GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

UIT DE SCHRIFT

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

UIT DE SCHRIFT

4 minuten leestijd

Indien Ik niet wegga, zoo zal de Trooster tot u niet komen, maar indien Ik heenga, zoo zal Ik Hem tot u zenden. Johannes 16:7.

Gezonden van Christus.

Schijnbaar heeft Jezus door Zijn heeaigaan Zijn discipelea armer gemaakt, hen beroofd van Zijn troostend© en sterkende tegenwoordigheid.

Wat moest er uit hen, zwakke en twijfelende mannen, worden zonder Hem, die gezegd had: „zonder Mij leunt gij niets doen"?

Moeten zij apostelen worden, die nog niet eens goede discipelen zijn? Leermeesters der christenheid, terwijl zij zelf nog zoo weinig van Jezus weten? Moedige visschers van menschen op de bewoigen zee des levens, zij die in nacht ©n storm al versagen? Trouwe leiders der gemeeinte, die zelf zoo vaak dwalen zonder Herder?

Alles hing voor hen aan Jezus' inspireerendia tegenwoordigheid. Wat zal er van - hen wordem nu Jezus is heengegaan?

Toch had Hij tevoren verklaard: „het is u nut dat Ik wegga".

Dat hebben ze eerst niet kunnen gelooven. Maax op het Pinksterfeest is het hun tem volle duidelijk geworden.

Juist door Jezus' heengaan werden die discipelen niet armer, maar rijker.

Zij moesten eerst geheel worden ontledigd, om daarna vervuld te kunnen worden met den H. Geest.

Door Zijn lijden en sterven had de Heiland immers den levendmakenden Geest verworven, die het nemen zou uit het Zijne, en het hun zou verkondigen. Die Geest zou toepassen in de harten wat Christus verworven had.

In dien Geest zou Jezus wederkomen, want Hij zou hen geen weezen laten.

Daartoe moesten zij dus van Zijn liohamelij'k'e tegenwoordigheid beroofd worden, om eeuwig en onlosmakelijk aan Hem door den Geest verbonden te Mij ven.

Die Trooster, Advocaat, Zaakbezorger Gods, zou de heilige rechtsgedingen in hun hart voeren en het goiddelijke recht daarbinnen bondig maken. Terwijl Christus Zelf Voorbidder bij den Vader bleef, zou deze Advocaat het pleit daarbinnen voeren om. a; lle gedachten gevangen te leiden tot da gehoorzaamheid aan Christus.

Die Trooster zou komen, maar als gezondene van Christus, die heenging.

Hoe innig en onverbreek'baar is dus het verband tusschen Christus en den Heiligen Geiest, tusscJien Christus en Zijn Christenen.

Door de uilstorting van dien Heiligen G'eest ig nu alles voor en in de discipelen anders geworden.

Ze drinken nu met volle teugen uit de bron der genade, die afvloeit uit het hemelsch heiligdom.

Zij worden nu door dien Geest trouwe _getuigen van Christus. Het stemt hen zelfs tot blijdschap als zij smaad moeten lijden om de eer van hun Zaligmaker.

Die Geest maakt hen tot kloeke en moedige godsgezanten die zeggen: wij kunnen niet laten te prediken wat wij gezien en gehoord hebben. . Zij gelooven, daarom spreken zij.

Nu hebben ze alles over voor het Koninktijfc Gods en laten er alles voor los: geluk en eer, have len goed, lichaam en leven.

Die geweldige verandering is alleen gekomen door den Heiligen Geest, die het ledige, door het heeragaan van den Heiland gekomen, vervuld heeft uit Zijn overvloeiende volheid.

Nu konden ze niet meer slapen, want niemand waakte met hen in de ure der verzoeking. Ze streden ook niet meer over de vraag, wie do eerste was.

Daarom kon nu de beloofde Trooster komen. Hij zou heai in alle waarheid leiden en de toekomende diagen hun verkondigen.

De Heilige Geest heeft an.dere menschen van hen gemaakt, apostelen, ambassadeurs van Christus, bloedgetuigen van het Lam.

Jezus is heengegaan.

Maar Hij is in Zijn Geest teruggekeerd tot Zijn 'kinderen, tot Zijn Kerk, om eeuwig bij haar 'te blijven.

Die Geest wijkt nooit meer van ons, noch keert ooit terug naar den hemel.

Wel kan die Geest zijn werking inhouden, ais wij Hem door onze zonde bedroeven, zoodat wij bidden moeten: „laat van mij Uw Heilige Gees't niet scheiden".

Is die Geest tot veirnieuwing ook in ons hart gekomen? Beheerscht Hij ook ons leven?

Christus wil door het geloof daarbinnen wonen, Hij klopt aan de deur van zondaarsharten. Daarbinnen is het leeg en kil; wel staat er een troon, maar voor den Satan.

Waar Christus niet woont, is armoede en onvrede. Maar als dat leege hart vervuld mag worden met den leveuwekkenden adem des Geestes, dain wordt de troon des Satans neergeworpen, en' Christus gaat er koninklijk heerschappij voeren.

Hij bouwt Zijn Gemeente en past aan haar alle schatten van Christus' gerechtigheid toe.

Hij leidt alle gedachten gevangen tot de gehoorzaamheid aan Hem.

Want idie Geest is gekoanen om Jezus te verheerlijken.

Blijvend Pinksterfeest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 mei 1937

De Reformatie | 8 Pagina's

UIT DE SCHRIFT

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 mei 1937

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken