Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

UIT HET POLITIEKE EN SOCIALE LEVEN

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

UIT HET POLITIEKE EN SOCIALE LEVEN

9 minuten leestijd

Rationalisatie en Mechanisatie.

III.

In het vorige artikel is reeds opgemerkt, dat tengevolge van de rationalisatie en mechanisatie verschuivingen op het gebied der voortbrenging zijn opgetreden, die aanvankelijk gunstige resultaten gedeeltelijk hebben teniet gedaan.

Mr Colenbrander betoogde in zijn artikel in „A.R. Staatkunde" (vierde kwartaal 1937), dat de ontwikkeling der techniek in bet algemeen geen nadeelige gevolgen voor de werkgelegenheid had behoeven te hebben, indien „niet diverse andere factoren" hun werking hadden uitgeoefend. Zoo bijvoorbeeld de ontwrichting van het wereldhandelsverkeer, de industrialisatie van landen, die tot voor kort als zoodanig op de markt geen rol speelden, de intrede van de ongehuwde vrouw In het productieproces (waardoor in elk geval volwassen mannen werkloos werden), de arbeidsduur en enkele andere.

Ons bezwaar gold de gespatiëerde uitdrukking. Het is o.i. verkeerd om hier van „andere factoren" te spreken. Want hun werking is het directe gevolg van de rationalisatie en mechanisatie.

Het is niet onze bedoeling om in deze artikelen uitvoerig over de twee eerste factoren te handelen. (Er bestaat trouwens tusschen die beide innige samenhang). Wij hopen elders daarover meer te schrijven. Enkele opmerkingen mogen hier voldoen.

De ontwikkeling der theoretische en toegepaste natuurwetenschappen heeft het mogelijk gemaakt om geheel nieuwe grondstoffen voor de vervaardiging van afgewerkte producten te gebruiken. Verschillende landen, die tot dusverre arm aan grondstoffen waren, kunnen nu materiaal van „eigen bodem" verwerken, en hebben daardoor veel minder behoefte aan de producten hunner vl-oegere leveranciers. Zelfs wanneer de normale handelstbetrekkingen hersteld zouden worden, zullen de nieuwere industrieën i) blijven bestaan. Zij leveren dikwijls volwaardige artikelen, die uit het leven der voortbrenging niet meer weggedacht kunnen worden. We noemen slechts de stapelvezels en de kunstharsen. Daarom is het zelfs de vraag of het ooit tot volledig herstel der „normale handelsbetrekkingen" zal komen.

Nu kan hiertegenover worden ingebracht, dat de fabricage van de hier bedoelde stoffen (die alleen, zooals trouwens bij elk chemisch proces, oeconomisch mogelijk is door toepassing van volledige mechanisatie) toch bedoelt het „levenspeil" te verhoogen, en daarin, althans gedeeltelijk, ook geslaagd is.

In zekeren zin aanvaarden wij deze bedenking. Men worde echter bij de beoordeeling van het geentameerde probleem niet al te sterk geboeid door de veelsoortige, veelvormige en veelvervige kleeding van den tegenwoordigen tijd, noch door het prachtige materiaal, dat de persen der kunstharsenfabrieken — radio„kasten", de accessoria der auto's, sieraden, enzoovoorts — verlaat. Want de vervaardiging van talrijke zoogenaamde syn-

thetische stoffen (niet in de eerste plaats dte hier genoemde) gescliiedL in de autarkiscbe landen op kosten van. de consumptieve kracht der bevolking. Niet alleen is het enorme kapitaal in de hier bedoelde bedrijven gestoken, voor een belangrijk deel aan de consumptie onttrokken, maar ook de pro*ducten in die industrieën gemaakt, vormen (door het gedwongen verbruik) een zwai-e belasting voor het toch al weinig koopkrachtige publiek. Schijnbaar wordt het „levenspeil" verhoogd: ©en veelheid van goederen, die anders door gebrek aan grondstoften niet kunnen worden geproduceerd, is beschikbaar. In werkelijkheid veroorzaken de fabricage èn de consumptie intering van het kapitaal.

Daar komt nog bij, dat door de ontwikkeling der techniek, de overheid in de aangeduide landen een belangrijke macht over het industriëele leven verkregen heeft. Zij schrijft eenvoudig dwingend zoowel de productie als de consumptie voor. Waar de bedl-ijfseconomie bepaalde grondstoffen als te kostbaar zou afwijzen (steenkool voor benzine of voor vetzuren, hout voor suiker bijvoorbeeld), beveelt de slaat de voortbrenging daarvan, omdat hij (geleid door militaire overwegingen) oeconomisch onafhankelijk wil zijn. En de leiding kan dit doen, daar, van zuiver technisch standpunt bezien, de verwerking mogelijk is.

Het is te vroeg om over het hier slechts even genoemde probleem een volledig oordeel uit te spreken. Maai- één conclusie staat vast: de moderne ontwikkeling der techniek oefent nu reeds haar invloed op de grondstoffenmarkten uit, en het gevaar is niet denkbeeldig, dat verschillende cultures of gewinningen op den duur schadelijke gevolgen van die evolutie zullen ondervinden, en daardoor ook de landen, die bij de productie van tot dusverre sterk begeerde grondstoffen belang hebben.

Daarom zij men ook voorzichtig met de opmerking, dal de ontwikkeling van het oeconomisch© leven in de landen, die naar zelfvoorziening streven, slechts een crisis verschijnsel is. Slaagt zij, dan zal de afzet van de grondstoffen, die tot nu toe de eerste plaats innamen, nog meer moeilijkheden ondervinden dan nu reeds hel geval is. Verhooging van het levenspeil (door de techniek) in het eene land, hoeft dan verlaging daarvan in andere gebieden tengevolge. Mislukt haar streven dan zullen enorme kapitalen verloren gaan. Dat beteekent armoede. Een tijdlang is dan het „levenspeil" op hooger niveau gebracht. Deze geforceerde verhooging zal zich echter wreken. De techniek bevindt zich in een gevaarlijk stadium. „Oude, beproefde" grondstoffen worden „verlaten". Zij vraagt lang niet overal, zooals vroeger het geval was, naar het be s te ruwe materiaal, maar naar dat wat het dichtst bij de poorten der fabrieken te vinden is. Niet alleen in de aularkische landen!

Deze opmerkingen mogen voorloopig voldoende zijn om aan te toonen, dat die oeconomische gevolgen van do ralionalisalie en mechanisatie niet zoo gemakkelijk kunnen worden overzien. De abnormale toestanden, waaronder wij gebukt gaan, zijn mede een gevolg van hun werking.

Deze gedachten leiden vanzelf tot een nadere beschouwing van de kwestie der kapilaalinvesteoringen. Hel is jammer, dat zoowel Mr Colenbrander als de redacLeur van „De Opbouw", wiens artikelen wij ook in deze discussies betrekken, daarover zoo weinig mededeelen.

Luisteren wij allereerst naar een oordeel van Minister Steen berg he, onlangs in de Memorie van Antwoord aan de Eerste Kamer, inzake het ontwei-p-Bodrijfsverg-unningswet uitgesproken. „Een van de belangrijkste verschijnselen welke gedurende de laatste decennia hun stempel op het voorlbrengingsproces hebben gedrukt", aldus Z. Exc, „is het steeds sterker geprononceerde kapitaal-intensieve karakter van de voortbrenging. De vervaardiging van een aanzienlijk deel der nijverheidsproduclen gaat gepaard' met enorm© kapitaalsinvesleeringen in technische installaties, waardoor het aandeel van de vaste kosten in den kostprijs dezer producten zeer aanzienlijk is. Deze omstandigheid houdt in zich een steeds aanwezige tendenz tot overmatige uitzetting van de productie boven de behoefte van de markt. Een prijsdaling, welke in het algemeen reeds wijst op een oververzadiging van de markt, zal voor de ondernemers een prikkel vormen niet om de productie in te krimpen, doch deze nog verder uit te breiden, aangezien hierdoor de kostprijs wordt verlaagd. Hetpr ij s mechanisme heefthier zijn correctieve werking verloren, met als gevolg ontwrichting van de bedr ij f stak ken, groote kapitaalverliezen, dus nadeel voor die bedrijfsgroepen en voor de gemeenschap". (Wij spat.) Klaar zijn in dit oordeel de gevolgen der rationalisatie en mechanisatie voor het leven der voortbrenging lol uitdrukking gebracht.

Niet alleen de staten, welke naar zelfvoorziening streven, lijden onder de kapilaal-investaties, ieder land, ook het onze, ondervindt ze. We erkennen: er is belangrijk verschil. Daarnaast bestaat echter grootere overeenkomst dan hier en daar wel wordt aangenomen. Hel karakter der moderne technische productiemethodes verloochent zich nergens.

Het feit, dat het den kapitaal-intensieven bedrijven slechts goed gaat wanneer hun totale capaciteit benul wordt, maakt hen in hooge mate gevoelig voor de „conjunctuur". (Eigenlijk is dit te mechanisch uitgedrukt: het beslaan van talrijke zulke bedrijven is een factor, die mede op iedfer oogenblik de „conjunctuur" bepaalt). Men denke slechts aan de kunslzijde- en aan de staalindustrie. Er zijn ti-ouwens veel meer voorbeelden. Wanneer de productie beneden een bepaald percentage der capaciteit daalt, lijdt de fabriek verlies, ook al kan zij nog een „vrij goeden prijs" maken. De gevolgen daarvan zijn in het aangehaalde gedeelte uit de „Memorie van Antwoord" uitnemend beschreven; daaraan behoeft niets toegevoegd' te worden. Tot welke abnormale toestanden het tegenwoordige leven der voortbrenging leiden kan, geeft het volgende voorbeeld duidelijk aan.

Een der grootste Engelsche blikondernemingen (in Wales) heeft met enorme kosten een nieuwe fabriek gebouwd, geheel „up to date". Tot op heden werkt zij, practisch gesproken, niet. Want haar productie zou de blikmarkt geheel in de war brengen; zij zou al prodiiceerende zichzelf en al haar medebedrijven vernietigen.

Die gevoeligheid der moderne technische bedrijven is mede een der oorzaken van de huidige stagnatie op de kapitaalmarkt. Het geld is nooit zeker van zijn rendement. Vandaar de groote aarzeling om bel te beleggen. Juist de tegenwoordige abnormale toestand: opeenhooging van werkeloos kapitaal aan de andere zijde en daartegenover honderdduizenden werklooze ai-beiders, leert ons veel. Hij is mede een gevolg van de technische ontwikkeling.

Daar komt nog iels bij.

Iedere moderne kapitaal-intensieve industrie moet in korten tijd haar installaties afschrijven, daarboven extra reserves vormen, en bovendien groote sommen besteden voor onderzoekingen. Niet alleen omdat sommige machines snel „slijten", vooral ook omdat altijd gerekend moet worden met uilvindingen, die plotseling totale vernieuwing van de apparatuur eischen. En zijzelf mag in het zoeken naar nieuwe procedé's niet achterblijven. Hel zou haar ondergang kunnen beteekenen.

Men bestudeere maar eens de verschillende jaarverslagen. Overal worden belangrijke gedeelten der winst gereserveerd; soms keert de leiding met tegenzin dividend uit; zij zou liefst alles achterhouden om de financiëele positie krachtiger te maken. Maar straks moet zij voor uitbreidingen misschien een beroep op de kapitaalmarkt doen. En dan vormen een reeks „mooie dividenden" een goede aantrekkingskracht.

En de gevolgen van de werkloosheid van het kapitaal? Het geroep, dat de Overheid hier zal ingrijpen is niet van de lucht. „Zij moet de vicieuze cirkel doorbreken." Want groote scharen wachten op werk. In naam van al deze getroffenen wordt de eisch gesteld, dat de regeering de gestoorde geldcirculatie zal herstellen.

Wij onthouden ons op het oogenblik van een oordeel over die eischen, conslateeren slechts hel feit. Er is misschien inderdaad geen andere mogelijkheid.

Dat is de groote tragiek. Nu „helpen", met de kans dal die hulp slechts schijnhulp is, of nog erger: op den duur schade veroorzaakt. Of „afwachten" 2) in de overtuiging dat pas straks werkelijk hulp verleend kan worden. En tevens de zekerheid hebben, dal thans door de werkloosheid de werkkracht van hel volk verzwakt.

De technische ontwikkeling plaatst voor groote moeilijkheden.

Enkele andere dan de nu genoemde, hopen we in een volgend artikel te behandelen. Zij hangen ten nauwste mei het kapitaal-intensieve karakter der moderne industrieën samen. Deze bedrijven moeten namelijk ook „arbeids-intensief" zijn.


1) Wie zich voor deze industrieën interesseert, moge verwezen worden naar artikelen, die daarover in het tijdschrift „Op den Uitkijk" verschijnen (vanaf Februari 1938).

2) Namelijk met betrekking tot de geldcirculatie. Onze regeering neemt tal van maatregelen op het gebied der werkloosheidsbestrijding.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 20 May 1938

De Reformatie | 8 Pagina's

UIT HET POLITIEKE EN SOCIALE LEVEN

Bekijk de hele uitgave van Friday 20 May 1938

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken