Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vrije Universiteitsblad 1936-37 - pagina 18

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vrije Universiteitsblad 1936-37 - pagina 18

1 minuut leestijd

552 gang naar weri<piaats of l^antoor, de sprake uitgaan van dé liefde en offervaardigheid van het Gereformeerde volksdeel voor de instandhouding van een eigen inrichting van Hooger Onderwijs. Het onderbrengen van het laboratorium voor natuurkunde en dat voor scheikunde in één gebouw was door allerlei omstandigheden noodzakelijk, maar het vereischte tevens de noodige voorzorgsmaatregelen. Immers, de natuurkundige werkt in zijn laboratorium met fijne instrumenten, en zijn grootste zorg is het vaak deze instrumenten zoo goed mogelijk te beschermen tegen vocht en stof, daar ze anders de groote nauwkeurigheid, die voor de metingen vereischt is, niet meer zouden bereiken. De scheikundige daarentegen doet bij zijn werk vaak allerlei dampen en gassen ontstaan, die niet alleen een onaangename geur hebben, maar die ook het oppervlak van metalen aantasten en doen „roesten". Deze dampen mogen zich dus niet door het geheele gebouw verspreiden, en zeker mogen ze niet in de natuurkundige afdeeling terecht komen, omdat ze daar het instrumentarium grondig zouden bederven. De beide laboratoria zijn dan ook streng van elkaar gescheiden, en elk in een afzonderlijke vleugel van het gebouw ondergebracht. Beide vleugels komen, op iedere verdieping, uit op de gemeenschappelijke hal, waaraan het breede trappenhuis grenst, dat de vier verdiepingen onderling verbindt. Tevens zijn deze verdiepingen verbonden door een lift, die op iedere verdieping eveneens op de hal uitkomt. Teneinde de mogelijkheid, dat schadelijke gassen en dampen uit het scheikundig laboratorium in de natuurkundige afdeeling terecht zouden komen afdoende tegen te gaan, is bovendien op iedere verdieping tusschen de hal en het scheikundig laboratorium een „luchtsluis" aangebracht. Een groote ventilator zorgt nu zoodanig voor de luchtverversching, dat de lucht in deze „sluis" wordt aangevoerd en dan naar weerskanten de beide vleugels van het gebouw instroomt. Anderzijds heeft het onderbrengen der beide laboratoria in één gebouw ook groote voordeelen. Voor de studenten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1936

VU-Blad | 209 Pagina's

Vrije Universiteitsblad 1936-37 - pagina 18

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1936

VU-Blad | 209 Pagina's