GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

De martelaren.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De martelaren.

4 minuten leestijd

XVIIII,

M4R? £]V de schoenmaker.

In West Vlaanderen ligt het stadje Yperen, dat, in de geschiedenis van de Reformatie der i6e eeuw, eenen naam heeft gekregen, omdat het Evangeh'e daar een van God bereiden en gezegenden bodem vond. In 1547 woonde aldaar een jongeling, met name Marten, die den kost verdiende als schoenmakersknecht. Had de Heere zijn hart geopend, dat hij acht nam op het woord der waarheid, nadat dit aan zijn hart geheiligd was, predikte hl) het ook aan anderen. Doch hierdoor wekte hij den haat der vijanden van de reformatie op. Hij werd gevangen genomen. Vrijmoedig en blijmoedig ging hij de gevangenis in waar hij zeer bestreden werd door een viertal bedelmonniken, die alle pogingen aanwendden, om hem als ketter te doen veroordeelen. Dit ging echter toen te Yperen niet gemakkelijk, want de overheid leende niet gaarne de hand tot het vervolgen en dooden der zoogenaamde ketters. Liever beproefde men hem van zijne gewaande dwaling terug te brengen. Een rijk man van zijne familie bezocht hem m den kerker en stelde alles in het werk, om hem te redden. Vriendelijk begon hij hem aan te spreken en te wenschen, dat hij hem en zijnen anderen vrienden toch met van zijne vriendschap zou berooven. Marten antwoordde, dat hij dit ook niet hoopte. s.Welnu, " antwoordde toen de bezoeker, „wij zijn van plan u uit de gevangenis te helpen. Doch dan moet ge met hardnekkig aan uw gevoelen vasthouden. Of zoo gij dat toch wilt, doe dat in stilte. Al is het leven der priesters slecht, en hunne leer valsch, wat gaat u dat aan. Leef voor uzelven goed en zwijg; laat hen voor wat zij zijn en red uw leven." Doch Marten riep met diepe verontwaardiging in de ziel: »Ach, gij Satan, ga weg van mij, want gij zijt mij een aanstoot. Zal ik den kelk niet drinken, dien de Heere mij geven zal." Daar monniken noch vrienden hem konden winnen, werd onze Marten ten slotte veroordeeld, om levend verbrand te worden. Kort voor zijnen dood lag hij uit het raam te zien naar het aanbrengen van hout voor de mijt, waarop hij sterven zou. Een der werklieden zag hem en riep hem toe: »Ziet gij wel, dat is om u te verbranden." De jongeling ontstelde niet, maar gaf kalm ten antwoord: »Ver­ geleken met het eeuwige, is dit een zeer klein vuur; en voor weinig leed, zal ik eeuwige vreugde ontvangen.

Toen hij aan den paal gebonden was, kwam nog een monnik naar hem toe met de vraag, of hij nog wilde herroepen. Kloekmoedig hernam echter onze Marten: »In geenen deele." »Verdoemd zijt gij dan, " slingerde hem de monnik, zich van hem verwijderende, toe. Doch het volk nam het voor den jeugdigen martelaar op en riep den geestelijke driftig toe, dat hij niet de macht had, de ziel te dooden. Intusschen trok de beul de koorden nauwer toe en verworgde den martelaar. Zijn lijk werd daarna verbrand.

Be vrouwe van BYGAERDEIV.

Margaretha, vrouwe van Bygaerden, de dochter van Jan de Baense, heer van St. Georges, was, door 's Heeren genade, den geloove in Christus Jezus toegevoegd en ijverde zeer voor de eere des Heeren. Dit was geen geheim. Toch was nog niemand haar daarom lastig gevallen Op het einde echter van 1547 kwam er in hare heerlijkheid een geestelijke, die in de kerk den aflaat predikte. Verscheidene hoorders waren diep ontroerd en verontwaardigd over hetgeen zij hoorden. Doch meer dan allen was de vrouwe van Bygaerden gegriefd over deze onteering van den Heere en zijne zoenverdiensten. Zij riep haren zoon, Jan Estor, die zijnen vader als heer van Bygaerden opgevolgd was, tot zich en droeg hem op, den godslasteraar den predikstoel te doen verlaten, »opdat de eenvoudige lieden door zijne valschheid niet zouden verleid en bedrogen en hem den mond gestopt worden". De heer van Bygaerden voldeed aan het verzoek zijner moeder en de aflaatkramer moest de kerk en de heerlijkheid verlaten. Met wrok in het hart begaf de verdrevene zich naar den bisschop en rustte niet, voordat de vrouw van Bygaerden en haar zoon in den kerker waren gebracht. Kort daarop volgde het vonnis des doods over moeder en zoon, hetwelk op het slot te Vilvoorden werd uitgevoerd. Hunne goederen werden geconfiskeerd, niettegenstaande daar nog een dochter was die met Cornells van der Eycken, heer van Riouen, gehuwd was. Gaspard Schets van Grobendonck kocht ze voor 17, 800 gulden, welke de kas des keizers ten goede kwam.

DE GAAY FORTMAN,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 6 juli 1890

De Heraut | 4 Pagina's

De martelaren.

Bekijk de hele uitgave van zondag 6 juli 1890

De Heraut | 4 Pagina's