Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

UIT HET POLITIEKE EN SOCIALE LEVEN

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

UIT HET POLITIEKE EN SOCIALE LEVEN

8 minuten leestijd

„Wat de Staat kan doen”.

In een belangwekkend artikel (getiteld „Heroriënteering") geeft de heer F(uykschot) in „De Gids" (orgaan van het C. N. V.) van 10 Nov., een beschrijving van de totaal gewijzigde eoonomische en politieke verhoudingen in Europa. Volkomen terecht besluit de schrijver, dat de omwenteling, die zich in ons werelddeel voltrokken heeft, ook voor ons land gevolgen heeft. En hij meent dat ons bedrijfsleven in den nieuwen strijd, dien het wacht, zonder de krachtige hulp en het initiatief van de overheid, weinig zal kunnen beginnen. In dit verband wijdt de heer F. ook eenige zimien aan da werkloosheidsbestrijding en aan de besprekingen, die in de Tweede Kamer zijn gehouden naar aanleiding van de „Tariefmachtigingswet".

„De regeering", zoo luidt het, „kwam met voorstellen tot stimuleering en bescherming van de industrie. In het parlement dreigde dit bijna op een kabinetscrisis uit te loopen.

Ziet men in de Tweede Kamer niet den econo^ mischen stormloop van het fascisme en verwante groepen? Wij hebben den indruk, dat het in den parlementairen strijd niet ging om bijkomstigheden, maar om de tegenstelhng tusschen de vrijhandelsidee en de Tilburgsche economische school. De roomsche economen en sociologen zij n voor het meerendeel op Tilburg en Nijmegen georiënteerd, waar het protectionisme nietals een t ij d e 1 ij k e n O' o d z a k e 1 ij k h e i d, maar als een principiëele eisch wordt gesteld."...

„Er is een geest van heroriënteering werkzaam, die naar economische selfhelp voert. De roomsche volksgroep wordt hier do or eigen' mannen naar volledig protectionisme gestuwd. Daartegenover hebben de liberale economen nog steeds een sterke stelling in hun vrijhandelsburcht. Den sociaal-democraten ontbreekt het voorts niet aan knappe economen, die bet meest naar het liberale vrijhandelsprincipe overhellen.

De protestantsch-christelijke volksgroep bezit helaas geen leidende figuren op economisch gebied, zoodat in onzen kring geen eigen geluid wordt vernomen.

Wordt het niet hoog tijd, dat voor deze volksgroep een economisch centrum wordt geschapen? " Tot zoover de heer F. (spat. van ons.)

Wat ons eerst opvalt, is zijn oordeel over de belangrijkheid van het Tilburgsche centrum. In ons vorige artikel hebben we er reeds op gewezen, dat wij goed zullen doen met kennis te nemen van de publicaties der Katholieke soiciologen, in het bijzonder van die, welke in hun maandschrift „Economie" verscliijnen. De beteekenis b.v. van het opstel van den heer Truyen, dat ons reeds eenigen tijd bezighoudt, gaat ver uit boven die van beschouwingen van verschillende andere deskun-

62 üigen op economisch gebied. Men zou kunnen zeggen, dat zijn werk m«t dat zijner nnede-auteurs, in het bijzonder dat van de leermeesters, een politiek program vormen. Een pl'ogram, dat op verwezenlijking aandringt. Punt voor punt.

De vorige maal hebben wij eenige aandacht geschonken aan maatregelen, die volgens den heer Truyen het parliculiere bedrijfsleven zou kunnen en moeten nemen om de rationalisatie-werkloosheid te bestrijden, „om", zooals het heet, „de maatschappij van het moderne ziekteverschijnsel der ralionalisatierwerkloosheid te verlossen".

De schrijver besloot echter zijn opsomming met de woorden:

„De doorvoering van deze maatregelen van het parliculiere bedrijfsleven gaat het bedrijfseconomisch en sociaal raam van de afzonderlijke onderneming verre te boven. Op zijn minst is daarvoor reeds een bedrijfstaksgewijze regeling noodzakelijk. De regeling in den bedrijfstak, op zichzelf al ingewikkeld genoeg, wordt nog veel ingewikkelder voor de belieersching van de economische en socialie verhoudingen in de moderne maatschappij, als de overheid zich met de regeling der ledmiek] gaat bemoeien. Deze bemoeiing'! gaat in die richting van de regeling van pro du et ie en van de organisatie vanden menschelij k©n arbeid".

Op deze woorden laat de heer Truyén nu een overzicht volgen van wat de Staat zou kunnen doen om het ontstaan van overcapaciteit te verhinderen, wat dus de taak van de overheid op het gebied van de regeling der productie, alleTeerst zou kunnen zijn, opdat niet plotseling een overproductie zal ontstaan, tot groote schade van het bedrijfsleven.

De Staat, zoo luidt het, kan het ontstaan van die „over-capaciteit" verhinderen, „door het invoeren van concessiedwang voor de oprichting van nieuwe ondernemingen (contingenteering van de in v es tee ring en), en door het voorschrijven van normen bij oprichting van nieuwe, en uitbreiding en gebruikmaking van oude bedrijven (oprichting van d w a n g c a r t e 1 Si)". (Zooals bekend bestaat er sinds korten tijd een wet, die de oprichting van bepaalde nieuw© bedrijven aan de goedkeuring der overheid onderwerpt. Zij is^ als wij ons niet vergissen, mede met het oog op de vestiging van de voor ons land nieuwe aluminium-industrieingevoerd, teneinde ongewenschte concurrentie te voorkomen).

De Staat kan, vervolgt het artikel, „de slechte gevolgen der bestaande overcapaciteit verzachten door invoering van een vergunningstelsel voordegebruikmakingvanoiudeenhet invoeren van nieuwe machines (temporiseering van de mechanisatie) en door con tingen te er ing van de productie".

„Productie-regelend kan de Staat eveneens optreden, door de bevordering van de invoering van het systeem van vooirbereiding en begrooting van de toekomstige productie en afzet per bedrijfstak, waardoor een zoo groot mogelijke spreiding van de werkgelegenheid over het heele jaar kan worden verkregen (planning en forecasting). (Het Engelsche werkwoord to forecast beteekent voorspellen; het wordt voornamelijk ten aanzien van een ander „conjunctuurverschijnsel", n.l. d'at van het weer, gebruikt.)

Met opzet hebben wij eenige zinnen gespatiëerdi laten drukken; zij geven aan welk een grooten invloed de Staat op die wijze op het bedrijfsleven verkrijgt. Hij zal bepalen of en hoe een nieuw bedrijf zal worden opgericht, welke machines gebruikt mogen worden, en hoe groot de productie per bedrijf mag zijn. Zulke „afspraken" zijn niet onbekend; ook de „trust" of het „cartel" oefent dwang in die richting uit, en reeds is meer dan eenmaal de hulp der overheid ingeroepen om een bepaalde overeenkomst verbindend te verklaren (zoo in de textielbedrijven, vooral ten aanzien van de verdeeling der werkgelegenheid voor de vervaardiging van bepaalde exportgoederen). Maar hetgeen hier gesuggereerd wordt, beteekent nog een veel krachtiger beheersching van het bedrijfsleven, vooral wanneer het „systeem van voorbereiding en begrooting van de toekomstige productie en afzet per ibedrijfstak" ingevoerd zou worden. Men denke ter vergelijking maar eens aan de 1 a n d b O' u w c r i s i s w e 11 e n en hun gevolgen. Of aan de „verk eer scoördinatie" (spoor, tram en autobus).

Er is echter nog meer. „Uitgaande van de aanbodzijde van den arbeid, kan de Staat eveneens de invoering van nieuwe technieken remmen, door het stellen van verdere voorwaarden, waaronder de menschelijke arbeidskracht gebruikt mag worden.

Eenerzijds kan de Staat op de arbeidsmarkt regelend ingrijpen door de invoering van de arbeidsverkortingmet behoud van het oude loon, dwingend voor te schrijven, en regelen te stellen omtrent minimumloon, werktijden en verdere arbeidsvoorwaarden". (Zooals b.v. in de Vereenigde Staten geschiedt. Men den.ke.aan de bekende „Wages' and hours' bUl", die nog niet zoo heel lang geleden van toepassing is geworden.) „Anderzijds kan hij het aanbod van menschelijke arbeidskrachten direct en indirect beïnvloeden. Direct door inkrimping van het aanbod, tengevolge van de invoering van den arbeidsdienst en uitbreiding van den militairen dienst, da bevordering van het terug\doeien in de huishouding van vrouwelijke arbeidskrachten, het tegengaan van den trek naar de stad, het trekken van 1 e e f t ij d s g r e n z e n, het bevorderen der emigratie, de verhooging van den leerplichtigen leeftijd, het in de hand werken van het pensionneeren en van de verlaging van den pensioengerechtigden leeftijd. Indirect door maatregelen ten aanzien van de vakopleiding en het leerlingwezen, de herscholing, de plaatsing en de distributie van de werknemers, het recht van ontslag en de verplichte arbitrage van arbeidsgeschillen".

Onwillekeurig denken we bij het lezen van deze opsomming, die voor zichzelf spreekt, aan verschillende wetsontwerpen, die onlangs door het departement van Sociale Zaken aangekondigd zijn.

Het is zonder meer duidelijk, concludeert de heer Truyen, dat de regeling van den technischen vooruitgang door dit complex van maatregelen een vr ij e economie on ra oge 1 ij k en een geleide economie noodzakelijk maakt.

Hij voert dan een zeker pleidooi voor een „mengvorm" (zooals de schrijver dat uitdrukt) van vrijheid en gebondenheid. Maar, (en dat laat duidelijk' zien dat het aantal vrijheidsgraden in dien mengvorm zeer gering is) zegt de auteur met nadrukl, „ook in dezen mengvorm van vrijheid en gebondenheid, of van naar zekere mate gebondene vrijheid, al naar gelang de concrete omstandigheden dit vorderen, zal de overheid bij de controle v an de productie en van de arbeidsmarkt niet stil kunnen blijven staan. Eenmaal de quanütaüeve controle aangevangen van de productie van de binnenlandsche industrie, om deze aan den afzet aan te passen, zal een nationaal geleide economie zich, met het oog op de werkgelegenheid, moeten uitstrekken tot de controle van den im- en den export en tot de beheersching van het binnenlandsch verbruik".

„De duurzame regeling in grooten stijl van de productie zou derhalve als direct gevolg moeten hebben oip economisch gebied: contingenteeringvan den invoer, om het aandeel van hel buitenland in de binnenlandsche markt vast te stellen, of te beperken; regeling c.q. con tingen t eering van den expo'rt, om het aandeel in den export te bepalen; regeling van het prijsmechanisme voor den afzet in het binnenland, het geven van export premi es en het doen van heffingen bij den invoer".

Laten we het nu bij de weergave van deze suggesties laten. Zij vormen een indrukwekkend geheel; zij laten zien hoe de economische toekomst van ons land door een belangrijke en zeer invloedrijke volksgroep voorgesteld wordt.

De heer Truyen geeft echter nog meer, en ook dat is de moeite van het overdenken waard. Daarover een - volgend keer.

We willen echter gaarne eerst aandacht schenken aan de slotzinnen van het artikel van den heer Fuykschot, aan het begin aangehaald.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 november 1938

De Reformatie | 8 Pagina's

UIT HET POLITIEKE EN SOCIALE LEVEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 november 1938

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken