er op hare lijst van werkzaamheden voorkomt. De kwestie weerspiegelt tamelijk wel heel den toestand der kerk en hoe zeer van zekeren kant ook de verzekering gegeven wordt, dat de gerezen moeilijkheden niets te maken hebben met het eonfessioneele standpunt der professors en de zuiveriheid van hun onderwijs, toch is het waar, dat het orthodoxe element in de kerk juist in. deze kwestie rechtstreeks tegenover het liberalistische deel in verzet komt. Dat toont wel, dat er meer aan de hand is dan een verschil van uitsluitend formeelen aard.

Uit wat er in den laatsten tijd in verschillende bladen en tijdschriften over deze zaak is geschreven, is het, dunkt ons, zoo duidelijk als de dag, dat van zekere zijde het er op toegelegd wordt, .om het doel en den grondslag, waarop het Seminary gebouwd is en waarvoor (het bestaat, totaal te wijzigen, en dan wel te wijzigen naar den zin der Modernists.

Grondslag en doel van Princeton's Seminary was van ouds en is no'g tot op den huldigen dag vast verbonden aan wat wij zouden noemen de Presbyteriaansche belijdenisschriften en kerkenordening. Naar oorsprong en historie bestaat het Seminary voor het doel, om mannen te kweeken voor den dienst des Woords, die de Waarheid naar de opvatting der Presbyteriaansche standaards zullen voorstaan, verkondigen en verdedigen. Om de officieele taal van het „Plan" hier te gebruiken, is het doel „to form men for the gospel ministry, who shall truly believe, and cordially love, and tlierefore endeavor to propagate and defend, in its genuineness, simplicity, and fulness, that system of religious belief and practice set forth in the Confession of Faith, Catechisms, and Plan of Government and Discipline of the Presbyterian Church; and thus to perpetuate and extend the influence of true evangelical piety, and gospel order".

0ns dunkt, wie voor God en menschen eerlijk wil ziJQ, ook in het kerkelijke, zal hiervan moeten zeggen: „Natuurlijk, wat anders! Wie met hun theologische school dat niet willen, die behooren eerlijkheidshalve zich aan de Presbyteriaansche kerkgemeenschap met haar Seminary te onttrekken".

Maar zoo eerlijk schijnen allen in die kerk niet te zijn. De moderne heeren zijn er niet van thuis om de kerk te verlaten en hare eigendommen prijs te geven. Die leggen het er op toe, om voorzichtig maar zeker alles in kerk en sdhool in te richten en te schikken naar hunne overtuigingen, in plaats van als getrouwe Presbyterianen z.ich in alles aan de leer en tucht hunner kerk naar belijdenis en kerkenorde te onderwerpen, of anders aan die kerk zich te onttrekken. Gelijk de Modernen overal elders deden, zoo willen ze ook hier; varen onder valsche vlag en stillekens de lading binnensmokkelen.

Of er dan in de Presbyteriaansche Kerk geen mannen zijn, die met alle macht zich daartegen verzetten? Gelukkig wel! Mannen als Hodge, Vos, Machen, Wilson, Allis, Craig, Macartney, Kennedy, Alexander, Matthews en vele anderen, gesteund door duizenden getrouwen in de kerk, willen en zullen het pand, hun toevertrouwd, niet prijsgeven.

Maar tussohen die twee, scherp tegenover elkander staande partijen, staat een groote groep, die vóór alles vrede willen. Dat wil zeggen, vrede in den zin van alles bijeen houden en alles toelaten en alles Presbyteriaansch noemen, zelfs al worden de Presbyteriaansche belijdenisschriften ook met voeten vertreden. En het zijn vooral die halfslachtige, slappe, ruggegraatlooze, „in the middle of the road"-mannen, die den strijd, zoo moeilijk maken en geheel de kerk in gevaar brengen.

Uit wat we boven aanhaalden uit de eigen woorden van het „Plan" is het duidelijk genoeg, wat Princeton's Seminary was en moet zijn. Zoo wil het de meerderheid der faculteit met de meerderheid van de „Board of Directors". Maar eene minderheid in die beide lichamen wil het anders.

Vooral, als we wel ingelicht zijn, wil niemand minder dan Dr Ross Stevenson, president van het Seminary, het anders. Zijn ambitie, zijn uitgesproken voornemen is het, om Princeton het Seminary van geheel de Presbyteriaansche Kerk te maken, zooals die kerk thans bestaat. Dus ook de opleidingsschool voor de Modernists en de „middel of the road"-menschen.

Of dat dan iriet billijk is tegenover de kerk met al hare leden?

Zoo mag het sommigen misschien toeschijnen. Zoo vindt Dr Stevenson het blijkbaar redelijk, en met hem enkele anderen in de faculteit en in de Board of Directors. Zoo vinden de „peace at any price"-mannen het wel goed; want dan krijgt ieder even gelijk recht en dat brengt immers vrede. En zoo zullen de Modernists in hun vuist lachen, als het dien weg opgaat.

Maar eerlijk? Tegenover de Presbyteriaansche Kerk: eerlijk tegenover het Seminary te Princeton naar haar oorsprong, grondslag, doel en historische beteekenis; eerlijk tegenover de Waarheid naar de opvatting der Presbyteriaansche standaards; eerlijk voor God is het niet.

De „Christengemeinschaft" I.

De „Christengemeinschaft" (gemeenschap van christenen) is een b'eweging, welke ver buiten het land, dat haar bakermat is, de aandacht trekt.

In „Eltheto" schreef E. J. F. Smits daarover een deskundig en oriënteerend artikel.

Wij willen daa, ruit iets overnemen.

? > , rst iets over de uitwendige deze beweging. lotgevalleiï; jv; aa: j

Daarna iets over haar bedoieling en leer.

In een andere rubriek hopen we dan het verschijnsel te beoordeelen.

Voor wij met den eigenlijken inhoud der hoofdgedachten van de Christengemeinschaft ons bezig houden, mogen hier nog eenige feiten volgen, die misschien in staat zijn tot verhoogde belangstelling te prikkelen.

Dr Friedrich Rittelmeyer, predikant achtereenvolgens in Neurenberg en Berlijn, gevierd prediker, man met een warm hart en een heldhaftigen geest, wiens innigste begeerte het was (en nog steeds is!) om Christus te prediken voor zoekende, moderne menschén, komt in 1911 in aanraking met het werk en den persoon van Rudolf Steiner en, ' werkt zich, sinds deze eerste ontmoeting, met een bewonderenswaardige geestelijke elasticiteit in de anthroposophische gedachtenwereld, in welke wereld hij gaandeweg leert zien als de grootsohe voortzetting van wat het Duitsche Idealisme in een machtigen geestelijken stormloop gewild en gedeeltelijk bereikt heeft, totdat het afbrak en wegzonk onder de sterk naturalistische tendenzen, die het verdere verloop der 19 e eeuw hebben beheerscht.

Jonge theologen van de universiteiten Berlijn, Marburg, Tubingen komen omstreeks 1921, gedreven door den grooten nood, waarin zij zich bevinden ten opzïichte van hun toekomstig werk, tot Rudolf Steiner met het verzoek hun zijn inzichten mee te willen deelen betreffende een vruchtbaar werken, in Christelijkea geest, onder moderne menschen. Na voorbereidende besprekingen o.a. te Stuttgart en in het eerste, thans door brand verwoeste Goetheanum te Dornach, ontvangt een schaar van ongeveer vijftig medewerkers, waaronder ook niet-theologen, door bemiddeling van Rudolf Steiner, de cultische vormen, waarin een priesterlijk, sakramenteel werken in grooten stijl begonnen kan worden. Dr Rittelmeyer legt er den nadruk op, dat niet hij de Chrdstengemeinsöhaff gesticht heeft, maar dat hij zich met de andere leiders tezamen vereenigd heeft rondom geopenbaarde cultische goederen, waarvan zij zich de gewijde uitdeelers en behoeders gevoelen.

Sinds dit geboorteuur zijn er in een veertigtal steden in Duitschland grootere of kleinere gemeenten ontstaan, terwijl ook in Zwitserland, Tsjeoho-Slowakije, . Nederland, Engeland, Noorwegen een allereerste begin is gemaakt.

De litteratuur bestaat üit een maandschrift. „Die Christengemeinschaft" (eind derde jaargang Maart 1927) — de eerste publicaties geschiedden in een blad

„Tat Christendum" 1923—1924 — en verder uit een merkwaardige, in vele opzichten belangrijke serie boekjes, onder den gemeenschappelijken hoofdtitel „Christus aller Erde", thans reeds uit 26 deeltjes bestaande.. De hoofdbedoeling van deze serie moge hier kort worden aangeduid met een zinsnede uit het begeleidend woord, dat elk bandje is meegegeven: „Diese Schriftenreiiie verkündet den allgegenwartigen Christus im mannigfaltigen Leben der Natur, im Jahreslauf und menschliohen Lebenslauf, im Kulturschaffen der Menschheit von den ürzeiten bis zu den Vorkampferen einer groszen, geistesweiten Zukunft".

Ten slotte wil ik nog vermelden als bewijs voor de krachtige, doelbewuste werkwijze, die hier wordt gevolgd, een reeks van meestal vier of vijfdaagsche samenkomsten, sinds 1923 in verschillende steden gehouden. Eerst twee kleinere in Hamburg en Rostock, daarna steeds sterker bezochte en grootscher georganiseerde, te Kassei, Neurenberg, Stuttgart, Hannover, Berlijn, München, Frankfort a. M., Hamburg, Breslau, Freyburg i. Br., Dortmund, terwijl de laatste dit jaar 1—4 April in Leipzig werd gehouden. De , , Tagung" in München, Juli 1925, woonde ik persoonlijk bij. De programma's van deze samenkomsten — om er hier alleen dit van te zeggen — kenmerken zich ongetwijfeld door stijlvolle verscheidenheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juli 1927

De Reformatie | 8 Pagina's

DIT DE BDITENLANDSCHE KERKEN.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juli 1927

De Reformatie | 8 Pagina's

Bladeren