GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Kom ik wel op de goede wijze tot god?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kom ik wel op de goede wijze tot god?

7 minuten leestijd

Gods Woord is zoo rijk aan beloften voor Zijn volk. Een daarvan is het woord uit Johannes 6 : 37, waar de Heiland zegt: Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen".

Wanneer een mensch zijn zonde ziet en daardoor verlegen wordt en tot den Heere de toevlucht neemt en zegt: , , Och Heere, help mij, vergeef mij mijne zonden" en toch maar niet tot de zekerheid kan doorbreken dat hem zijn zonden zijn vergeven, wat ligt daar voor zulken dan een machtige troost in dat Woord „die tot Mij komt, zal ik geenszins uitwerpen".

Men zou zeggen, dat die belofte zoo klaar en onvoorwaardelijk is, dat wie zich daaraan vastklemt nooit meer behoeft te twijfelen.

En toch blijkt het telkens, dat de duivel best een middel weet om voor ons besef zelfs deze rots onder onzen voet te doen wankelen.

„Ja", zegt hij dan, „ja, dat staat er wel en dat is ook wel waari; maar zijt gij wel waarlijk goed tot den Heere gegaan. Want, kijk eens, als gij nu tot den Heere gekomen zijt enkel uit vrees voor het oordeel en niet uit droefheid om uw zonden, ja, dan moet ge er niet op rekenen, dat de Heere u aanneemt; dan werpt Hij u uit; en daarom moet ge uzelf eerst maar eens onderzoeken of gij wel goed! tot den Heere gekomen zijt".

En als gij daarin naar den duivel luistert, dan is heel uw zekerheid weer weg; dan zit ge daar weer en zegt: „Ja maar, dat weet ik niet of mijn beweegredenen wel de juiste geweest zijn, of het tenslotte niet enkel vrees en zelfzucht is geweest, waardoor ik den Heere in de armen ben gedreven; dan weet ik niet of ik mij deze belofte wel mag toeëigenen".

En gij raakt al dieper in den put en al meer in de war, totdat ge tenslotte het uitschreit en vraagt: „Hoe kom ik ooit, hoe kom ik ooit tot zekerheid!; want ik kan mijzelf niet doorgronden; ik b e n niet in staat de diepste roerselen van mijn hart te taxeeren; ik weet het niet".

En dan gnuift de duivel; daar wil hij u juist hebben. Hij weet het wel, dat wie in dezen weg de zekerheid zoekt, zich verwart in het spinsel van vrije eigen gedachten. En daarom, luister nooit naar zulke inblazingen van den duivel, naar zulke fluisteringen van uw eigen, twijfelzieke hart.

In de eerste plaats; nooit vindt gij dergelijke redeneeringen in de Schrift. Waar wordt ooit in de Schrift een mensch, die in den nood tot God de toevlucht neemt om bij Hem hulp te vinden, teruggewezen met het verwijt: „Ja, gij komt tot Mij, maar het is alleen te doen om bevnijding van het oordeel en daarom voor u geen plaats, maak dat gij wegkomt? "

De Farizeën en Sadduceën werden door Johannes teruggewezen toen zij kwamen om van hem gedoopt te worden. Maar deze menschen kwamen ook niet in den nood van hun hart, omdat zij beefden voor het naderende oordeel. Zij kwamen juist als menschen, die overtuigd waren, dat zij in zichzelf alle reden hadden om voor het oordeel niet te vreezen en diei nu meenden recht te kunnen laten gelden op het zegel van dat vrij-zijn-van-het-oordeel.

In het oordeel zullen er velen zijn, die, als de poort is gesloten, op de poort bonzen en in doodelijken angst schreeuwen: „Heere, Heere, doe ons open, laat ons binnen", terwijl de Heere antwoorden zal: „Weg van Mij, gij, die de ongerechtigheid werkt".

Maar — dat zijn juist menschen, die bij hun leven nooit de vreeze voor het oordeel kenden; die in oppervlakkigheid, zonder zich aan de belofte vast te klemmen, zonder den strijd van het geloof te strijden, zich hadden wijsgemaakt, dat zij natuur-1 ij k zouden binnengaan.

Maar nergens staat er, dat een mensch, die ziende zijn zonden en verschrikt door het naderende oordeel, in den angst van zijn hart tot Gtod de toevlucht neemt, wordt afgewezen.

Integendeel; telkens zien wij, dat de schrikkelijkheid van het oordeel wordt gebruikt om het hart te breken en den zondaar tot God uit te drijven.

Als Christus in zijn gelijkenissen even den sluier wegslaat en ons een blik geeft op de duisternis, het vuur, den dorst, die daar zullen heerschen in het verderf; als Hij ons teekent de bittere ontgoocheling van die menschen, die, terwijl zij gemeend hadden binnen te, zullen gaan, in het beslissende moment zich zien buitengesloten, wat doet Hij dan anders, dan door den schrik des oordeels de menschen tot bekeering te bewegen, hen er toe te brengen, dat zij, terwijl het nog tijd is, de toevlucht nemen tot de ontfermingen Gods?

Profeten en apostelen hebben de bazuin van het oordeel laten klinken; niet slechts om de menschen bang te maken, maar om hen door de vrees tot God uit te drijven.

„Wij dan wetende den schrik des Heeren, bewegen de menschen tot geloof'. 2 Corinthen 5 : 11.

Ik weet het wel, het klinkt zoO' logisch: „als de mensch alleen uit vrees voor het oordeel tot God komt, dan blijkt daaruit nog geen bekeering, geenberouw, geen lust tot goede werken; dan is hij nog een natuurlijk, zelfzuchtig mensch, dan mag hij niet hopen op het heil des Heeren".

Maar dat is theologische systematiek, die niet klopt op de levende werkelijkheid.

Ik zou daar een andere redeneering'tegenover kunnen zetten; op deze wijze: „Öe mensch, die, bij het y naderen van den dood, zijn zonden voor zich ziet oprijzen en nu bang wordt voor het komeüde oordeelj en uit den nood, die dan over hem komt, de toevlucht neemt tot den Heere, toont daarmee, dat hij zijn schuld ziet, het recht Gods erkent en dus —^ dat hij bekeerd is".

Maar dat wil ik niet doen.

Want daardoor geef ik weer aan die twijfelende ziel gelegenheid om een tegenredeneering op te zetten en weef te beginnen met „als" en , , maar".

Al dat redeneeren komt tenslotte hier op neer, dat men dten grond der zekerheid wil leggen op iets, dat men in zichzelf bevindt te zijn. En dat kan nooit, dat geeft nooit vastheid.

Als er onder mijn lezers zijn, die met deze moeilijkheid te worstelen hebben, dan heb ik him dit alléén te zeggen:

„Als bij het zien van uw zonden, de angst voor het oordeel zich van u meester maakt, ga dan. nooit uzelf bekijken en vragen hoe gij nu precies innerlijk gesteld zijt.

Maar geef u dan rekenschap van de belofte van vergeving en leven, die God u reeds in den doop beteekende en verzegelde.

Ga dan tot God en zeg: „O, mijn God, ik ben zoo bang als ik zie op mijn zonden, als ik denk aan het oordeel. Maar, Heere, Gij Efebt mij toch beloofd, dat Gij mij in Christus de zonden vergeeft, het oordeel van mij afwendt? Nu dan Heere, op die belofte vertrouw ik, daaraan klem ik mij vast. En nu weet ik, dat Gij mij niet terug stooten zult. Want de Heiland zelf heeft het gezegd, dat wie tot Hem komt. Hij dien niet zal uitwerpen. Zoo, leg ik dan de vrees van mij af, in de zekerheid, dat het oordeel mij geen kwaad zal kunnen doen; hoe een groot en boos zondaar ik ook ben, hoe duizendmaal ik het verderf al heb verdiend".

Arme tobber. Ga toch naast David staan en zeg: „Straf mij niet in uw toom, kastijd mij niet in uw grimmigheid" en geloof, dat Uw Vader, naar !Zijn belofte, met Zijn Hand u de poort van het verderf voorbij zal voeren, en binnenleiden in de vriendelijke landouwen van het eeuwige leven, waar Gods rivieren ruischen, waar Gods velden groenen, waar vrede en verkwikking is onder Zijn oog, in de nabijheid van Christus, Die voor u, groote, booze zondaar het oordeel droeg, honger en dorst, duisternis en eenzaamheid heeft geleden, opdat de Heere uw Herder en geleide zou kimnen zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 8 november 1947

De Reformatie | 8 Pagina's

Kom ik wel op de goede wijze tot god?

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 8 november 1947

De Reformatie | 8 Pagina's