Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

HOOFDARTIKEL

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

HOOFDARTIKEL

8 minuten leestijd

Over het onkerkelijkheidsprobleem.

III.

Oorzaken en ontstaan van het probleem.

De vraag rijst, waarom de onkerkelijkheid de ontkerstening op liaar weg niet „geschaduwd" heeft; waarom ze haar niet op d^n voet heeft gevolgd. - - - . •----• -

Het is moeilijk op die vraag een afdoend antwoord te geven; -wel laat zich het ©en en andter vaststellen, dat in een bepaalde richting wijst.

Het historisch materialisme van de oude modernen heeft, wonder boven wonder, den groeten exodus uit de kerken niet veroorzaakt. Dit modernisme maakte zich breed in ons kerkelijk Jeruzalem in de vorige eeuw, waar het door het liberalisme was voorafgegaan, doch het duurde nog tot omstreeks de „eeuw-wende" dat de onkerkelijkheid als een nieuw verschijnsel aan den kerkelijken hemel werd waargenomen. En juist toen was het historisch materialisme wetenschappelijk al weer prijsgegeven! Het zou dwaasheid zijn alle Verband tusschen beide te loochenen, maar de verbinding tusschen het „oude" modernisme en de „nieuwe" onkerkelijkheid had een „transformator" noodig, wilde ze effect sorteeren. Die ontbrak haar in de dagen van Kuenen en Scholten en daarom kon de onkerkelijkheid toen , — ondanks den treurigen toestand van kerk en „kerkvolk" — niet doorzetten.

Die „transformator" was de opkomende sociaaldemocratie, 'die, naar gelang haar vat op de arbeidersmassa toenam, breedte volkslagen van dte kerk trachtte te vervreemdten. Van meet laf hebben de leiders der sociaal-democratie er bewust naar gestreefd, den band met de kerk losser te maken. In figuren als Troelstra, Van Kol e.a., die dfe partij in 1894 in het leven riepen, verkreeg deze, bewust anti-kerkelijke, geest z'n belichaming. De invloed, die van hen is uitgegaan, zij het vaak indirect, tot de ontkerstening van ons volk, kan niet gemakkelijk worden onderschat. De gematigder geest, idie met de aanvaarding van het Leidsche Program in 1912 ging domineeren, veranderde in wezen aan de kerkelijke visie van den Marxistischen arbeider niets. De sociaal-democratie heeft noch in haar rechter-, noch in haar linkervleugel ooit de positie van ide kerk juist weten te taxeeren. Innerlijk werd de band, die de massa aan de kerk bond al losser, zoodat ten Slotte ook voor de laatste stap geen halt werd bevolen: de verklaring niet langer tot een god's.dienstige gezindte te willen behooren. We willen in dit verband wijzen op de uitnemende artikelen indertijd door Ir ter Brugge over de ontkerstening ia dit blad gepubUceerd, , al heeft deze z'n onderwerp beperkt tot de Nederlandsdhe arbeidersmassa. Voorts is de invloed van de openbare^ Sodsdiensüooze, school op de onkerkelijkheid zeer groot geweest.

Het spreekt wel vanzelf dat de kerk als instituut niet in alles vrij uit gaat. Ze had zich meer met de sociale nooden moeten inlaten en ze had dat éérder kunnen doen, dan ze hééft gedaan, doch niemand meene, dat dit juist de onkerkelijkheid de groote stimulans heeft gegeven. Indertijd toonde het Handelsblad zich hoogst verwonderd over een Engelsche uitspraak, dat de kerk in de eerste plaats weer preeken zou het volle Evangelie en niet van alles zou „doen", maar in de historie is_ deze uitspraak volkomen gerechtvaardigd, aldus Dr Sietsma in het Geref. Theol. Tijdschr. van Febr. 1938: „voor zoover de kerk als instituut aan den grooten afval schuld heeft, ligt die schuld niet in de eerste plaats in de verwaarloozing van ©enige sociale roeping, maar in de verwaarloozing van haar kerkelijke roeping, n.l. werkelijk kerk te zijn". Toen het mo^ deraisme en het meer of minder zuiver Marxisme, belichaamd in de S. D. A. P. en de Commmiistische Parlij, den akker bereid hadden, is het zaad der onkerkelijkheid allerwege ontkiemd. En... de kerk zélf heeft mede voor een voorspoedigen groei van het nieuwe gewas gezorgd: de kerkelijke belasting in de Ned. Herv. Kerk werkte als de klap op de vuurpijl!

De groote exodus dateert van den dag der invoering der kerkelijke belasting. Zij, wie de kerk geen offer waard was, zijn toen heengegaan, en die uittocht is nog niet uitgewerkt. Wanneer men deze onverkwikkelijke belastinggeschiedenis op de keper beschouwt, heeft ze niet alleen een schaduwkant, maar wel degelijk ook een üchtzijde. Onbewust immers doet hier de kerkvoogdij in de Ned. Herv. Kerk, wat des kerker a a ds is^ het zuiver houden van de kerk Doode ranken aan den wijnstok van het kerkinstituut worden zoodoende afgesneden, tenminste een gedeelte van het sprokkelhout wordt opgeruimd. Kwantiteitsverlies is hier kwaliteitswinst. Hoe grooter déze uittocht uit de Ned. Herv. Kerk wordt, des te zuiverder zal ze zich als Kerk openbaren. In een lezenswaard artikel van Ds J. P. van Brugg; en te Amsterdam in het Weekblad der Ned.- Herv. Kerk van Febr. '38, zegt deze hierover u-effende idingen, al ziet hij o.i. de situatie ia de dorpen in ieen te gunstig licht Wanneer hij zegt, dat de kerkelijke zede er nog heerscht (op de dorpen. J. W. A.) „met ongeschreven wetten en er moed noodig is, om op het platteland met de kerk te breken", plaatsen we een vraagteeken. De ontkerstening van ons volk is waarlijk geen grootestads-probleem alleen! Doch dat het grooteMStadsprobleem de los-van-de-kerk-beweging zeer heeft bevorderd, springt ieder in het oog. "De stroom dorpelmgen, die voortdurend de stadskerken blijft vullen, voorziet deze van nieuwe levenssappen. Het dorpskarakter, dat voor plm. dertig jaar de stadsgemeente nog kermerkte is nu geheel verdwenen." In het begin van de 20e eeuw was het in de stad nog zoo, dat de wijkbewoners hvm predikant en de families elkaar kenden, toezicht op elkaar houdend. Volgens Ds van Bruggen schuüt het eigenlijke gevaar voor de kerk juist in die breede schare, die nog in de kerkelijke boeken en op de kerkelijke kaarten voorkomt, terwijl ze in feite totaal los is van de kerk. Juist de velen, die hun Udmaatschap nog niet hebben opgezegd, maar nimmer een voet over den kerkdrempel zetten, zouden het kerkelijk apparaat belemmeren te werken. Voor wat Amsterdam betreft, becijfert Ds van Bruggen, dat van de 160.000 Hervormden 's Zondags 10.000 menschen ter kerk komen, terwijl er globaal geschat ongeveer 30.000 mia- of meer meelevenden zullen zijn. In de kringen dezer onverschilligen heeft de onkerkelijkheid haar tienduizenden verslagen.

In Duitschland is de „Kirchen-Austritts-iBewegung" voorwerp van indringende studie geweest. Ook daar dateert de beweging van plm. 1900, al zijn op zich zelf staande uittredingen taltijd voorgekomen. Nu heeft men daar opgemerkt, dat het verschijnsel zich in een viertal „golvingen" heeft herhaald. („Hochfluten", voorafgegaan door een korte „Vorflutwelle"). De eerste golf was van weinig beteekenis, doch de tweede, die van 1913 —1914, veroorzaakt door samenwerking van vrijdenkersorganisaties en sociaal-democratie, was van verder grijpenden invloed. Ze richtte zich tegen de kerk pl< ! hét bolwerk van der monarchalen en burgerlijken staat, benutte de socialistische terreur in bureaux en fabrieken en zocht haar kracht in de wildste agitatie tegen religie en kerk. D© oorlog veroorzaakte echter een plotseling wegebben van deze golf; er volad een sterke ontwaking en verlevendiging van het nationaal en religieus besef plaats. De derde „golf" zette in met den ongelukkigen afloop van den wereldoiorlog (1919: 224.000 en 1920: 305.000 uittredingen!). Daarna begon de laatste „Welle" aan te rollen in de jaren van den grooten nood, doch ook zij heeft de fundamenten der kerk niet kunnen vernietigen. Over de kerkelijke statistiek van het Derde Rijk zijn nog geen gegevens voorhanden. Ook hier bleek, dat de socialistisch-materialistische wereldbeschouwing de moeder der beweging is, al zijn er overigens niet vele parallellen te trekken met höt oog op de Nederlandsche onkerkelijkheid.

Ten slotte doet zich in Noord-Nederland nog een eigenaardig verschijnsel voor, dat van grooten invloed is op de onkerkelijkheid in die gewesten, n.l. een eigenaardig positiekiezen tegenover de Sacramenten der Kerk, Doop en Avondmaal. De openbare geloofsbelijdenis wordt in het Noorden minder gemakkelijk afgelegd', dan in andere deelen van het land. Sterk wordt gevoeld, dat dit beUjdenis doen toegang vragen tot het Heilig Avond^- 'maal is. Vorige generaties — thans wordt het beter — kwamen vaak maar voor een deel tot de beUjdenis en dus tot het Avondmaal, met het gevolg, dat de kinderen dezer doopleden — hoewel kerkelijk meelevend — niet werden gedoopt. In Noord-Nederland is een aanzienlijk percentage der onkerkelijken niet ontkerstend, zooals in de groote steden. Deze groepen worden wel kerkelijk bearbeid, doch de volksaard laat niet toe, dat ©en besüssing over Doop en Belijdenis al te sterk wordt geforceerd. De toestand' in het Noorden is dus niet zóó ongunstig als ze, bij oppervlakkig kennisnemen van het percentage onkerkelijken, wel lijkt. Ondanks dat is de toestand ernstig genoeg.

Mag de kerk zich nu troosten met de bovenvermelde „Ersatz": „het is zoo erg niet: kwantiteitsverlies is kwaliteitswmst? " Mag ze er zich afmaken met de bewering, dat van den boom der kerk aUéén de wormstekige vruchten afvallen, maar dat de goede gestaèg aan-rijpen? Volstrekt niet. De onkerkelijkheid is het brandendst probleem van kerkregeering en zielszorg in dezen ontwrichten tijd. En aan de juiste therapie van deze ziekte dient een juiste diagnose vooraf te gaan. Het ware te wenschen, dat óók in Nederland de onkerkelijkheidsproblematiek grondig werd bekeken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 september 1938

De Reformatie | 8 Pagina's

HOOFDARTIKEL

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 september 1938

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken