Vrije Universiteitsblad 1936-37 - pagina 52
58ê Het is waar, dat niemand in staat is objectief te zien en (é omschrijven het karakter van den tijd, waarin hij leeft. Juist omdat wij er middenin staan, er ons dagelijks in bewegen en bewogen worden, er op duizenderlei wijze mede verbonden zijn, en er eene bepaalde houding in aannemen, is het vrijwel onmogelijk hem op die distantie van ons te plaatsen, welke rustige, evenwichtige bezinning vordert. Met voile erkenning hiervan, meen ik toch wel te mogen zeggen, dat op onzen tijd teleurstelling, twijfel, onzekerheid en eene groote mate van vatbaarheid voor extremisme, voor het vervallen in laakbare uitersten, haar stempel drukken. Daardoor ontstaan geweldige geestelijke grondverschuivingen. En zooals door aardverschuivingen in het bergland groote verwoestingen worden aangericht, b.v. aan rotsgevaarten hun steunpunten worden ontnomen, waardoor ze neerstorten in de diepte, alles verpletterend wat ze op hun weg ontmoeten; boomen, welke orkanen doorstonden, worden ontworteld of afgeknapt als waren het rietjes, huizen van hunne fundamenten worden afgerukt, en het gelaat van het landschap wordt vernield, zoo wordt ook door deze geestelijke grondverschuivingen ontzaggelijk veel vernietigd en verwoest, en het gelaat des levens ontadeld en soms tot onherkenbaar wordens toe verminkt. Is het dan wonder, dat zulk een tijd niet geheel zonder invloed blijft op den omtrek van onzen eigen kring, en soms in- en doorwerkt binnen dien kring? Is het wonder, dat daarop opmerkzaamheid en waakzaamheid moeten worden gericht, nu ons leven, anders dan in vroegere tijden, zooveel meer open ligt en dus ook meer vatbaar is voor het ondergaan van verkeerde invloeden? Dit reeds moet ons begrijpelijk doen worden, dat in sommige opzichten stoornissen optreden, welke de goede wederkeerige werking tusschen leven en wetenschap hinderen of schade toebrengen. Zonder nu toch tot het instellen van het onderzoek over te gaan, waarover ik reeds sprak, vergunne U het mij nog op eenige voorwaarden te wijzen, waaraan moet worden voldaan, wil de wederkeerige werking, welke ons voor oogen heeft te staan en door ons dient te worden nagestreefd, haar zegenrijken invloed kunnen oefenen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1936
VU-Blad | 209 Pagina's