GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Buitenland.

9 minuten leestijd

Dnitscllland. Kiesrecht der Gemeenteleden. De Gereformeerde bond en de leer der verkiezing.

De kerkelijke besturen van de Evangelische kerk van Duitschland, vooral in Pruisen, meenden een daad van grootmoedigheid te verrichten, teen zij den gemeenten de vrijheid gaven hare eigene leeraars te kiezen; deze verkiezingen worden echter steeds afgewisseld door benoemingen van predikanten door de besturen.

Dit werkte goed in gemeenten waar de gemeente veel belang stelde in het bezitten van een waardig Evangeliedienaar, waarin eene kern van Evangeliebelijders gevonden werd, en waar men geneigd was voor het onderhoud van den predikant offers te brengen.

Doch zulke gemeenten worden er weinige gevonden. Er zijn leden van de Evangelische kerk te over, die al sedert jaren niet meer naar de kerk omzien, maar welke zich bij de verkiezing van een predikant beginnen te roeren. Men wil dan een recht «verdraagzaam" of nog liever een «vrijzinnig" man tot predikant hebben. Dit streven vindt men niet enkel bij de zoogenaamde »gebildete" heeren, zooals men in Duitschland »het denkend deel der natie" noemt, maar ook bij het landvolk. Hoe meer men verwachten kan dat een predikant alles zal laten loopen gelijk het gaan wil; hoe meer men denkt dat hij zijn ambt zonder ernst of kracht zal bedienen; hoe meer men denkt dat hij geene vermaningen zal geven, — hoe eer hij de man van de meerderheid der zoogenaafcnde vrijzinnigen zijn zal. De ervaring heeft geleerd, dat er maar weinige gemeenten gevonden worden, die herders en leeraars begeeren, welke met kracht en beslistheid de Evangelische leer voorstaan. Dit is niet alleen het geval in de grootere steden, maar ook in de kleinere, ja zelfs in de dorpen, die in de nabijheid van steden gevonden worden. Ja, het geschiedt zelden, dat de meerderheid in eene gemeente een predikant verlangt, die met beslistheid de belijdenis der Evangelische kerk is toegedaan. Waar zulke gemeenteleden gevonden worden, vormen zij eene minderheid; in de kerkeraden zijn zij haast niet vertegenwoordigd, want lief^ houdt men hen buiten alles.

Het spreekt wel vanzelf dat er onder deze omstandigheden vele onwaardige predikanten gekozen worden. Wanneer de gemeente vacant geworden is en zij aan de beurt is om een Evangeliedienaar te beroepen, wordt het «laster maar, er blijft altijd iets van hangen" ruimschoots in toepassing gebracht, terwijl uitwendige dingen en eigenschappen, als de houding van een candidaat, zijn stem enz., somtijds bij de keuze den doorslag geven. Een Duitsch kerkelijk blad zegt zelfs dat de ervaring heeft geleerd, dat ook sommige karakters, van welke men iets beters verwacht had om een vurig gewenschte plaats te verkrijgen, zekere zwakheid en toegevendheid toonen, himne beginselen in zekere mate ontrouw worden en zich dan op een verkeerden weg begeven. Het is ontmoedigend voor een vriend van de Evangelische kerk, wanneer hij moet gewaar worden, dat onkerkelijke burgemeesters en niet minder schoolmeesters, die geen meesters in hunne scholen zijn en ook geen herder en leeraar op den kansel en in de gemeente wenschen, beshssen, wie tot predikant zal worden benoemd.

Met bezorgdheid ziet men de toekomst der Evangelische kerk tegemoet. Wanneer men opmerkt, dat er tegenwoordig zooveel studenten in de^ theologie gevonden worden, dan zal de strijd om een predikantsplaats te verkrijgen, zwaar worden.

Reeds wordt aangeraden dat een candidaat voor een predikantsplaats na zijne proefprediking en na met de jeugd gecatechiseerd te hebben, alleen door den vergaderden kerkeraad ontvangen zal worden. In die vergadering kan er van gedachten gewisseld worden, terwijl het bezoeken van gemeenteleden aan hunne huizen, gelijk dit gebruikelijk is, behoort te worden verboden.

Wij willen aannemen dat indien deze maatregel wordt doorgedreven, er wel een einde komen zal aan vele kuiperijen, doch wij meenen dat niet ingezien wordt wat de grondfout is, waardoor de jammerlijke dingen ontstaan, welke hierboven werden beschreven. In Duitschland, gelijk in de Ned. Herv. kerk, is de belijdenis aan het stemrecht gebonden, in plaats van het stemrecht aan de belijdenis. Op zich zelf beschouwd zit er geen kwaad in of is er niets tegen, dat eene gemeente haar eigen herder en leeraar kiest, indien maar toegezien wordt, dat niet zij mogen stemmen, die met de beiijdenis der kerk hebben gebroken.

Gelijk men weet, bestaat er in Duitschland een Gereformeerde bond, waarvan de Reformirte Kirchenzeitung het orgaan is. Veel is er voor te doen geweest voordat men had vastgesteld welke positie de bond zou innemen tegenover de belijdenisschriften der Gereformeerde kerken, inzonderheid tegenover het •»c0r ecclesiae., '''' de leer der verkiezing.

Naar aanleiding van eene uitgave van Dr. Ebrard, waarin critische aanmerkingen op de leer van de praedestinatie gemaakt worden, waardoor wederom tegenschriften zijn uitgelokt, heeft de redacteur van de Ref. Kirchenz. het noodig geacht, opnieuw uiteen te zetten op welke leerstellige grondslagen de bond rust. In het algemeen merkt dit blad op:

1. dat de bond geen kerkvergadering is, welke in vraagstukken de leer, den eeredienst en de regeering betreffende, eene beslissing nemen kan, maar eene vrije vereeniging van gemeenten en gemeenteleden tot wederkeerig hulpbetoon, , op grond van de in Duitschland terecht bestaande leermgen en inrichtingen van de gereformeerde kerk;

2. daarom heeft zich de bond op den grondslag van de in de Duitsche Gereformeerde kerk rechtens en historisch geldende leeringen en ordeningen te plaatsen, zonder aan deze iets af of toe te doen,

3. de bond kan niet oordeelen over leerbepalingen, die door enkele leden of door enkele gereformeerde kerken beleden worden, welke buiten de overeenstemming gereformeerde kerken liggen; (concensus) der

4. als concensus van de gereformeerde belijdenisschriften in Duitschland is algemeen, te allen tijde en zoo ook door den bond de Heidelberger Catechismus erkend geworden.

5. Evenzoo is erkend, dat de leer van de absolute praedestinatielvolgens den Heidelberger Catechismus wel recht heeft, maa, r niet verplichtend is, zoodat zij niet als voorwaarde van toetreding tot den bond kan gesteld worden, waarbij evenwel het recht aan kerkelijke lichamen tot het stellen van zulk eene voorwaarde binnen hun gebied niet wordt ontkend;

6. verhandelingen óver betwiste leerstukken kan en zal de bond niet buitensluiten, doch spreekt daarbij de verwachting uit, dat zij in den geest der waarheid en der liefde en met wederkeerige waardeering op grond van Gods Woord zullen plaats hebben.

Ons dunkt, dat de bond op deze grondslagen gevestigd blijvende, geen middel zal kunnen zijn, om de slapende Gereformeerde elementen in Duitschland te doen onwaken. Zijn bazuin geeft een te onzeker geluid.

China. Veranderde houding der regeering ten opzichte van het Christendom!

Bekend is het, hoe ongeveer sedert een jaar in China de gemoederen fel gebeten waren op de Christelijke zendelingen en op de Chineezen, die het heidendom hadden afgezworen, om het Christendom te omhelzen. Het kwam zelfs hier en daar tot bloedige botsingen. De Chineesche bekeerlingen waren echter niet tot afval te brengen. Gelukkig dat de gezindheid der regeering te hunnen opzichte geheel is omgekeerd. In de laatste maanden is door den keizer van het Hemelsche rijk proclamatie op proclamatie uitgevaardigd, om het Chineesche volk te vermanen, in vrede met de Christelijke zendelingen en hunne volgelingen te leven; waarin tevens verklaard wordt dat de Christelijke godsdienst den mensch leert goed te handelen, en deswege dient geëerbiedigd te worden.

»Deze documenten, " zegt de correspondent van de Engelsche limes, »zijn in zoovele deelen van China verspreid geworden, dat er uit bhjkt dat elke onderkoning over de achttien provinciën instructiën op dit punt schijnt gekregen te hebben. Kennelijk wil de regeering eene beweging over het geheele verbazingwekkend groote rijk in het leven roepen, om de geheele bevolking het gevaar, dat in de vervolging der zendelingen van de Christelijke kerk en der inlandsche Christenen, gelegen is, te doen zien. Ook schijnt zij te verlangen dat valsche voorstellingen omtrent de leer van de apostelen van het Christendom, welke bij het Chineesche volk gevonden worden, zullen worden weggenomen.

Men heeft deze daden van den Chineeschen keizer vergeleken met het edict, dat Constantijn de Groote het uitgaan, toen hij den Christenen vrijheid van godsdienst verzekerde. Hierin moge iets overdrevens gelegen zijn, maar toch konden de proclamatiën der Chineesche regeering, waarbij tot verdraagzaamheid ten opzichte van de belijders van het Christendom wordt aangespoord, wel het begin zijn van eene machtige beweging.

Maar aan welke omstandigheid is dit middellijk te danken?

De Markies Tseng, welke jarenlang Chineesch gezant geweest is bij het Engelsche hof, een door en door bekwaam man, die door zijn beleid voor eenige jaren een oorlog tusschen China en Frankrijk wist te voorkomen, schijnt, nu hij in zijn vaderland is teruggekeerd, een weldadigen invloed op de regeering van zijn land uit te oefenen. Den tijd, dien hij in Engeland doorbracht, heeft hij besteed om alles met eigen oogen te bezien. Hij bezocht zelfs de vergadering van de commissie der Vrije Schotsche kerk. Hij is zeer welwillend gezind ten opzichte van de Christenen en van het Christendom, en daarom mogen wij de jongste edicten van den keizer allerwaarschijnlijkst aan zijn invloed toeschrijven.

China telt meer dan 400 millioen inwoners, d. i. honderdmaal meer dan'JNederland. Geen land is dichter bevolkt dan] het rijk, dat zich het «Hemelsche" noemt. Doch ook schier geen land, waar de zending ^ met meer bezwaren te worstelen heeft dan juist in China. Het allerijselijkst zedebederf wordt in dat land gevonden; wat door sommigen de godsdienst der Chineezen genoemd wordt, is niets anders dan de meest openbare dienst van den onrechtvaardigen Mammon.

Eerst in het begin van deze eeuw is men begonnen pogingen aan te wenden, om in dat groote rijk het Evangelie te laten verkondigen. De eerste zendeling, die het waagde om in China het', |vischnet van het Koninkrijk Gods uit te werpen, was Robert Morisson, welke in 1807 te Makao aankwam. In Chineesche kleeding ging hij het land door, om op die wijze zonder argwaan te wekken de taal en de zeden der Chineezen te leeren kennen. En welk een reuzenarbeid heeft die dienstknecht Gods verricht door den Bijbel in het Chineesch te vertalen! Hij stierf in 1834 in de vaste hoop, dat ook China eenmaal het Christendom zou aannemen. Nadat het ijs door Morrison gebroken was, kwamen nog bij zijn leven andere zendelingen met hem arbeiden. Onder deze onderscheidde zich vooral Gützlaff, die de apostel der Chineezen genoemd wordt.

Tegenwoordig arbeiden 30 zendinggenootschappen in het groote rijk. Maar wat zijn de beschikbare krachten bij het onafzienbaar arbeidsveld ?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 10 april 1887

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 10 april 1887

De Heraut | 4 Pagina's