GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

GRONINGER Brieven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GRONINGER Brieven

9 minuten leestijd

Amice frater,

Het moet voor wie de historie van Europa kent al verbazingwekkend zijn, dat zich noemende Calvinisten, gereformeerden, zich verslingeren aan de reeds oude utopie van 'n vereenigd Europa. Hoeveel van die utopische plannen zijn er niet reeds geweest? Van roomschen en humanisten en revolutionairen? Valsche profeten, die niet begrepen, wat dit kleine Europa werkelijk is en hoe het kon worden genoemd de beheerscher van de wereld. Valsche profeten, die ook niet wisten, wat in den mensoh is.

Thans dringen de leidende mannen in Amerika op zulke eenheid aan, maar de Amerikaan heeft geen goed begrip meer van Europa's historie van geweldige worsteling en geestelijke kracht.

Ik denk nu maar aan de veertien punten van Wilson. Hij dacht in eenen al de problemen hier in Europa op te lossen. Hij liet er, als geleerd historicus, geen enkele liggen. Maar de uitkomst was, dat de oude problemen nog erger werden, en dat er enkele nieuwe bijkwamen. Van nog kwader kwaliteit.

Dat nu de zonen der reformatie zich aan deze utopie vergapen is al heel erg. Maar veel erger zijn de argumenten, die zij ter harer verwerkelijking aanvoeren.

Waar gaat het hier om? Men roept tegen het communisme, dat de vrijheid doodt. En dat is ongetwijfeld juist.

Maar men gelooft nu aan een vrijheid, gebouwd op de z.g.n. democratie. Die zuiver humanistisch is. Het geloof in de rechten van den goeden mensoh.

Wie hier het rechte licht wil ontvangen moet allereerst de vraag stellen: wat is toch de vrijheid?

De leus der Fransche revolutie was ook: vrijheid, en dan nog gelijkheid en broederschap. Men roept thans de antirevolutionaire jongeren op tot studie. Welnu, laten zij, die aan het groote werk „Ongeloof en Revolutie" van Groen niet toekomen, maar eens de brochure van dezen Evangeliebelijder lezen over die revolutionaire leuze.

Vrijheid is, dus zegt onze belijdenis, vrijheid onder de volken, dat een ieder God dienen kan naar Zijn Woord. In heel zijn leven. Weten wij niet, dat deze vrijheid van den christen in deze wereld slechts spaarzamehjk gevonden wordt en dan nog op een heel klein gebied? Ons volk staat dan nog in de eerste linie, . hoezeer wij bezig zijn onze vrije kerk en de vrije school en het vrije gezin en het vrije bedrijf door onzen afval en het meegaan met de valsche profetie te verliezen.

Hoe hebben wij deze vrijheid gewonnen?

Is zij ons als vrucht der „democratie" toegevallen?

Of is zij in de kern vrucht van de reformatie der kerk?

Wij hebben den steun van Rome ontvangen, dat, hier in de minderheid, aan de eigen vrijheid dacht. Het is nog de vraag of deze steun ons wezenlijk heeft gebaat.

Maar dacht nu iemand, dat Rome een waarborg biedt voor het behoud der vrijheid?

Het erkent de vrijheid van conscientie in beginsel niet.

Dit werd indertijd in de Tweede Kamer door man a.ls mr Van Schaick toegegeven.

Trouwens, wie weet niet, hoe Rojpe handelt, als het de macht in een staat in handen heeft? Wij behoeven nu slechts aan Spanje te denken.

Rome kent tenslotte geen grootere vijand dan de ware kerk des Heeren.

Zelfs als het zelve in grooten druk komt, vergeet het dit niet.

Neem nu Frankrijk, waar de Roomsche kerk langen tijd veel te lijden had van radicalen en socialistischen haat; toen mannen als Combes en Viviani de leiding hadden.

Toen zij bezig waren de roomsche kerk te vervolgen, riep hier een vrijzinnig democraat uit: zie naar Frankrijk. Hij vond het fraai.

Wie de verhoudingen in Frankrijk wil kennen, doet goed eens het bekende boek te lezen van Denis de Rougemont: „Journal d'un intellectuel en chómage".

Hij vertelt, hoe in een communistische gemeente de lieden, die nog naar de roomsche kerk zouden willen gaan, dit niet durfden, omdat de autoriteiten in het dorp des Zondags in de kroeg zaten om te zien, wie den moed zou hebben de kerk binnen te stappen, welke daar tegenover stond. De pastoor vertelde, dat men hem wel zei: konden wij maar aan den achterkant stillekens binnensluipen, dan zou het nog gaan.

Maar ook verhaalt De Rougemont van een protestantschen evangelist, die trachtte menschen te krijgen op de door hem aangekondigde samenkomsten. Er kwamen er slechts enkelen, en die waren nog vrij onverschillig. Trouwens, wat die evangelist vertelde, was ook al niet veel zaaks. En hij moest erkennen, dat de verspreiding van den Bijbel, die hij ook beproefde, het sterkst werd tegengewerkt door den pastoor van het dorp.

De Rougemont constateert: men vervolgt het christendom niet meer in Frankrijk. Maar, voegt hij er aan toe: „c'est sans doute un signe de surdité spirituelle totale". Zonder twijfel een teeken van totale geestelijke doofheid.

Die doofheid kunnen wij hier te lande in den kring van hen, die zich nog calvinisten en antirevolutionairen noemen helaas ook allerwege constateeren.

Men volgt blijkbaar gedachtenloos wat van boven af wordt gedecreteerd en onderscheidt de geesten niet meer.

Maar dit thans daargelaten; is nu waarUjk op goeden grond vast te houden, dat roomschen en gereformeerden onder gezag en vrijheid en recht hetzelfde ongeveer verstaan?

Nog anders wordt het, als men verzekert, dat humanisten en socialisten en zelfs atheïsten op grond der democratie nu wel niet principieel, maar toch practisch zoover gevorderd zijn, dat wij met hen over gezag en recht en vrijheid zóó kunnen spreken, dat er een onderlinge overeenkomst valt te constateeren.

En dit als een zeker residu, traditioneel overblijfsel, van het christendom.

Als dit nu nog zoo is, zou het een eeuw geleden ook zoo hebben moeten zijn. Dacht men nu werkeUjk, dat de humanist en socialist het recht eener vrije christehjke school van harte zou aanvaarden?

De practijk leert het wel anders.

Het is natuurlijk wel mogelijk, dat de christeüjks school onder den invloed van een persoonlijkheidspaedagogie zoozeer verwatert, dat geen socialist er meer bang voor is; geen humanist er meer voor vreest, omdat hij ziet, dat het humanisme daar in wezen de zege behaalde. Dat ook inzake de politiek er geen wezenlijk reformatorisch denken en gevoelen meer is. Dan is het zout bij de gereformeerden smakeloos geworden.

Wanneer wij trouwens zien, wat getrouwe kinderen der reformatie ten onzent op velerlei gebied van synodocratische zijde ontmoeten, komen wij tot de bittere ervaring, dat de werkelijke vrijheid ook hier in ons voorheen zoo goede land problematisch is geworden.

Denken wij ons nu eens een vereenigd West Europa in en vragen wij ons af, wie daarin de leiding zullen verkrijgen.

Allicht de niet-christelijke en „christelijke" moderne girondijnen.

Reeds enkele jaren geleden schreef de politieke redacteur van een groot liberaal blad ten onzent, na een reis, die hij door Europa had gemaakt: Europa is niet christeüjk meer. En dit oordeel is juist.

West Europa is door de prediking van het Woord des Heeren tot de beheersching der wereld gekomen. Hoezeer het ook werd het tooneel van gedurigen strijd. Verwondert het ons?

Juist waar Christus Zijn kerk plant, komt de satan met zijn vreeseUjk woeden. Hier zag men den strijd der antithese.

Nu dit Europa het Woord des Heeren heeft verworpen, want zoo deed het, wordt het onttroond, krimpt het van vrees ineen voor de haters van alle vrijheid, haters, die het zelf heeft gekweekt, haters, die de zonen van het liberalisme en socialisme en humanisme zijn. En strekt het als een arme bedelaar de handen uit naar het Westen, naar Amerika, dat het zelf eens bouwen mocht.

En dit droeve beeld biedt ons ook ons arme vaderland. Eens een groote natie door het wonder van het Woord en anders niet. Thans onttakeld en vreezend niet meer op eigen beenen te kunnen staan. Zelfs redding verwachtend van een eenheid, die ons volk zeer zeker berooven zal van zijn vrijheden, als wij zelf niet meer weten wat zij beteekenen.

Het is uiteraard niet denkbaar, dat een werkelijke eenheid van West-Europa — over samenwerking in handhaving onzer nationale zelfstandigheid spreek ik niet — zich zou beperken tot eenheid van verdediging van mijnen en industrie.

Reeds op de eerste samenkomst van den befaamden raad van Europa kwamen de rechten van den mensch ter sprsike en wilde men daaronder niet begrijpen de rechten op den eigendom en de rechten der ouders om over het onderwijs hunner kinderen in vrijheid te beschikken.

Wie op Rome of-op het humanisme of socialisme vertrouwt, leimt op 'n staf, die de hand zal doorboren.

Ik las onlangs een verslag van een vergadering eener a.r. kiesvereeniging, waarin een imiversitair gevormd man het compromis in de politiek bepleitte. Hij betreurde, dat de a.r. en c.h. niet samen een staatkundige partij konden vormen. Dat kon dus naar zijn meening zeer wel.

Daarna constateerde hij, dat de sociaal democraten in den loop der jaren zeer veranderd zijn. Daar was nu weer waardeering voor overheidsgezag en nationale saamhoorigheid. Men is voorstander van de vrijheid van onderwijs. Er was nog wel verschil. Maar er zijn contact-punten. Ja — die contacten, dat zijn uitermate gevaarUjke dingen. Daar komt veelal kortsluiting van.

Ook de Uberalen waren anders geworden. En internationaal konden de a.r. heel goed met een federaal Europa meegaan, mits de anderen ons ongemoeid zouden laten in interne aangelegenheden. Ziehier de doorbraak gepj-edikt, die men zegt te verwerpen.

Als wij de fundamenten opgeven, waarop het gebouw onzer wezenlijke vrijheid, zooals het Woord Gods ons die predikt, rust, dan hebben wij ons zelf in de meest interne aangelegenheden reeds aangetast. Dacht iemand, dat er dan nog kracht zoude zijn die tegenover anderen te verdedigen?

Het vereenigd West-Europa komt er niet, tenzij van een heel anderen kant, als waaraan men nu denkt. En die andere kant krijgt al meer kans naarmate een verwaterd christendom zich verzwagert met het humanisme en socialisme.

Wij hebben thans echter voornamelijk te letten op de argumenten, die ook voor het eens waarlijk gereformeerd, antirevolutionair volksdeel den weg naar die nieuwe statelijke verschijning moeten banen. En dan welk een droeven val.

Met hartelijke groeten en heilbede, uw toegenegen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 24 februari 1951

De Reformatie | 8 Pagina's

GRONINGER Brieven

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 24 februari 1951

De Reformatie | 8 Pagina's