GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Buitenland.

10 minuten leestijd

Noord-Amedka. Uit het jongste werk van Dr. S chaff.

II.

De constitutie der Vereenigde Staten van Noord-Amerika verklaart in art. VI, »dat al de senatoren en volksvertegenwoordigers, leden der wetgevende lichamen der onderscheidene staten, en alle ambtsdragers, die het uitvoerend bewind hebben of de rechterlijke macht uitoefenen, door eed of belofte gebonden zijn om de constitutie te eerbiedigen, maar dat het tot verkrijgen van eenig ambt niet noodig is, dat iemand den eenen of anderen godsdienst belijdt."

Deze bepaling was noodig Immers, al waren de «Settlers" uit Europa gekomen om vrijheid van conscientie te genieten, velen weigerden die aan anderen te schenken. In Massachusetts waren de Congregationalisten, in Virginia de Episcopalen overheerschende en dit gedurende anderhalve eeuw In de kwakerkolonie van Pennsylvania werden slechts Kwakers geduld tegen de bedoeling van William Penn; alle wetgevers, rechters en bekleeders van openbare ambten moesten verklaren, dat zij de leer der transsubstantiatie, de aanbidding van de maagd Maria en andere heiligen en het Roomsche misoffer verwierpen als »bijgeloovig en afgodisch, terwijl zij hun geloof in de Heige Drieëenheid en de Goddelijke ingeving er Schrift zouden belijden. Deze eisch bleef an 1703 tot 1776 van kracht. In Rhode Isand mochten de Roomschen een tijdlang niet temmen, maar dit geschiedde niet krachtens e oorspronkelijke charter der kolonie en was iet in overeenstemming te brengen met het eginsel van vrijheid van conscientie, waarvan og; er Williams, de stichter dier kolonie, uitging.

Zij, die de constitutie der Vereenigde Staten pstelden, wisten de vergiftige plant van geoofsvervolging bij den wortel af te snijden, eleerd door de vervolging, die Dissenters en onconformisten in Engeland en ook reeds in nderscheidene Amerikaansche koloniën haden moeten ondergaan, en dit door, in plaats an te vragen naar de belijdenis van een of ndere leer, eenvoudig een eed of plechtige elofte te eischen.

De ontevredenheid met het stelsel van staatserk en de ongerechtigheid tegenover afwijende gevoelens was een der oorzaken van e Amerikaansche revolutie.

Het eerste amendement, dat op de constitutie gemaakt werd, bepaalde, »dat het conres geen wet zou maken om een of anderen odsdienst tot staatsgodsdienst te verklaren of ok om de vrije uitoefening van een godsdienst e verhinderen of wei om de vrijheid van drukers en van spreken te verkorten of ook om et recht van het volk, om op vreedzame wijze te vergaderen, teneinde de regeering te erzoeken om herstel van grieven, te ontnemen.

De constitutie behoefde niet de natie in het leven te roepen, noch haar wetten en een godsdienst te geven, want er bestonden reeds koloniën, die hun eigen wetten hadden en waarvan de inwoners reeds tot verschillende kerken behoorden. In New-England hadden Congregationalisten zieh gevestigd; in Virginië, de Carolinen en Georgia Episcopalen; in New-York Ncderduitsche Geretormeerden; in Maryland Roomschen; in Rhode Island Baptisten; in Pennsylvanië Kwakers terwijl Presbyterianes, Methodisten, Lutherschen, Uuitsche Gereformeerden, Fransche Hugenoten, Moravische broeders, Mennonieten enz enz. over onderscheidene koloniën verspreid waren. Dit maakte, dat Noord-Amerika door de Voorzienigheid bestemd was om een stelsel in toepassing te brengen, waarbij de godsdienstige vrijheid aan allen, hoedanig hunne denkwijze omtrent de eeuwige dingen ook ware, verzekerd werd.

Opmerkelijk is het, hoe van lieverlede de wetten der afzonderlijke staten in overeenstemming gebracht werden met de grondwet der Vereenigde Staten. Dh ging evenwel niet zonder grooten tegenstand; in Massachusetts verklaarde majoor Lusk, lid der wetgevende vergadering, dat hij beefde voor het denkbeeld, dat Roomschen en heidenen ambten zouden kunnen verkrijgen en dat »Popery" en Inquishic in Amerika ingevoerd zouden worden. Zoo verklaarden zich velen, doch eindelijk kwam het tot het verleenen van volkomen vrijheid.

Nu was evenwel de constitutie niet in overeenstemming met de conjessie van Westminster, die in vele kerken van kracht was. De Presbyteriaansche kerk had in 1729 de confessie van Westminster aanvaard, met uitzondering evenwel van het 20ste en het 23ste artikel, omdat daarin beleden wordt, dat de overheid controleerende macht heeft over de synoden, met betrekking tot de uitoefening harer macht, en ook omdat der overheid in genoemde confessie het recht wordt toegekend iemand om zijii godsdienst te vervolgen. De synode van Philadelphia in 1788 maakte de volgende verandering in den tekst van de Westminstersche confessie:

I Art. 23. De burgerlijke overheid mag zich de bediening van het Woord en de Sacramenten niet aanmatigen, evenmin als haar de sleutelmacht toekomt, of zich ook maar in het minst met zaken betreffende het geloof inlaten. Toch is het de plicht van de burgerlijke overheid om de kerke onzes Heeren als voedsterheer te beschermen, zonder de voorkeur te geven aan de eene kerk boven eene andere, zoodat alle geestelijke persenen, tot welke kerk zij mogen behooren, volle enj onaantastbare vrijheid zullen hebben om elk deel hunner heilige werkzaamheden te verrichten zonder dat hun daarbij geweld wordt aangedaan of hunne personen gevaar loopen ; en daar Jezus Christus een geregeld bestuur en tucht voor zijne kerk heeft ingesteld, zoo zal geen wet, ten algemeenen nutte gegeven, de uitoefening daarvan onderbreken, beletten of verhinderen onder de vrijwillige leden van een of andere kerk, overeenkomstig hun eigen belijdenis of geloof Het is de plicht der burgerlijke overheden de personen en den goeden naam van al de on derdanen te beschermen, zoodat niemand onder het voorwendsel van zijn geloof of ongeloof beleedigd, geweld aangedaan of mishandeld mag worden; terwijl het ook de taak der overheid is, te zorgen dat alle godsdienstige en kerkelijke vergaderingen ongehinderd kunnen plaats hebben, "

Volgens de oude redactie der confessie was het de taak der overheid, te zorgen dat de éénheid en de vrede der kerk bewaard bleven en dat de waarheid Gods daarin zuiver werd gehouden; dat alle godslasteringen en ketterijen onderdrukt, alle bederf en misbruik in eeredienst en leer voorkomen of hervormd werden en zorgdragen, dat alle ordinantiën Gods werden nageleefd. Om dit des te beter te bereiken, heeft de overheid macht om synoden bijeen te roepen, daarbij tegenwoordig te wezen, en zorg te dragen dat alles wat daarin geschiedt met den Geest Gods in overeenstemming zij."

Het voorbeeld, door de Presbyteriaansche kerk gegeven, werd nagevolgd door de Protestantsche[ Episcopale kerk, die zich als een afzonderlijke gemeenschap had georganiseerd, tengevolge van de scheiding van kroon en kerk van Engeland in 1785.

En, al namen ook andere kerken het niet uitdrukkelijk in haar geloofsbelijdenis op, waarheid is, dat de onafhankelijkheid der kerk van den staat ook door de kerken, die het meest aan de leer der vaderen vasthouden, algemeen is aan\aard.

Dit is echter niet opeens geschied. In New-York en Virginia was de band tusschen kerk en staat verbroken vóór het totstandkomen van de Federale Constitutie; in andere staten zijn er nog staatstraktementen uitbetaald, schoon er geen vervolging plaats had. Connecticut en Massachusetts behielden tot 1818 en 1833 de macht om belasting te heffen ten bate van de Congregationalistische kerk. Toen die belasting werd afgeschaft, vreesden vele verstandige lieden, die het goed meenden met de kerk, de ergste gevolgen voor den godsdienst, maar hunne vreezen werden gelukkiglijk beschaamd d«or de uitkomst.

Engeland. Spurgeons strijd. Niets boezemt ons in deze dagen, wanneer wij den blik wenden naar Engeland, zooveel belang in, als de strijd, door Spurgeon aangebonden. Belangrijk is het, na te gaan, hoe het beginsel van scheiding langzaam, maar zeker in het hart van het Engelsche volk veld wint, — droevig is het, op te merken, hoe in den boezem der Episcopale kerk het Romanisme van lieverlede het Protestantsch karakter der Episcopale kerk uitwischt; verblijdend is het, na te speuren, hoe de Christelijke philantropie allerwegen de armen uitbreidt om tegen het uitbreken der ongerechtigheid een dam op te werpen en olie en wijn tracht te gieten in de wonden der maatschappij; doch de beweging, die Spurgeons optreden heeft gewekt, gaat dieper dan alle andere; wij hopen van haar iets goeds voor Engeland... indien zij in de rechte bedding geleid wordt.

Wij hebben reeds aan onte lezers medege deeld, hoe Spurgeon begonnen is de afwijkingen van de moderne-onhodoxie in zijn Downgrade artikel aan te toonen, en den eisch gesteld heeft dat de Unie der Baptisten, waartoe ook Spurgeons kerk behoorde, eene geloofsbelijdenis zou aannemen, en wel die, welke noodig is om te kunnen toetreden tot de Evangelische Alliantie. Het bestuur van de Unie wilde daarvan niets weten en wilde dat de algemeene vergadering van de Baptisten de zaak zou beslissen. Inmiddels had Spurgeon zich reeds van de Unie losgemaakt, terwijl de strijd nog heviger werd, doordat hij de conferentie van predikanten, welke door hem opgeleid waren, ontbond en een nieuwe stichtte, waarin hij enkel dezulken als leden opnam, die verklaarden geen aanhangers te zijn van de zoogenaamde Advanced Thought of liever moderne theologie. Ongeveer vijftig zijner oudleerlingen keerden hem den rug toe.

De strijd werd opnieuw verscherpt door de vergadering van de > Baptist-Association", eene lokale vereeniging van Londen, den lóden April. Op die vergadering werd het Spurgeon tot een verwijt gemaakt, dat hij als oprichter van de «Association" zich tegen het opstellen van eene geloofsbelijdenis verklaard had. Men nam daar echter het voorstel van den heer Dr. Clifford aan, om de vergadering der Unie voor de vraag van al dan niet eene geloofsbelijdenis te stellen.

Zijne tegenstanders rustten ook niet. Op allerlei wijze viel men Spurgeon aan, in voordrachten, dagbladartikelen, brochures enz. De president der Unie, Dr Clifford, schreef in het April-nummer van de Contemporary Review een artikel over > Baptistische Theologie", hetwelk tegen Spurgeon gericht is Daarin geeft hij een overzicht van de dogmatische ontwikkeling bij de Baptisten, waarin hij aantoont, hoe na de 17de eeuw, in de dagen van Gills en Celes, . toen men zoo streng op het dogma stond, de 18de eeuw gevolgd is met zijn rationalistisch streven, en hoe de Baptisten door middel van Fuller daaruit verlost zijn. Schrijver vergelijkt Spurgeon met Fuller, maar betreurt het, dat hij Coles en Gill weder wil laten herleven. Scherp laat hij zich uit over enkele leerstellingen als: de eeuwige verdoemenis, de verzoening van een toornend God. de letterlijke ingeving der Schrift, en verheugt er zich over, dat die leerstellingen hoe langer hoe minder beleden worden. Dr. Clifford bewees door zijn artikel opnieuw, hoe noodzakelijk de stap geweest was, dien Spurgeon deed, namelijk zich van een Unie losmaken, waarvan de voorzitter zoo schaamteloos de grondwaarheden der Schrift durft loochenen.

De Evangelische Alliantie had reeds vóór het uitbreken van den strijd besloten, een reeks van voordrachten te laten houden over de «hoofdwaarheden der Evangeliums''. Behalve de heeren Girdlestone, Genkins, Stuart en anderen sprak voor de Alliantie ook Spurgeon over de «onveranderlijkheid van het Evangelie" voor een gehoor van vele duizenden

Den 23sten April had de met zooveel spanning verwachte algemeene vergadering der Unie plaats in de Groote City-Temple. James Spurgeon, broeder van C. H Spurgeon, had met Williams, evenals hij predikant, een soort van compromis voorgesteld. Bij de punten, die door het bestuur der Unie als uitdrukking van het geloof der Baptisten, aan de algemeene vergadering zouden voorgesteld worden, die James Spurgeon als onvoldoende had veïworpen, zou nog gevoegd worden, dat een ieder uit de Unie zou gesloten worden, die niet de leer van de Drieëenheid, van den zondeval en van de eeuwige straffen, kon onderschrijven. Doch deze bemiddelingsformule werd in zoodanig vage bewoordingen door den heer Williams toegelicht, dat Spurgeon, al werd zij ook door de vergadering aangenompn, haar toch niet kon aannemen. James Spurgeon verklaarde wel, dat hij de formule, in den' vorm eener resolutie voor de vergadering gebracht, kon aanvaarden, wanneer, zij haar losmaakte van de toelichting der voorstellen; doch C. H. Spurgeon zeide, dat hij dit niet kon doen. Hij verklaarde: »Alles is gedaan, wat gedaan worden kon, en toch kunnen wij niet vereenigen. Laat ons ket nu niet meer beproeven, doch Iaat ons ieder onzen weg gaan, eerlijk strijdende voor hetgeen hij meent, dat de geopenbaarde waarheid is." Met andere woorden gaf Spurgeon hiermede te kennen, dat hij de breuk voor onherstelbaar acht, tenzij men zich bekeere tot de oude beproefde waarheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 mei 1888

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 mei 1888

De Heraut | 4 Pagina's