GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

„Het einde is er. Het einde is gekomen.”

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

„Het einde is er. Het einde is gekomen.”

7 minuten leestijd

[JAARWISSELING 1919/'20.]

Voorts, gij menschenkind, zoo zegt de Heero HEERE van het land Israels: ét einde is er, het einde is gekomen over de vier hoeken des lands. Ezechiël VII : 2.

Bij het indenken van wat te komen staat, plaatst de Heilige Schrift ons telkens weer voor twee mogelijkhc-den. Eenerzijds toch heeft de Christus zeif over zijn wederkomst ten gerichte! zich op zoo verrasseode wijze uitgelaten, dat ge eiken morgen en eiken avond het einde der dagen zoudt kunnen inwachten, om door de wederkomst des Heeren in de toekomende wereld over te gaan. Zóó ernstig toch en aangrijpend stelt de Christus aan zijn apostelen Zija wederkomst ten gerichte voor, dat een ieder verrast zal worden te midden van zijn dagelijksche bezigheid, om plotseling in het einde der wereld te worden overgezet. Opzettelijk iaat de Heere niet toe, dat we hierbij met overgangen rektnen. [De mogelijkheid althans moet worden aangenomen, dat op een ons geheel onbekenden dag plotseling de eindbeslissii g intreedt, en zóó onverwachts en zóó plotseling intreedt, dat het ééa enkele dag zal zijn, die als in tweeën voor ons zal worden gesneden, en wel op zulk een wijze, dat al wat ons overkomt oas verrast, jzonder dat we er op waren voorbereid. Ware pen tien, twaalftal maanden na Jezus'hemelvaart, ha de uitstorting van den Heiligen Geest, het einde ingetreden, het zou in geen enkel opzicht K met Jezus' getuigenis in strijd zijn geweest, en 't eer volkomen bevestigd bebben. Zoo hangt de Gemeente des Heeren, volgens Jezus eigeü getuigetiis, steeds van jaar^ tot jaar tusschen de e twee aangrijpende mogeliikheden, of dat 't leven hier opaardeplotselingwordtafgebrokendoorJezus' wederkomst, oftewel, dat het aardsche leven nog van eeuw tot eeuw wordt voortgezet, maar dan toch altoos zoo, dat plotseling en geheel onverhoeds het A einde kan intreden. Zoo en niet anders heeft Jezus d zelf 't ons voorgespiegeld. En evenzoo gold gelijke voorstelling reeds ouder de Profetie. Beluister w 't maar aan wat Ezechiël in zoo veel vroeger v dagen aan Israel toeriep. Hij zag het einde naderen, hij zag den dag die het einde brengen zou, met wisse schreden intreden. Ea in zijn profetischen blik zag hij als in vaste trekken, hoe Israels einde nabij was, en de Verlossing door den Middelaar stond in te gaan.

In geheel gelijke positie verkeeren ook wij thans. Ook voor ons geldt de regel van ouds, dat morgen den dag het einde kan intreden, doch steeds onder bijvoeging dat de Heere machtig is om den dag van Zijn Wederkomst te verschuiven tot op 't voor ons onbekende ooginblik, dat het einde ten slotte gekomen is, en de eindbedeeling kan ingaan.

Zoo hangt wat te komen staat, derhalve steeds tusschen twee mogelijkheden. We kunnen er zóó voorliggen^ dat het slot intreedt, de eindpaal bereikt is, en morgen de dag van dé Wederkomst des Heeren zich als een voldongen feit openbaren zal. Maar het kan evenzoo zich openbaren, dat de tijd der voorbereiding nog niet voleind is, nog steeds doorgaat, en eerst ten slotte, geheel plotseling, ons op een dag waarop we nauwelijks gezonnen hadden, overvalt.

De vraag waarvoor we ook bij het einde van dit jaar komen te staan, is alzoo niet, of een plotselinge Wederkomst van den Christus zou kunnen intreden. We weten dat dit kan. Ja meer nog, we weten, dat dit hoogstwaarschijnlijk ons zelf nog of ons nakroost overvallen kan. Maar de vraag die zich thans vooral aan ons opdringt, is in veel sterker zin, of we uit de gegevens die zich voordoen, al dan niet naar de overtuiging worden gedrongen en gedreven, om het einde als met snelle schreden naderend ons voor te stellen. Beide kan. Het einde kan snel naderend zijn, oftewel er kan, eer het einde intreedt, nog een rijke ontwikkelingsperiode ons wachtende zijn. En juist daarom dringt zich thans vooral zoo sterk de vraag aan ons op, of Ezechiël's profetie ook op ons niet toepasselijk staat te worden, en of ook tot de uwen niet de roepstem der profetie moet uitgaan, dat het einde nabij, dat het einde naderend is, en of niet de eindperiode van de machtige wereldworsteling Staat in te gaan.

Tweeërlei verwachting beheerscht nu in deae spannende periode de geesten. Van de ééoe zijde hoort ge roemen door de mihnaars der nieuwe, nu eerst opdagende wereld, die u voorhouden, hoe nu eerst de vroegere jammer zijn einde tegemoet gaat, om een periode van hooger menschelijk geluk te doen intreden; maar ook anderzijds de roerende ea aangrijpende vraag, of al wat dit jaar ons verraste, er met klaar en duidelijk op wijsf, hoe 't einde niet slechts naderende is, maar dat al de wereldgebeurtenissen die ons verschrikken, het einde komen doen. Beiderzijds erkent men da; t de periode die we doorleven, van geheel bijzonderen aard is, en groote dingen aankondigt, en 't verschil is alleen, dat de ééa in het nieuwe dat opkomt, een rijker eo hooger ontplooiing van het bestel Gods acht te mogen eeren, terwijl de ander, en de lezers van de Heraut scharen zich zeer stellig onder de laatsten, gevoelt dat er wel radicale veranderingen voor de deur staan, maar dat die komende veranderingen, wel verre van het men.schelijk leven te verhoogen en te veredelen, welbezien niet anders zullen kunnen doen, dan het einde inluiden. En dit nu is 't wat vooral bij dea keer in den loop der jaiea, en in Decembermaand zich aan ons opdringt. Het neemt alles om ons heen een algeheslen keer en wijziging aan. Het leven der wereld en van de volken onderling gaat in een geheel nieuwe verhouding over. En dit nu stelt ons vanzelf de zoo aangrijpende vraag, of de keer, de omwenteling die gaande is, ons in een rijker leven zal overleiden, dan wel ons het einde toe zal voeren, ea dat we ons daarom op dit einde moeten voorbereiden.

Kon men nu zeggen, dat de machtige keer die in de denkbeelden van de toonaangevende volken opkomende was, het volksleven nader aan de eere Gods bracht, zoo zou mfn nog kunnen vragen, of ook voor de geloovigen niet tweeërlei mogelijkheid allicht ware in te wachten. Doch juist dit is niet zoo. Wie de machtige actie die zich in het leven der volken openbaart, van nabij gade slaat en aan hooger beginselen toetst, kan niet anders bekennen, dan dat de Religie achteruit raakt, dat de groote levensbeweging, die betuigt een nieuwe toekomst te zullen scheppen, zich ten slotte geheel en al van den levenden God vervreemd heeft, en dat ze thans op niets anders bedacht is, dan op menschelijke vindingen voor de toekomst vau ons geslacht, maar vindingen die, in sttê van God te zoeken en Hem te eeren, veeleer ecniglijk er op uit gaan, om de eere Gods te verzaken, een wereld zonder God in eere te brengen, en schier alles wat nog naar God onzeo hemelschen Vader roept, op zij te schuiven en te verdringen. Juist dit nu moet voor ons steeds meer den levensregel bepalen. Op alle gangen en wegen waarop de wereld thans steeds meer opzettelijk de heilige openbaring verzaakt, om eeniglijk op eigen vinding te drijven, kan en mag wie den Christus belijdt, de wereld niet volgen, doch moet haar veeleer krachtig, ernstig en welbewust tegenstaan. Of het einde dat komende is, reeds nu onverwijlil zal intreden, weten we niet. Dat blijft 't mysterie. Doch vast staat dat by de intrede van het thans komende jaar. dit alles ons met steeds warmer drang toeroept: »Zie het einde. Heleinde is gekomen*. Vin de dit einde dan ook U met de Uwen op de wegen die des Heeren zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 28 december 1919

De Heraut | 4 Pagina's

„Het einde is er. Het einde is gekomen.”

Bekijk de hele uitgave van zondag 28 december 1919

De Heraut | 4 Pagina's