GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

De martelaren.

Bekijk het origineel

Bladeren
+ Meer informatie

De martelaren.

6 minuten leestijd

XXXIII.

CORIVELIS H4L£WLr.V eit HËSMIN JAWSK.

In de kerk van Antwerpen bleef de vervolging aanhouden, ofschoon de vervolgers beefden en sidderden voor de gevolgen er van, wetende dat het volk meer op de hand van de belijders der waarheid was, dan van de priesters en monniken. Hadde dus 's konings bevel niet tot vervolging aangezet, de overheid van Antwerpen zou, ten minste in 1558 en 1559, den voortgang der hervorming rustig aangezien hebben. Nu was dit anders. Vooral de markgraaf van Antwerpen toonde zich ijverig in het opjagen en gevangen nemen van belijders der Waarheid naar de Heilige Schriften. In het begin van 1SS8 werden op zijn bevel naar den kerker gevoerd Cornells Halewijn, een slotenmaker, van Antwerpen geboortig, en Herman Jansz, een geweermaker uit Amsterdam.

De laatstgenoemde werd vooral beschuldigd, dat hij in zijn huls der kruiskerk een vergaderplaats had beschikt; alsmede dat hij getrouwd was bij de voorstanders der Hervorming. Jansz zeide, dat hij geene samenkomsten in zijne woning had toegelaten, die door God verboden waren, maar alleen welke de Heere in de Heilige Schriften bevolen had. Toen wilde men van hem weten, wie die medebroeders waren, welke bij hem gekomen waren. Doch zelfs de pijnbank kon hem niet dwingen eenigen naam zijner medebelijders te noemen.

Terwijl dit te Antwerpen gebeurde, vernamen vrienden, magen en bekenden te Amsterdam, dat Jansz gevangen zat en wel wegens ketterij. Dit bewoog onzen martelaar hun zijne geloofsbelijdenis toe te zenden, waaruit hun bleek, dat hij alles geloofde »wat ons in de Profetische en Apostolische Schriften door den H. Geest is overgeleverd", en verwierp »alle ketterijen en leeringen, die daarvan afvvijken". Natuurlijk toonde hij in dit geschrift, waarin hij met het Pausdom instemde, o. a. de leer der Drieëenheid, maar ook, waarin hij er van afweek o. a. het aanroepen van gestorven heiligen, middelaars en voerbidders, aangezien Christus als de eenige Middelaar moest worden aangebeden. Ook het miskennen van de door Christus ingestelde Sacramenten van Doop en Avondmaal.

Was de behandeling, die Jansz moest ondergaan, meestal hard, tegenover Halewijn werd de uiterste zachtmoedigheid beproefd, teneinde hem van de waarheid af te trekken. Dit was het gevolg van de pogingen zijner ouders bij den Markgraaf, om hem te bevrijden. De Markgraaf vroeg hem, of hij zich wilde laten onderwijzen, waarop Halewijn antwoordde: »Zeker, en kan iemand mij eenige dwaling uit Gods Woord aanwijzen, dan wil ik daarvan afzien". Doch op verzoek der ouders werd eindelijk besloten de zaken schriftelijk te behandelen. De advokaat Van Houten, die Halewijn toegevoegd was, bracht een geschrift in bij de rechtbank, in naam van Cornells, waaruit bleek, dat de gevangene tot herroepen zijner belijdenis bereid was. Voortaan zou hij biechten, de Sacramenten gebruiken en om genade verzoeken als een goed zoon der kerk. Zelfs beleed hij, dat de predikatiën, in de kruiskerken gehouden, geen waarde hadden, enz.

Van dit alles was echter Cornelis Halewijn zich niet bewust. Hij schreef uit zijnen kerker aan zijne broeders en medebelijders vrijmoediglijk over zijn geloof in den Heere Jezus, en dankte den Heere, dat Hij hem staande hield. Deze brieven verheugden velen. Toch waren er, die argwaan koesterden. Het geheele rechtsgeding verliep zoo geheimzinnig, dat zij vermoeden dat er iets achter zat. De predikant Adriaan van Haemstede, de schrijver van de bekende geschiedenis der martelaren, was toen predikant te Antwerpen en deed de uiterste pogingen om achter de geheimen van het geding te komen. Eindelijk gelukte het hem, het bij de rechtbank ingediende pleidooi van Cornelis in handen te krijgen. In haast schreef hij het over en bracht het bij den kerkeraad. Ontroering maakte zich van al de broeders meester bij het lezen van dit geschrift. Diep verontwaardigd waren zij, dat Halewijn voor hen zoo geloovig sprak en voor den raad den Heere verloochende. Zij konden niet vermoeden, dat er bedrog in het spel was. Cornelis was een afvallige geworden meenden zij en in die gedachte schreef Ds. Van Haemstede hem »eene scherpe vermaning, hem biddende, om zich te bekeeren en zijne verloochening met eene ongeveinsde belijdenis voor den Raad te boeten en zich te beteren."

Toen Halewijn dezen brief in handen kreeg, werd hij ontsteld. Het bloed sprong hem uit den neus; hij wrong zich de handen en riep uit: »Hoe zou ik de waarheid loochenen I daarvoor bcscherme mij God! Ach God, dat de broeders zulke gedachten omtrent mij koesteren: ik ben daaraan onschuldig, ik heb het niet gedaan, " In dezen geest schreef hij aan den kerkeraad en deze ried hem aan een afschrift te vragen van het voor hem ingediende geschrift, indien hij werkelijk er niets van wist. De advocaat, dien hij om het bedoelde rechtstuk vroeg, bezorgde het heM. Toen zag hij dat zijne broeders hem terecht gewantrouwd hadden. Den broeders schreef hg, dat zijne vrienden en de Markgraaf, hem een valsche belijdenis in den mond hadden gelegd buiten zijn weten. Als het beste rieden hem toen de broeders aan, dat hij met eene openbare belijdenis voor den raad de waarheid zou betuigen en de valschheid aan het licht brengen en bestraffen." Hoe zwaar deze eisch was, omdat daaruit bleek, dat de broeders hem niet vertrouwden. Halewijn onderwierp zich en werd, ondanks de tusschenkomst van de vrienden, den Markgraaf en den advocaat, ter dood veroordeeld. Omstreeks een jaar lang hadden Halewijn en Jansz gevangen gezeten, toen het doodvonnis over hen werd uitgesproken, Reeds voor 5 maanden had dit kunnen gebeuren, maar uit vreeze voor het volk was de sententie telkens voor 8 en 14 dagen uitgesteld. En toen eindelijk het vonnis geveld was, werd dit zoo in het geheim gedaan, dat zelfs de martelaren er niets van wisten. De laatste maal, nadat zij voor hunne rechters gestaan hadden, keerden zij terug met de gedachte, dat de rechtzaak weer 14 dagen was uitgesteld. Zoo zeiden de dienaren ook. Daar zij echter niet naar hunne gewone gevangenis gebracht werden, maar in den kuil geboeid geworpen, begrepen zij dat hunne ure naderde. De laatste dagen huns levens op aarde werden hunne broeders niet meer tot de martelaren toegelaten. Alleen monniken en priesters beproefden hen te overtuigen van de waarheid des pausdoms.

Den dag na dat het doodvonnis was uitgesproken, werden aan Halewijn eenige gunsten aangeboden, o. a. dat hij een zachteren dood zou sterven, indien hij naar de monniken wilde luisteren, maar de gevangene weigerde beslist. Op weg naar de strafplaats vermaande Jansz den markgraaf, doch deze hoorde niet. Ook zong hij Ps. 130, terwijl Halewijn het volk vermaande. Op de strafplaats wilde de markgraaf, dat ieder der martelaren een houten kruis zoude in de handen houden, dan zouden zij met het zwaard gedood worden. Ook dit weigerden zij. Daarom werd de brandstapel voor hen gereed gemaakt.

Nadat zij voor hunne vijanden gebeden hadden, werden zij terzijde naar de hut geleid en daar geworgd. Plotseling ontstond er eene beweging onder het volk, die den marktgraaf en de zijnen schrik aanjoeg. De vrees des Konings was echter bij de schare grooter dan de liefde tot de waarheid. Daarom werd de beweging spoedig gestild. Toen werden de lijken der martelaren verbrand en den vogelen ten prijs gegeven.

DE GAAY FORTMAN,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 januari 1891

De Heraut | 4 Pagina's

De martelaren.

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 januari 1891

De Heraut | 4 Pagina's

Bladeren