GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

VORM EN GEEST.

Bekijk het origineel

Bladeren
+ Meer informatie

VORM EN GEEST.

7 minuten leestijd

I.

Onder dit motio „vorm en geest" kan nien al de vraagstukken benaderen, welke in de l'aatsLe •jai'en door de zoogenaamde „beweging der jóngeren" aan de orde zijn gesteld.

En inderdaad ligt in dit moiLto „vorm en gsest" een s o h i b b o 1 © t h voor de dogmatiek en de Christelijke pihilosophie van de toekomst.

Aan de wij'ze, • waarop het probleem wordt gesteld, dat in dit motto „vorm en geest" ligt opgesloten, zal men kunnen zien, in welke riohüng de Gerefoirmeerde mxancee-ingen zich bewegen en zich zullen bewegen.

Het lijkt mij d'aarom een aanlokkelijke taak om te trachten voor dè lezers van „De Pueformatie" mijn visie op dit probleem zoo mogelijk te ontvorawen en te doen hooren op welke wijze ik meen, dat dit schibboteth moet worden „uitgesproken".

En dan valt in de eerste plaats op te merken, dat vooral sinds 1888 een Goreformieerd-religieuse beweging is ontstaan, welke sterk dogmJalisch was.

Dat was het recht en de plicht van die beweging.

De slappe prOi-Kuypersche dagen schreiden om eeii Napoleons-figuur als Dr Kuyper. Hij was de man, die weer ruggegraat gaf aan het l'heologiscih Nederland. Hij was de man Gods, die aan 't Gerefoirmeerde Nedeilandsche volk den yorm van de Gerefarmteerde theologie terugsclhonk — en van dezen vorm op onnavolgbaar geniale wijze , , de lijnen uitstippelde". Hij was de held Gods, die 't sluimerend geestelijk leven van ons Gereformiee'rde volk weer wakker liep tot heldere bewusitheid en die aan deze bewusüieid sdherp-belijnden vorm en duidelijk bepaalde gedaante gaf. Wij fallen altijd dankbaar, zeer dankbaar behooren te blijven, - dat God dezen groeten geestesheld In de geschiedenis van ons valderland opriep en hem hier tot een ktoning over de gescihiedenis stelde.

Maar. — ja, ook achter dit groote en machtige komt een „maar", een „maar" dat in deze zondige wereld aohter alle ware, goede ën schoone dingen komt.

En dit „maar" houdt in, dai na de dogmalisclne opleving' der vorige eeuw ons nu" een hyper-dogmatische verstarring van dut leven bedieig^, dat we gevaar loop-en meer Kuypersch dan Kuyper te worden, dat we misschien vaaüi onbewust lijden gaan aan deze eenzijdigheid, dat we nu het weziein (het eciht gee's'telijke) gaan opoferen aan den vo: m (de „zuivere lijinen"), te eenzi|digi de „waarheid" als „dogmatiek" gaan opvatten, de ziel gaan verwaarlüozen voor het inLelteöl, bij het „uitstippelen van lijnen" ethiek en mystiek verliezen, bij heit bouwen van den vorm te weinig om het inwendige leven denken, bij het veelvuldig oirganiseeren te veel vergeten, dat het gaat om het hart van den mensch, 't gevaar — in 't algemeen gespioken — dat we den vorm tot Baal maken.

Natuurlijk, dat is Dr Kuypers sohnld niet. Bij het Ciultiveeren van „zuivere lijnen" was hij geestelijk rijk en bewogen genoeg, om dat gansche lijnen-gebo-uw ook met geestelijk leven - te vullen.

Maar het is de tragiek van ïiet leven, dat het nageslacht wel de vormien erft en de lijnen „zuiver" cvernemlen kan, doch het geestelijk leven dat die vormJen voortbracht in ernstigen en zwaren strijld telkens op-nieuw veroveren moet. En 'tis de tra­ giek' van het leven, dat zoodoende de „vormen" en „uitgestippelde lijnen", die bij de groo-Le mannen van ons geslacht bijzaak en slechts „middel" waren, bij 'tzooveel kleiner nageskciht , hoofdzaak" en, „doel" word-en en dan, - tot levenloosheid yerstai'ren. Dat is de deformatie, die op elke reformatie in dit leven voilgit i^—' o-p elk' terrein van het leven, de ebbe die altijd volgt op den vloed en die des te sneller „afloopt" naarmate de vloed hüioger geweest is..

Dit.makken we in o-nze-dagen mede. De organisatorische a.rbeid van Dr Kuyper is overgeërfd door 't navolgend geslac-ht, ma; r de gro-oijiöid van hart en de fe-erheid van ziel, welke dezen oirganisatorischen bouw eenmaal droeg en beheerschte, kan helaas niet overgeërfd worden ell is ook niet overgeërfd.

Wij worstelen Ln onze dagen met de erfenis van D'j' Kuyper. En dit is een worsteling ilusschen „ü'uderen" en „jongeren". Een worsteling, want wal bij Dr Kuyper zelf, - , nieitlegenstaande aJüe scherpte en belijndheid, toicih ook nog voldoeiide levende lenigheid en soep'eiheid had door do bcheersGhing vanuit dien mvichtigen, levenden menschengeest, dreigt bij de epigo-nen, bij de navolgers menigmaal en veelszins die lenigheid en soepelheid te verliezen en voert-iif "Velerlei opzich-t en op velerlei terrein tot een • ongewenschte en o-ok onhoudbare verstarring. W, at Dir Kuyper h'ad, de beheersc.hi.ng van den vo-nn door den geest, schijnt weg te glijden. De lijnen „verstarren" hoe langer hoe meer. D-e vorm vergalvaniseert .en verniecihaniseert. De organisatie verliest de h-eiiligheid van de geestelijke gemeenschap-, enz.

En 'troept alles den „jongeren" toe, dat er weer „profetie" noodig is, profetie - opdat de „geest" heersche over den „vorai" en de ziel op-wake tot nieuw, echt doorvoeld geestelijk leven.

Dit is de tragiek len ook de antinomie, de spanning tusschen de erfenis van het voorgeslacht en den strijd van het nag-eslacihit, de golving en deining van het roensahenleven, dat bij alle bewaren en 'bewandelen van de „oude paden" toch .steeds opnieuw zelf persoonlijk die paden nlQ; t leeren gaan, jagend© naar het ééne doelwit der roeping.

t Is in de geschiedenis altijd zoio geweest" 'en menige episode uit het verleden plaatst ons voor dezelfde tragiek en denzelfd-en strijid.

'Om maar één sterk treffend voorbeeld te no-emen. Daar hebt ge nu in Israël Ezra gdhad. Een machtig m: an in 't rijk' des g-ees-tes, heerlijk beginsielvast, rijk in leven, Israël o-p een waarlijk reolit gerefoi'meerde wijze terugleidend 'tot wet en profeten.

Maar wat hebben de navolgers van Ezra ervan •gemaakt? Zijn uit Ezlra's school niet de Farizeeën en Schriftgeleerden voiortg'eJdomien? 'En hebben dezen niet - een darricatuur gcm.'aa!k|t van Ezta's iieformatie? Is 'tnieit jammJenlijk! wat doodenveld z!e gemaakt hebben van Ezra's levend volk? Heeft niet de Heere Jez-us Ezra's navolgers met geeselen gekastijd, terwijl 'toch van Ezra's wet en profeten geen tittel ol jota voorbij zo-u gaan?

De - geschieuiemis van Ezlra's refoitniatite' endiiarna van de verwording d-jer i-eform!atie bij de epigonen, bij de navolgers, het geeft boefcdejelen ts lezen aan wie lezen wil - en lezen kan.

Nu leze men dit niet verkeerd. Wij willen geen enkel navolger van Dr Kuyp-er karakteriseeren als Farizeeër - etn Schriftgeleieirde. We zijn imtae: s allen navolgers van Dr Kuyper en spreken ook over onszelf. Wij willen juist alle: zijds hen respeoteeiren en eeren, die de beginselvanen, aan Dr Kuypers stervende handen ontgleden, van hem hebben overgenomen len opgeheven.

Wij zlijn zeer blijd-e, dat als' deze „Gustaaf Adelt" viel, nochtans zijn leger niet versaagde en huiswaarts keerde, doeli voortvoer tot den Jieilige-n kamp en verheugen ons tot dat legeï te behooren.

Maar... gelijk als _ ma Gustaaf Adolf het legeri van den groeten Zweedschen koning wel ziijn „lijnen" erfde, maar niet de grootheid en heiligheid en heerlijldheid van diens idealen, alz-oo-dröigt ook nu het gevaar.

En het is - op dit gevaar, dat wij wijzen willen. En het is o-m dit gevaar dat de „jongeren" om voortgaande „reformatie", om persoonlijldieden, om ziel en leven, om ethiek en mystiek roepen.

En dit gevaar schuilt niet in dezen ol genen persoon. Dit - gevaar schuilt in 't geheel niet in personen. Dit gevaar schuilt in de levens werkelijkheid, dat er ebbe komt na den vloed en reactie na aetie; een 'ebbe, waai'bij de uitwendige voirm - haar levende deining verliest door het droogloiopen - d-er gronden daaronder; een reactie, die de uitges'tippelde beiginseiUijnen als onnut en ten sloitte als schadelijk z: al doen verwerp'en, indien mé-n niet bijtijds de eisciheir der ziel leerlt stellen bore-n de eiscihen der lijnen, de eiscihen van .den geest boven de eiscihen van den vormi.

Wij leven in leen tijd, waarin oim der wiUe van de waarheid, om der wille van het Koninkrijk Gods, om der wille van de gemeenschap des Heiligen Geestes onomwonden, eerlijk en op-recht op zullcè gevaren gewezen moet worden en tegen zulke gevaren de remedie, het heilmiddel gezocht moe-t worden.

Dit heilmiddel zal „refoim-atie" zijn, steeds voortgaande refoiimatie van de verhoiuding van „vorm'?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 januari 1922

De Reformatie | 8 Pagina's

VORM EN GEEST.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 januari 1922

De Reformatie | 8 Pagina's

Bladeren