Vrije Universiteitsblad 1936-37 - pagina 56
590 Wijsheid zegt ons, dat de aanvankelijke resultaten van moeizame studie niet altijd aanstonds op de markt des levens kunnen worden gebracht, dat zij dikwijls nog aan eene grondige revisie moeten worden onderworpen, en dat het in hooge mate wenschelijk is hen aan het oordeel van geestverwante deskundigen te onderwerpen, alvorens ze te publiceeren. Wijsheid verklaart ons, dat thetische opbouw, thetische uiteenzetting de voornaamste en meest geƫigende middelen zijn voor het dienen van leven en wetenschap beide, dat polemiek niet mag worden afgekeurd, maar dat zij in den regel moet worden aangewend in den strijd met hen, die ons principieel gram zijn, en dat zij, wanneer zij in eigen kring noodig wordt, moet gericht zijn op het herstellen, het opbouwen van de eenheid. Niemand stelle de vraag, op wien of op wie doelen deze opmerkingen? Zij worden gericht tot U en tot mij. Zij zijn bestemd voor heel het gereformeerde leven en voor heel den gereformeerden wetenschapskring. Tot de gehoorzaamheid des geloofs, de liefde des geloofs, de trouw des geloofs en de wijsheid des geloofs, zijn wij geroepen. Zijn deze werkzaam op de vereischte wijze, dan is en komt het met de wederkeerige werking weer geheel in orde, en zullen ons leven en onze wetenschap daarvan de rijke vruchten plukken. Dan is nog geen enkele vraag beantwoord, geen enkel vraagstuk opgelost, maar de vragen en vraagstukken dragen dan een ander karakter, zij werken dan gansch anders op leven en wetenschap in. Zij nopen dan tot vereeniging in het luisteren naar de waarheid, tot eenheid in bouw en ontwikkeling, tot het met eenparigen schouder staan in den strijd voor God en Zijn Woord, voor de waarheid, welke Hij ons in Zijne genade schonk, en tot de erkentenis dat het hier blijft een kennen ten deele, en dat wij als de heerlijkheid komt het volmaakt kennen zullen deelachtig worden. De Revolutie teistert een groot deel van de wereld. Wij gelooven, dat wij in den storm der Revolutie leven, maar, wie weet, moeten wij straks niet zeggen, dat hetgeen wij thans doormaken niet veel meer is dan een ietwat sterke bries. Niemand weet wat wij tegemoet gaan, wat wij nog zullen moeten doormaken. God
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1936
VU-Blad | 209 Pagina's