GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

UIT DE HISTORIE

Bekijk het origineel

Bladeren
+ Meer informatie

UIT DE HISTORIE

9 minuten leestijd

INTER NOS.

PAPE - de Afscheiding - JANSSEN.

VIII.

Eeredienst, Justitie en N. H. Kerk zwaaien samen den axt.

Tot in den zomer van 1835 scliijnt Scholte vrij ongehinderd te hebben kunnen preeken, na de samenkomst der Haagsche Synode wordt dat echter anders.

Reeds den 18en Juni schreef Janssen, (naar aanleiding van een vraag van den burgemeester Vergouwen te Sprang aan Pape: hoe te handelen „indien men godsdienstige bijeenkomsten Meld boven een bepaald aantal personen") den scriba het volgende :

„Om u geheel au courant te stellen van hetgeen gedaan kan en moet worden tegen ongeoorloofde godsdienstige bijeenkomsten, zende ik u vertrouwelijk kopy van een rapport, door ons Departement, met dat van Justitie aan den Koning uitgebragt en waarmede Z. M. zich heeft ver- € cnigd. Daarin wordt juist omschreven wat vanwegens het burgerlijk gezag en wat vanwegens het regterlijke ten deze behoort te geschieden."

De Haagsche Synode dringt vervolgens bij „Justitie" op maatregelen aan, en daarna zien we allerlei Eerwaarden en Edelachtbaren eendrachtelijk samenwerken om de hagepreeken te verstoren.

Op 19 Juli kan Scholte den burgemeester van Genderen nog antwoorden „dat de Regtbanken reeds meer dan een uitspraak gedaan hadden, waaruit bleek, dat art. 291 niet applicabel was", maar de Rechtbank te Tiel (begin Augustus) velt het eerste ons bekende veroordeelend vonnis (De kwestie-Ulrum valt hierbuiten). Daarop volgt het emde van Scholte's tournee, de wilde verstoring te Gameren. (23 Augustus).

„Te Almkerk", zoo meldt Pape 17 Juni nog, „is hel voorshands rustig, overigens hoort men in geene gemeente verder van woelingen, tenzij dan dat men uit sommige hoopsgewijze naar de Veenschen en Almkerkschen heenstroomt. Vertrouwelijk gesproken zijn de Predikanten van Steenwijk, VVoudrichem, Giessen etc. etc. ook door hun Laodiceïsme zelve veel de oorzaak van dit verloop hunner gemeente."

Op last van de Synode, schrijft het Provinciaal Kerkbestuur het Classikaal Bestuur aan (27 Juli), om Meerburg en Van Rhee ernstig onderhanden te nemen terwille van hun request aan de Synode (Ie vergrijp).

Spoedig daarop', N.B. 14 dagen nadat Pape het bestuur van den ring Woudrichem bij zich heeft gehad „om mij over Mcerburg te spreken", en hen beloofd heeft „dat wij den huichelaar onder de Oogen zouden zien", komt er een aanklacht uit Almkerk zelf (3 Aug.). Twintig gemeenteleden, n.l. een paar raadsleden, de dokter, ontvanger, gemeente-secretaris en andere dorpsnotabelen, onder aanvoering van burgemeester Duyser, beklagen zich dat hun predikant thans de Evang. Gezangen, „die zulk een weldadige streklcing hebben", in 't geheel niet meer laat zingen (2e vergrijp).

Pape is met dit stuk „regt in zijn schik" (16 Aug.), want het request op zichzelf bevat te weinig reden tot beschuldiging. Een brief, gedateerd 5 Augustus, waarvan we ook enkele gedeelten over Scholte citeeren, bevat nog een (3e) vergrijp dat Meerburg ten laste zal worden gelegd:

„Te Tiel is de eisch [tegen Scholte — wegens prediking te Vuren, B.] Zaterdag 1.1. f95 boete geweest, en dus het maximum. Hij heeft zig zelven verdedigd, en de jonge Van Hall uit Amsterdam, was de advocaat der nieuw gecreëerde ouderlingen en diakenen uit Vuren. Den volgenden dag heeft Scholte de stoutheid gehad, om te Tricht te prediken, derhalve onder den rook van Tiel. Heden zal de uitspraak te Tiel geschieden, en ik hoop dezelve nog te vernemen voor ik dezen sluit.

„Callenbach, Meerburg en Van Rhee hebben Scholte naar Sprang vergezeld, en zijn tegenwoordig geweest bij zijne oratie. Openlijk kiezen dezen derhalve zijne partij, en werken niet minder in het duister. Binnenkort zullen wij Meerburg en Van Rhee voor eene commissie citeeren, en als Qiet naar mijn zin gaat, dan gaan zij den weg van S. op. Van Rhee (wil men) heeft zijne gemeente verzocht zich af te scheiden, dog ik geloof niet dat de vlieger heeft willen opgaan.

„Het rekest van Van Rhee en Meerburg (een wonderlijk stuk!) heb ik van Augustini ontvangen „ter informatie, en met last om daaromtrent naar de bestaande verordeningen te handelen". Ik weet eigentlijk niet, wat wij met dit stuk maken zullen, want niet dan zijdelings kan er uit gedecideerd worden, dal Van Rhee en Meerburg tegen Gezangen en Vragen zijn. Gelukkig, dat het niet laten zingen der Gezangen door beiden genoegzame punten van beschuldiging oplevert.

„Er zijn thans 30 curassiers te Genderen. Te Genderen begint men te morren dat Scholte niet bestendig aldaar zich ophoudt, en zijn vrienden niets dan... Curassiers bezorgt. Zoo moet het ook komen. Van Setten zelde mij, dat hij niets verliest, en dat is reeds veel, maar winnen doet hij ook niet, een enkelde der Sectarissen zoude echter bij hem het Avondmaal komen vieren.

„Het is ongelooflijk, welk een spanning de kerkelijke aangelegenheden in deze oorden veroorzaken, en hoe nadeelig zulks voor het Gouvernement wordt. Op zig zelve zijn de belastingen drukkend, de wijze waarop eigendunkelijk de landerijen en huizen worden aangeslagen, hatelijk, en het een en ander werkt mede, om zelfs de goedgezinden zig op het ongunstigst te doen uitlaten tegen het Bestuur; voeg liierbij de woelingen van Scholte, de opgewondenheid der gemoederen bij het landgepeupel ten zijnen voordeele — en UEd. zult genoegzaam gevoelen, dat de stemming over het algemeen verre van wenschelijk is.

„Van Tiel heb ik geen berigt ontvangen; gisteren verhaalde men dat S. te Gameren bij Bommel Ihad gepredikt of zoude prediken. De assessor te Poederoyen is geschorst, omdat hij, in absentie van den burgemeester deszelfs functie waarnemende, S. vergund had te prediken, en zelfs een hooiberg uit den weg had laten ruimen.

„Als S. oefent, dan staat hij doorgaans op een bank voor een huis, of in de deur eener schuur; te Sprang was het letterlijk eene comedie. Een der inwoners van Sprang had een zoetelaarster weten te bewegen, om met een vaatje jenever de schare rond te gaan, terwijl men elders vrouwen •met kersen en pruimen zag venten. Het wordt letterlijk een straatschandaal!"

Een paar dagen later kan Pape melden:

„Scholte is bij de Regtbank van Tiel voor f60 gecondemneerd, en de door hem geïmproviseerde Ouderlingen en Diakenen van Vuren zijn eveneens in de boete geslagen; desniettegenstaande zal S. Imorgen, naar men mij bericht, te Asperen, en 'morgen acht dagen te Genderen preeken (? ).

„De Regtbank van 's Bosch heeft hem nog niet gedagvaard, of deze na de Tielsche uitspraak gewacht heeft, dan of er een andere reden bestaat van vertraging, is mij onbewust.

„Ik ben in mijn schik dat toch eens eene Regtbank art. 292 heeft begrepen te kunnen toepassen, waar wil het ook heen."

Blijkbaar is dit de eerste veroordeeling; het vonnis te Den Bosch luidt later f50 boete.

Woensdag 26 Aug. zal de bovengenoemde Classicale Commissie Meerburg en Van Rhee verhooren.

Janssen schrijft enkele dagen tevoren reeds: „Die twee, — zijn geen menschen die men overtuigen kan; anders zou zulks althans aan den regtzinnigen Morees [spelling-Janssen] wel gelukt zijn, 1— Indien zij buigen, dan zal het alleen zijn voor de vrees van afgezet te worden, indien zij vol-159 ihouden is het, omdat zij grond hebben van elders vergoeding van verlorene tractementen te erlangen."

Met andere woorden: 't Zij deze twee acht geven op onze vermaning of niet, ge moet hen steeds als lage individuen verachten!

De insinuatie over geldzucht is een gebruikelijke. Pape schreef b.v. in verband met de hooge kerkelijke proceskosten te Genderen (17 Juni):

„Van belang oordeel ik veelmeer voor de goede zaak, dat de vlegels [dat zijn hier de Gendersche volgelingen van Scholte, B.] tot betaling, met hoe meer kosten hoe beter, genoodzaakt worden, want ze hebben alles voor de auwe Lier over, behalve het geld, en men tast hen aan de gevoeligste zijde aan, indien men hen op de beurs klopt."

De eene laster heft hier wel de andere op: Wat heeft de „hebzuchtige" Meerburg toch van „gierige" [en bovendien: weinige en arme] geloofsgenooten te verwachten? —

Men kent de vragen die door de commissie aan 'Meerburg en Van Rhee zijn gesteld. Dit voorleggen van enkele vastgestelde vragen was tactiek: men wilde „met de mannen in geene woordenwisseling treden". De antwoorden zijn ook bekend (Zie b.v. Riillmann „Gezelle Meerburg" pg. 105). Pape stuurt ze aan Janssen toe met het bijschrijft:

„Daar de wet hier nog 8 dagen toekent om nadere inlichtingen te suppediteeren, zal men dit tijdsverloop afwachten, en na dato pur et simple het Provinciaal Bestuur op grond van aangewende redenen en bijlagen om de afzetting vragen. Ik ihoop, dat het Provinciaal Kerkbestuur zig ferm •zal gedragen, want laxiteit in deze zaak kan niet anders dan de noodlottigste gevolgen teweeg brengen." „Van Rhee had een ongekende tact en scheen zachtmoedig en bedeesd. Meerburg was ernstig, ontroerd en bleekj de eerste is een schobbert, de tweede een dweeper!"

Het Prov. Kerkbestuur maakt met de gevraagde afzetting van Meerburg en Van Rhee niet zoo'n haast als Pape hoopt, maar is juist zoo „lax" als hij vreest. Velen hunner kennen het aan te wenden Gezangen-besluit van 1808 ternauwernood of in 't geheel niet (evenmin als Pape twee jaar geleden!), nog nooit was er iemand om het nalaten der Gezangen afgezet, en de gevolgen zijn onberekenbaar, — genoeg om de Prov. Kerkbestuur-rechters beschroomd te maken.

Stel eens, dat de gesuspendeerde predikanten niettegenstaande de vonnissen te Tiel en 's Bosch, ongestoord zouden kunnen prediken, dan lijdt het Kerkbestuur toch eigenlijk nog een échec. Dit gevaar is niet denkbeeldig, want, om Verschoor, burgemeester van Sleeuwijk en lid van het Prov. Kerkbestuur maar te laten spreken (4 Sept.):

„Ik verneem dat de afgezette predikant Scholte door de Rechtbank te 's Bosch gister veroordeeld is tot een geldboete van f50, wegens het houden van een ongeoorloofde vereeniging van meer dan 20 personen; — hij moet de zaak zelf verdedigd hebben, en zooals onbevooroordeelde deskundigen getuigen, op een uitnemende wijze, zoodat men zich moeyelijk met dit vonnis kan vereenigen, hoogstwaarschijnlijk omdat liier geen associatie bij ai-t. 291 bedoeld bestaat, dit moet hij overtuigend hebben bewezen. Hoe het zij, onze wetgeving is op dit punt duister en gebrekkig. Zij vordert voorziening, want ik voorzie anders treurige ge- 'volgcn, als de rechtbanken hier of daar S. in het gelijk mochten stellen."

„Het belang er van [van nieuwe wetsartikelen] gevoel ik zeer, daar het ontwijfelbaar is, dat de Predikanten van Veen en Almkerk, wanneer ze zullen worden afgezet, dadelijk in het open veld hier of daar het volk zullen opwinden en ongelukkig als de regterlijke raagt zich dan niet aan de wet kan vasthouden."

Het Prov. Kerkbestuur pakt de zaak dus met poese-voorzichtigheid aan, zoodat Pape, geprikkeld, reeds den 27en Augustus, Janssen te hulp roept:

„Ik reken er op dat UEd. in den tijd Papa van Heusden [„Vader" Ds van Heusden, Praeses Prov. Kerkbestuur] eenen lieven getr zult schrijven, want deze gelooft dat hij langs den zachten(? ) weg veel zal bereiken, en bij knoesten moet men toch den axt gebruiken."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 februari 1940

De Reformatie | 8 Pagina's

UIT DE HISTORIE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 februari 1940

De Reformatie | 8 Pagina's

Bladeren