GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

HOOFDARTIKEL

Bekijk het origineel

Bladeren
+ Meer informatie

HOOFDARTIKEL

11 minuten leestijd

„De Paaschbeving".

't Is weer Paschen. Het feest van de verrijzenis van onzen Heere Jezus Christus. En de gemeeiito des Heeren verblijdt zich over haar Hoofd. Zij zal zich vóór alles willen bezinnen op de heerlijkheid, die haar Heer en Koning heeft verkregen. Paschen komt ons toch allerminst tegemoet aan het verlangen om ons over te geven aan zielservaringen en gemoedsbelevingen. Paschen is allerminst geschikt om den Christen in het centrum der belangstelling te plaatsen. Ook de door den Geest geheiligde mensch spreke allereerst en allermeest over de geweldigheid en vreeselijkheid van den Paaschvorst. Hoe groot, hoe vreeselijk is de Heere Jezus Christus in Zijn paaschglorie. En het is geen wonder, dat Mattheüs ons verhaalt hoe hemel en aarde beefden en hoe deze beving zich voortplaiitte tot in doodenrijk en kerk toe. En zeer zeker, de vrouwen gaan met haast naar de stad terug. Maar het is een haasten met beving; ze gaan toch met vreeze en ^roote blijdschap.

Daarom, wanneer de Kerk van Jezus Christus zich vandaag verblijden wil — en dat moet ze ook! laat haar bedenken, dat het een verheuging met beven is! Met beving, wanneer zij weer indenkt wat daar geschied is in den hof van Jozef.

Want de paradijshof met den eersten Adam is vriendelijk vergeleken met den paaschhof van den tweeden Adam, wanneer Deze om Zichzelf hemel en aarde beweegt.

Waarom doet Hij dat toch? Omdat Hij ki-achtelijk bewijzen wil te zijn de Zoon van God, naar den Geest der heiligmaking, uit de opstanding der dooden. (Rom. 1:4).

Daar toch gaat het om! Wat in de processen tegen Jezus van Nazareth telkens naar voren komen moest; en toch door menschen van de hand gewezen werd, komt nu met onweerstaanbaar paaschgeweld naar voren breken.

Het proces voor het Joodsche Sanhedrin moest uitloopen op een schuldig tot den dood wegens Godslastering (Mt. 26:66). Het proces voor den stadhouder, voor het romeinsche forum moest uitloopen op de juridische vaststelling: deze Godslasteraar is tevens staatsgevaarlijk. (Joh. 19:12.) Kruis Hem! En toen kon Jezus alleen maar zeggen: „Ik ben de Zone Gods". Maar niemand geloofde dat! En Hij mocht dat nog zoo bezweren, het maakt Zijn schuld in de oogen der menschen des te zwaarder. Geen mensch, die Hem op Zijn woord geloofde! Maar Hij mocht het niet door daden b e w ij z e n, dat Hij was de Zoon van God met Icrachtl En toen heeft de Heiland Zijn belijdenis met Zijn dierbaar bloed bezegeld en bekrachtigd. Hij hield vol te zijn wat Hij gezworen had en ook inderdaad was; en — niemand geloofde.

Maar nu komt dan toch het oogenblik van de groote Rehabilitatie 1 Nu komt dan toch de Paaschniorgen en dan bew, ijst Hij het met groote daden: „Ik ben, die Ik ben. ïk ben, voor Wien Ik Mij heb uitgegeven. Geloof Mij dan nu! Aanvaard Mij dan mi als Messias, als Zoon van den levenden God'.

Vandaar nu die bevingen. Hij beweegt hemel en aarde, hel en kerk. Hij openbaart Zijn heerlijkheid en almacht. Daar is toch allereerst die aard'beving! De aarde gaat open. Dat is waarlijk geen wonder. Want wanneer de aarde gescheupd wordt, wanneer Jezus sterft, dan soms niet als Hij den dood overwint? Wanneer de aarde beeft om de heiligen, leden der kerk, uit him gi-aven Ie doen uitgaan en te kunnen laten komen in de heilige stad, dan soms niet, wanneer de Heilige, het Hoofd Zijner Christelijke Kerk Zijn graf verlaat?

Wanneer de aarde gescheurd wordt om den dooden Jezus te ontvangen, dan soms niet om den levenden Heiland aan de Zijnen terug te geven?

Maar deze aardbeving vond alleen plaats, omdat er beweging was in de hoogste plaatsen. Een engel daalde neer. Er kan alleen een open aarde zijn, wanneer eerst een open hemel aanschouwd wordt! En ook dat is nog niet voldoende. Want idaar ligt een steen, de verzegelde! De stomme sprake, dat het doodenrijk nog gesloten is. Maar onverschrokken gaat de engel op den steen af. Hij heeft den moed om de zegels van de jusütie te verbreken en den steen weg te wentelen. Zoo opent hij het doodenrijk.

En zoo nu zijn alle zegels verbroken. Alle poorten gaan open. Want door de opstanding uit de dooden heeft de Paaschvorst krachtelijk bewezen te zijn de Zoon Gods; want Hij heeft de gansohe schepping des Vaders verlost uit den greep des doods; verlost van den vloek. Hij deed alle pooi-ten der schepping openspringen: hemel, aarde en doodenrijk. Het is een verheugen met beving! Hoe groot, hoe vrees'lijk zijt Ge alom!

Ja, dat toch moet de aandacht van Christus' Kerk spannen. Hier komen de engelen weer! Natuurlijk komen zij hier voor den dag. Wiant op dezen glorievollen dag is de band tusschen hemel en aarde hersteld. De gansche wereldorde is hersteld! Ze zongen daar wel van in den Kerstnacht. En ze hadden gelijk. Want het Kind in de kribbe borg in zich de krachten om hemel en aarde met elkaar en beide tesamen met den Vader te verzoenen! En sinds dien nacht hebben menschen geen engelen meer gezien. Alleen de Christus Zelf ziet hen als aankondigers van hun dienstbaarheid aan Hem, wanneer Hij den satan aanvankelijk verslagen heeft. (Mc. 1:13).

Zullen dan nü de engelen hun Hoofd en Heer niet dienen, nu Hij den kop der slang vermorzeld heeft? Zie, de engelen komen en dienen Hem.

En dat zegt meer dan iets anders, dat Jezus Christus door dood en opstanding den vloek in de schepping heeft weggenomen. En dat spreekt ons van de grootheid en de kracht van Hem, die den Kerstzang van engelen bevestigd heeft. Hier is de wereldorde hersteld. Hemel en aarde; ja! da gansche schepping opent zijn poorten, wanneer Jezus Christus door Zijn opstanding bewezen heeft te zijn de Zoon van God. En reeds wordt de lof-

zang van den Hemelvaartsdag gehoord: „Verhoogt o poorten! nu den boog! Rijst, eeuw'ge deuren! Rijst omhoog! Opdat g'uw Koning moogt ontvangen."

Zoo zagen wij de lieerlijkheid en vreeselijkheid van den Middelaar der Herschepping. Hij bewoog hemel en aarde.

helle- Zeker, maar er geschiedde ook een beving!

Want Mattheüs veriiaalt ons verder, dat de wachters zeer verschrikt geworden zijn! En dat nu is letterlijk een woord, dat ook gebruikt is bij aard beving. Zij werden gebeefd, geschud. Eu nu waren deze wachters instrumenten van de hel. Ze liebbeu de opdracht om den Nazarener terug te houden in Zijn graf. Maar Hij heeft toch het geweld des doods gebroken. De dood was in handen van den satan. Maar Jezus heeft krachtelijk bewezen te zijn de Zoon van God. Zoon van den levenden God; Zelf het leven hebbende «n met kracht naar voren doen brekende op dezen Paaschmorgen. Ontzaglijke verwarring ontstaat er. Geen wonder ook. En verwarring brengen zij ook teweeg mei hun boodschap onder hun lastgevers. Want achter deze betaalde huurlingen ziet ge den boozen wil der Joden en het geweld der Romeinen. In der waarheid spannen allen samen tegen het HeiUg Kind Jezus, dezen gehoorzamen Knecht des Heeren. Hier is in beginsel de gansche wereid^maciit! En het is haar toeleg en lust om den Nazarener tegen te liouden, zoo het mogelijk ware, in Zijn Paaschwerk. Och, het is de strijd der Hel om in deze handlangers den Koning van het Hemelrijk ten onder te houden. Maar — Jezus Ctiristus heeft de hel doen beven op haar grondivesten. Hij bewees te zijn de Zoon van den levenden God. Hij zal Zijn I-Cerk bouwen op deze petra! En de poorten der bol zijn uit haar hengsels geliclit en vermogen niets.

Zoo vreeselijk is onze Heere Jezus Christus!

En toch. In deze beving spaart Jezus Christus nog!

Want voor het laatst zal de verrezen Lev^ens- 'vorst, zal de Messias, het Sanhedrin tot geloof oproepen.

Want deze grafwachters hebben de taak om het Paaschevangelie te brengen voor het Joodsche en Romeinsche forum! Ze moeten nu gaan rappor^teeren, dat deze verleider absoluut geen verleider bleek te zijn geweest, (cf. Mt. 27:63). Hij heeft gedaan wat Hij voorzegd had. En dat was voor de oversten bewijs genoeg, naar de Schriften, dat Jezus van Nazareth de Messias moest zijn, de Zoon van den levenden God. Zoo roept Jezus Christus de oversten des volks tot geloof in Hem. Hij geeft hun oen laatste kans om het volk Israël als goede leidslieden voor te gaan en rond te roepen: „de Messias is gekomen". En dan konden zij hun vonnis herroepen!

Maar het Sanhedrin volhardt in zijn halsstarrige houding! En de oversten hebben getoond te zijn kinderen van den vader der leugenen! Ze laten de soldaten liegen en brengen persoonlijk aan den Istadliouder zóó rapport uit, dat de Nazarener onder den ban liggen blijft. Zoo heeft de Paasc!hvorst door deze hellebeving de macht der hel doen volharden in haar verzet tegen Hem! Maar het feit der verharding komt niet voor Zijn rekenmg, maar ligt alleen voor haar eigen verantwoordelijkheid! Zoo verklaart Jezus Christus het geheele proces voor ongeldig! Hij heeft bewezen, gedemonstreerd, te zijn de Zoon van den levenden God.

Maar de verrezen Heiland heeft ook nog veroorzaakt een beving in Zijn kerk. Want groote vreeze is er gevallen in het hart van eenige \Touwen. Die zijn gekomen om het ^graf van him Meester te bezien. En zij waren er getuige van hoe de engel zijn werk deed en hoe de wachters, bleek als dooden, radeloos van angst, wegrenden.

Geen wonder, dat de vreeze ook het hart dezer ..wouwen vervult.

: ^.Het is toch voor het eerst, dat de Kerk van Christus engelen ziet. En dat is een feit vanl de eerste orde! Nu toch zien deze vrouwen wat de geloovigen van het Oude Testament steeds met doods vreeze beeft vervuld. Ze hebben nu engelen gezien. Geen wonder, dat de engel zeggen moet: „Vreest gij toch niet! Laat uw vreeze varen".

Zeker, de komst van deze vrouwen sprak van haar liefde lot Jezus. Maar ook van haar ongehoorzaamheid aan Zijn Woord. En dat de vrees groot is, behoeft dus geen verwondering te weklken. De gemeente van den levenden Heiland staat te beven van angst. Maar al spoedig zal er een beving van blijdschap door de harten en levens van discipelen en discipelinnen varen. Wiant de Heer is waarlijk opgestaan! Des Heeren sterke rechterhand doet door haar daan de wereld beven; houdt door haar kracht Gods volk in stand.

En wanneer dan de engel Zijn Paaschboodschap heeft overgebracht en een opdracht aan de vrouwen heeft gegeven, dan gehoorzamen zij. Maar hun haast is toch wel wat wonderlijk! Ze gaan met vreeze èn groote blijdschap! Want hoe vreeselijk was deze plaats! Ze hebben ontdekt het Messiaansche geheim van hun Heiland! Gewisselijk, de

Heere is aan deze plaats! En Hij bleek te zijn de Zoon van den levenden God.

Maar het is dan toch tevens oorzaak van groote blijdschap geweest. Blijdschap over hun HeUand en over de grootheid van Zijn macht en heerlijkheid.

En zoo heeft zich de beving van de Kerk van Christus voortgeplant tot op den huldigen dag! Hemel en aarde zijn bewogen door dezen Paaschvorst. Hij heeft de hel doen schudden op haar grondvesten. En Zijn gemeente heeft zidh van af dezen groolen dag opgemaakt om deze booidschap over te brengen aan de einden der aarde met vreeze en groote blijdschap.

Want nu weet de Kerk, dat haar Heiland krachtelijk heeft bewezen te zijn de Zoon van God. En het klinkt tot alle volken en koningen der aarde: „Dient den Heere met vreeze! en verheugt u met beving! Kust den Zoon, opdat Hij niet toome; en gij op den weg vergaat, wanneer Zijn toorn maar een weinig zou ontbranden."

Zoo zult ge ook vandaag met vreeze de heilsmare van Christus' opstanding vertellen. Hoe groot, hoe vreeselijk is onze Heere Jezus Christus!

En toch met groote blijdschap! Want nu behoeft Jezus niet meer Zijn discipelen te verbieden te zeggen, dat H ij, d.i. de Zoon van 'Jahiweh, de iMessias is. (cf. Mt. 16:20). Het wordt nu door Hem bevestigd', dat op deze petra der apostolische belijdenis de Kerk gebouwd zal worden. Tot aan den jongslen dag bouwt de Paaschkoning aan Zijn Kerk! En de poorten der hel zullen Zijn gemeente niet overweldigen. En zoo verheugt Zijn Kerk zich met beving! Want Hij bewijst dagelijks te zijn de Zoon van den levenden God.

Geloofd zij God! Geloofd zij Jezus Christus!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 maart 1937

De Reformatie | 8 Pagina's

HOOFDARTIKEL

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 maart 1937

De Reformatie | 8 Pagina's

Bladeren