GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

De kinderen des Verbonds.

Bekijk het origineel

Bladeren
+ Meer informatie

De kinderen des Verbonds.

11 minuten leestijd

XX.

Nu we onze arti.kelenreeks over de Kinderen des. Verbonds., die wegens anderen arbeid enkele weken moest liggen blijven, weder opvatten en regelmatig hopen te vervolgen, moeten in de eerste plaats de argumenten, die de verwerpers, van den kinderdoop voor hun gevoelen aanvoeren, yvorden wederlegd. Waar wij in ons laatste artikel onS beriepen op het feit, dat heel de C: ristelijke Kerk, hoezeer op andere punten ook gedeeld, toch aan den kinderdoop vasthoudt, meenen zij sterk te staan door een beroep op de Heilige Schrift en op de oudste geschiedenis der Kek, die beide van den kinderdoop nog niets afweten. Nergens in het Nieuwe Testament, zeggen ze, wordt een rechtstréeksch gebod om kinderen te doopen gevonden; evenmin kan.met zekerheid één geval worden aangewezen, waaruit blijkt, dat de Apostelen kleine kinderen, die nog-gecri belijdenis des gelöofs konden afleggen, gedoopt hebben ; en het stilzwijgen van de oudste Kerkvaders over den kinderdoop-evenals de besliste afkeuring van den kinderdoop door den kerkvader Tertullianus-Vbewijst wel, dat de kinderdoop eerst veel later in de Christelijke Kerk is opgekomen. Vroeger hebben de voorstanders van den kinderdoop deze feiten wél trachten te ontkennen en gepoogd door allerlei willekeurige kunstenarijen den kinderdoop : .als een gebruik - van Apostolischen oorsprong te handhaven, maar thans^ nu men objectiever en meer wetenschappelijk de gronden over' èn weer aangevoerd, onderzocht heeft, is men algemeen tot de overtuiging gekomen; dat de kinderdoop-eerst van veel lateren oorsprong is, Schleiermacher, de groote theoloog van Duitschland, erkent het ronduit'; sDie eenig bewijs voor den doop wil vinden in het Nieuwe Testament, moet het er eerst in leggen." Neander, de uitnemende kerkhistoricu.s, zegt: De kinderdoop, heeft geruimen tijd den hevigsten tegenstand ondervonden, waaruit blijkt, dat hij niet van Apostolischen oorsprong is«. En ook de nieuwere geleerden zijn het hiermede geheel eens. In - de laatste uitgave van Herzog's Realenc\-clopaedie wordt in het artikel over den doop verklaard : »het valt niet aan te toonen, dat het .doopen van kinderen in den tijd der apostelen en die daarop volgde gebruikelijk is geweest. We hooren 'wel meermalen d.at huisgezinnen zijn gedoopt geworden Hand. 16 : 15, 33 ; ES : 8 en I Cor. 1 : 16, maar de laatste plaats vergeleken met I Cor. 7:14 begunstigt de onderstelling niet, dat toen reeds de kinderdoop . gebruikelijk • was. Want dan had Paulus niet kunnen schrijven: ant anders waren uwc kinderen onreins. Harnack, - w'ekde beste kenner der oud-kerkelijke letterkunde' uit onze dagen, zegt in de jongste uitgave van zijn Lehrbuch der Dogmengeschichte' (4e uitgave): -Hoe de praktijk vjm den kinderdoop zich in de Kerk.ingebiirgetd heeft, ligt geheel in het' duister^ ook al dankt die praktijk haar oorsprong aan de gedachte, dat de doop voor de zaligheid onontbeerlijk is, ze is tegelijk een bewijs hiervan, dat de bijgeloovige opvatting van den d-oop reeds sterk toegenomen wast. En om nog één citaat te geven, ook de meer conservatieve Seebei-g, Harnack's ambtgenoot te Bcrtijnj komt in zijn Dogmengeschichte tot de--zelfde conclusie: gt; De Idnderdoop, zegt hi}, is eerst tegen het einde der tweede eeuw in gebruik gekomen, maar hij was nog geen regel, en een man als • Tertullianus heeft hem nog voor gevaarlijk gehouden en er tegen gewaarschuwd. Eerst sinds - de vierde eeuw, d.W.'z. - sinds de, Kerk volkskerk is ge\yorden, werd de kinderdoop vaste zede*. Wat hij dan daaruit verklaart, dat > alleen in de volkskerk de kinderdoop door te voeren is, en dat zoolang.de Kerk zendingskerk is, ze de zedelijke voorwaarden mist, die voor den kinderdoop noodig zijnt.

Nu is het zeker , waar, . dat noch uït het Nieuwe Testament, noch viit de oudere christelijke schrijvers een stellig en afdoend bewijs valt te leveren, dat de kinderdoop van de dagen der Apostelen af in de Kerk onderhouden is geweest. De bewijsplaatsen uit het 'Nieu'ive Testament, 'waarop men zich J gewoonlijk ten bate van den, kinderdoop be-, roept, zijn niet afdoendel Regel was zeker, dat de doop aan.'volvyassenen .bediend werd, enwanneer een enkel maal vermeld v\'ordt, dat met die. volwassenen, ; die op belijdenis van geloof gedoopt werden-, oak hunne gezinhen d.w.z.hun kind-feren gedoopt zijn geworden, dan hebben we geen zekerheid, dat daaronder ook oniiwndige kinderen waren. Intusschen, al moet dit aan de verwerpers van den kinderdoop werden, toegestemd, , van hun zijde valt natuurlijk evenmin het bewijs te leveren, dat zulke jonge kinderen in deze gezinnen niet aanwezig waren. Zoodra ze dit aantoonen willen, doen ze dit dan ook niet op historische, maar op dogmatische gronden, d.w.z, omdat volgens hen de doop alleen bediend mag worden aan degenen, die het geloof belijden kunnen. En het blijft altoos ten gunste van, het Apostolisch gebruik-v.an den kinderdoop pleiten, dat de ..'\postelen, wanneer de otiders tot de Christelijke Kerk overgingen, tegelijk rnet de ouders het gezin hebben gedoopt. Ware dit nu slechts een zéér énkele maal geschied, dan zou men nog kunnen denken, dat in zulk een gezin toevallig alleen volwassen kinderen aanwezig; W.aren, niaar nudity feit meerdere malen vermeld wordt, en hieruit blijkt, dat het doopen van heel het gezin, vooral wanneer beide ouders Christen werden, regel was, zou het al zeer. zonderling geweest zijn, wanneer in al deze gezinnen alleen kinderen op leeftijd werden gevonden. En in elk geval blijkt, er uit, dat de Apostelen ook bij den doop rekening hielden niet alleen met de losse individuen, zooals de Baptisten doen, rhaar 'oOk met het organisch verband van het gezinsleven. Waar de ouders door "den doop. in de Kerk worden opgenomen, gaat ook het gezin met hen mede. Ën in dien zin genomen heeft het zeker ook beteekenis voor den kinderdoop, dat de Apostel in 1 Cor, 7 : 14 uitdrukkelijk verklaart, dat ook de kinderen geboren uit een gezin, waarvan alleen de vader of moeder geloovig was, 'toch als »heiligt moesten beschouwd worden-, omdat, al wordt hier over den doop • dezer kinderen niet rechtstreeks gespreken, dit »rein« of «geheiligd* zijn van de kinderen toch wel degelijk onderstelt, dat zij gerekend werden tot de Christelijke Kerk te "behooren.

Maar ook afgezien van deze aanduidingen in het Nieuwe Testament, dat de kinderdoop in de Apostolische Kerk reeds gebruikelijk is geweest, valt het zeker niet te verwonderen, dat in het Nieuwe Testament en bij de oudste kerkelijke schrijvers over den kinderdoop zoo weinig wordt gesproken en daarentegen schier altoos over den doop der volwassenen gehandeld wordt. Voor ons, die gewend zijn aan den kinderdoop als r< ^< r/en voor wie de doop der volwassenen een uitsondering is, moge het vreemd schijnen, dat. in het Nieuwe Testament en ook'in de zoogenaamd na-Apostolische Kerk juist her omgekeerde het geval is, , maar de opmerking van Seeberg'is volkomen juist, dat men dan vergeef, welk een geheel ander karakter de Kerk in deze eerste peri.ode droeg. Kinderdoop kan eerst regel worden, wanneer er een gevestigde Kerk is; want alleen dan wanneer de Kerk door prediking van het Evangelie gesticht is geworden, , kan er van regelmatigen kinderdoop sprake zijn. Ook nu zal men, waar de Kerk missionnair' optreedt in de Heidenwereld, telkens lezen, dat volwassenen gedoopt worden, maar niet dat kinderen worden gedoopt. Proselietendoop is, zoolang de Kerk in het stadium van de missie verkeert, regel; kinderdoop uitzondering. Alleen dan, wanneer de ouders, die uit het heidendom tot de Christelijke Kerk overkomen, kinderen hebben, zal er sprake van wezen, dat ook deze kinderen gedoopt worden. Gelijk dit dan ook vermeld wordt van de gezinnen van den" stokbewaarder te e Filippi en van Lydia 4e purperverkoopster, ^laar voor ie zending is niet het feit, dat deze gezinnen overgaan, maar dat de ouders geloovig zijn geworden, van het meeste belang, en in de zendingsberichten leest 'men dan ook telkens, hoeveel volwassenen gedoopt zijn, maar wordt van , de kinderen, die mede den doop ontvangen, zelden . gewag gemaakt. • De uit­ 4 breiding der Kerk is toch hoofdzaak. En die uitbreiding geschiedt niet door den . kinderdoop, maar doordat volwassenen voor hèt Christendom worden gewonnen.

Hierin nu ligt de fout, die men vroeger beging, dat men te weinig op dit missionnaire karakter van.de ApostolischcKerkjZOoalszijin hét Nieuwe Testament ons geteekend wordt, acht heeft gegeven. Onze vaderen deden zelf nog weinig aan de zending ; de zendihgsidee leefde niet in hun hart. Ze zagen daarom in het Nieuwe Testament uitsluitend-een model, hoe het in een wei-ingerichte Christelijke Kerk moest f oegaan.Tegenover al de misbruiken, die eeuwenlang in de Kerk waren ingeslopen, lokte hen weer het ideaal van de zuiverheid der Apostolische Kerk, Eerst in onzen tijd, nu de - zendingsactie zoo machtig is geworden en men daardoor zelf met' de gansch e.xccptioneele toestanden, die, een missionhaire . Kerk bij haar . arbeid ontmoet, bekend is geraakt, heeft men ook een geheel anderen blik op het Nieuwe Testament gekregen en het veel beter leeren verstaan.

En hetzelfde wat voor de Apostolische Kerk geldt, geldt evenzeer voor de na-^Apostolische Kerk. Ook deze Kerk was en bleef nog missie-kerk. Aller passie en aandrift was om overal nieuwe gemeenten te stichten en door nooit rustenden zendingsarbeid deze gemeenten uit te breiden. Op de bekeering van volwassenen, die uit het heidendom tot de Christelijke Kerk moesten worden overgebracht, was daarom aller streven gericht. Het is een uitzondering, als ge in deze eerste période mannen ' vindtj.^di? . yan kindsbeen af in' de CHri'stelijke.Kerk waren-opgegroeid. Een Clemens, van Rome, een Ignatius, een ustihus Martyr, een Tertullianus zijn allen in hun jeugd, heidenen geweest en eerst op later leeftijd gedoopt. Bij de "snelle uitbreiding : der Christelijke Kerk bleef daarom de proselietendoop regel; die doop, en niet de doop der kleine kinderen, die in de gemeente geboren waren, trok dan ook het meest de aandacht. Want elke proseliet was weer een overwinning voor Christus, op het heidendom behaald. Vandaar, dat het geen de minste bevreemding behoeft te wekken, wanneer bij deze zoogenaamde Apostolische vaders en oudste schrijvers der Christelijke Kerk over den kinderdoop zoo goed als niets te vinden is. Zelf eerst-i op later leeftijd gedoopt, spreken ze meest over wat die doop voor hen zelf heeft beteekend. En vöorzoover ze, zooals dit in de zoogenaamde Leer der Twaalf Apostelen, de oudste liturgie der Kerk, en bij Justinus Alartyr met name geschiedt, de doopplechtigheid beschrijven, ligt het in den aard der zaak, dat ze den proselietendoop ons teekenen. Hun stilzwijgen over den kinderdoop mag dus allerminst als een afdoend bewijs worden opgevat, dat de kinderdoop destij_ds nog niet voorkwam, en geheel onbekend was. Het tegendeel zullen we in een volgend artikel aantoonen. Want het bew.ijs, dat' de • kinderdoop reeds zeer vroeg in de Christelijke Kerk voorkwam en volstrekt niet te danken is ^an de later opgekomen leer van de absolute noodzakelijkheid van den doop, of aan een bijgeloovige opvatting 'van den doop, zooals Harnack beweert, is wel degelijk te leveren. Alleen houde men wel in het oog, dat al kwam de kinderdoop van de vroegste tijden .der Kerk af voor, daarmede nog niet gezegd is, dat de kinderdoop toen reeds algemeen regel was. Zelfs in de vierde eeuw, toen, naar aller eenparig getuigenis, de kinderdoop vaste zede was geworden, was dit nog niet het geval. Niet alleen dat de proselietendoop ook toen nog verre van zeldzaam was, rnaar zelfs kinderen uit Christelijke gezinnen bleven nog niet zoo zelden in hun jeugd ongedoopt. Twee bekende voorbeelden mogen dit bewijzen. Ambrosius, de beroemde bisschop van Milaan, was uit ("hristelijke ouders - geboren en toch is hij eerst oj) volwassen leeftijd gedoopt geworden. Toen hij tot bisschop gekozen werd, moest hij den doop nog ontvangen. En niet minder bekend is het geval van Augustinus. Dat Augustinus eerst op volwassen leeftijd gedoopt is, lag niet daaraan, dat hij een heidenschen vader had. Want hij deelt zelf mede, dat zijn vader de geheele opvoeding der, kinderen aan Augustinus' vrome moeder overliet en er zich niet tegen verzette, dat zij Christelijk werden opgevoed. Niet Augustinus' heidensche vader, maar juist zijn Christelijke moeder is dé oorzaak geweest, dat hij als kind den doop niet ontvangen heeft. En als men vraagt, waarom ze haar kind den doop ontliield, dan deelt Augustinus zelf als reden mede, omdat ze meende, dat, wanneer haar kind, na jong gedoopt te zijn, later in groote 'zonden kwam te vallen, daarmede de genade van den doop voor hem zou

verloren gaan. En toch was de kinderdoop destijd.s in heel de Christelijke Kerk zoo algemeen in gebruik, dat Augustinus zelf later in zijn strijd tegen het Pelagianisme, dat de erfzonde loochende, als een der sterkste argumenten zich beroepen kon op het feit, dat heel de Christelijke Kerk de kinderen doopte, want uit dien doop der kinderen bleek, dat óok zij de vergeving-der zonden noodig hadden en dus in erfzonde waren geboren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 13 februari 1916

De Heraut | 4 Pagina's

De kinderen des Verbonds.

Bekijk de hele uitgave van zondag 13 februari 1916

De Heraut | 4 Pagina's

Bladeren