GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Een dogmatische vraag.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een dogmatische vraag.

2 minuten leestijd

Een onzer Gereformeerde jongelingsvereenigingen vraagt ons in de Heraut de vraag te beantwoorden, of de geloovigen na hun dood terstond naar den hemel gaan.

Het antwoord op deze vraag schijnt ons niet zoo moeilijk voor een Gereformeerde Jongelingsvereeniging, want het is te vinden in de 22e Zondagsafdeeling van onzen Catechismus, waar staat, dat de ziel der geloovigen na dit leven van stonden aan tot Christus, haar hoofd, zal opgenomen wórden, en aangezien Christus in den hemel is, volgt daaruit, dat deze vraag in bevestigenden zin moet beantwoord worden.

Dit antwoord nu van onzen Catechismus is volkomen in overeenstemming met wat de Schrift ons leert, want de Schrift leert ons uitdrukkelijk, dat de zielen der geloovigen terstond na den dood met of bij Christus zullen zijn. Tot den moordenaar aan het Kruis werd gezegd: eden zult gij met mij in het Paradijs zijn. Paulus verlangde om ontbonden te worden en met Christus te zijn (Philip. 1 : 23) En Stephanus beveelt stervende zijn geest in de handen van Jezus (Hand. 7:59). En dat dit niet alleen bedoeld is van een geestelijke gemeenschap, maar van een plaatselijk zijn met Jezus, dus in den hemel, waarheen Christus na zijn hemelvaart is opgenomen, leert de Schrift ons in Openb. 6 : % en 7:9 waar staat, dat de zielen der martelaren zich bevinden onder het altaar voor den troon van God, d. w, z. in den hemel. Trouwens, hetzelfde wordt ons ook door den Apostel in Hebr. 12 : 22, 24 geleerd, waar de Apostel spreekt over het hemelsche Jeruzalem, de stad des levenden Gods, en daarna opsomt, wie nu in het hemelsche Jeruzalem gevonden worden, nl/ de vele duizenden der engelen Gods, de Rechter over allen, de geesten der-volmaakt rechtvaardigen en Jezus, de Middelaar des Nieuwen Testaments.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 16 mei 1920

De Heraut | 4 Pagina's

Een dogmatische vraag.

Bekijk de hele uitgave van zondag 16 mei 1920

De Heraut | 4 Pagina's