Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

UIT HET POLITIEKE EN SOCIALE LEVEN

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

UIT HET POLITIEKE EN SOCIALE LEVEN

8 minuten leestijd

Christendom en Economie.

V.

In het vorige artikel hebben we weergegeven hoe Lord Stamp (in zijn boekje Christianity and Economics) zich de betrekldng tussdien de Heilige Schrift (in het bijzonder de Evangeliën) en het economisch léven denkt. De Bijbel geeft, zegt hij, geen economisch systeem, wil ook geen voorkeur voor bepaalde economische opvattingen; .lezus aanvaardde de economische en politieke omstandighcden van Zijn dagen (hoewel daarop zeker veel was aan te merken). De nadruk viel geheel op de „geestelijke houding".

Ook in de Handelingen en in de brieven der Apostelen vinden we, gaat Lord Stamp voort, geen aanwijzingen voor een bepaalde maatschappelijke ordening. De vermaningen omtrent het moreel© gevaar van den rijkdom, de aansporingen tot getrouwheid in diens the trekküig, de beloften van geestelijke vertroosting in lijden (ook het lijden idoor armoede veroorzaakt), duiden er op, dat hier, zoo min als in de Evangeliën, geen critiek op stelsels wordt gegeven, maar dat weer de persoonlijke daad beslist. Deugden als die van barmhartigheid en liefdadigheid, worden bijzonder geprezen, niet om hun sociaal-economische gevolgen, maar als uiting van liefde en gehoorzaamheid.

'Mogen we nu, vraagt de schrijver, uit het „gebrek atm materiaal" besluiten, dat er geen nauwe relatie bestaat tusschen Christendom en economisch leven? Natuurlijk niet, antwoordt hij daarop onmiddellijk; maar wij moeten lop andere wijze naar die betrekking zoeken. Er zijn in de Heilige Schrift duidelijke en welomschreven geboden voor het individueele leven van den Christen, en voorschriften voor de houding tegenover de levenswaarden en tegenover den naaste, die uit het geloof in Christus voortkomen. De Christen kan individueel tot de vorming van een betene samenleving bijdragen: ten eerste door zijn „hoogere idealen" — hij wil zijn leven immers naar Christus richten — en vervolgens door de kracht, die het geloof hem sdhenkt om deze idealen te benaderen. Die kracht, die door de bekee'ring wordt vrijgemaakt, is potentieel van onmetelijke economische beteekenis, omdat zij de begeerte naar een betere samenleving wekt en sterkt.

Het feit, dat over de economisch-sociale orde zoo betrekkelijk weinig in de Evangeliën en de Brieven gezegd wordt, beteekent dus allerminst, dat de Christelijke religie ten aanzien van het economisch leven niets te zeggen heeft. Integeu, - (deel, meent Lord Stamp: er is een vitale verbinding, die het gevolg is van bepaalde, met buitengewone kracht naar voren tredende ideeën omtrent de gedragingen der menschen en hun betrekkingen onderling, die Christus heeft geleerd. Het karakteristieke in Zijn onderwijs is, dat God's relatie tot den mensch universeel is, zonder onderscheid van ras, dat het geloof in Jezus Christus een geheel nieuw leven schenkt, en dat de menschen God en hun naaste moeten dienen in alle betrekkingen, waarin zij geplaatst zijn.

V/at heeft nu, vraagt de schrijver, het Christendom hl het verleden over het economisdhe leven geleerd?

Twee onderwerpen, zegt hij, hebben vooral de belangstelling gehad: het vraagstuk van de rente en dat der slavernij. De Kerkvaders, lezen we, veroordeelden het nemen van interest als in strijd met de Heilige Schrift; zij beriepen zich daarbij op Lucas 6:34 en 35: „ ... en leent, zonder iets weder te hopen". Ook de in dien tijd geldende beschouwingen over het geld — dat „onvruchtbaar" werd genoemd, en dus zelf nooit geld kon voortbrengen — steunden het besluit der kerkvaders. Het verbod was absoluut; het nemen van rente was een zware zonde, die excommunicatie tot gevolg kon hebben. De moeilijkheden bij de toepassing bleven echter niet uit; de discussies over het probleem hebben, zooals bekend, eeuwen lang de Kerk beroerd. Lord Stamp herinnert aan de geheel andere meening van Galvijn, (in tegenstelling met die van Luther), en ook aan de wetten, 'die — in navolging van het verbod der „Patres" — in Engeland, nog jn de 16de eeuw tegen het vi-agen van interest werden uitgevaardigd, en aan de vele ontduikingen van deze wetten. In 1673 verscheen een geschrift: „The Case of Interest or Usury — Het Probleem van Interest of Woeker", waarin èn op grond van de reeds genoemde teksten in Luc. 6, èn van de geschiedenis van de uitdrijving der „wisselaars" uit den tempel, opnieuw de bedoelde financiëele handelingen werden veroordeeld. Deze daad van Jezus noemde de schrijver van dat boek een krachtig argument voor excommunicatie van hen, die zich aan het nemen van rente „schuldig maakten". Een ander werk (in 1695 uitgegeven) beroept zich, evenals vroegere sclirijvers, mede op het verbod, dat Mozes gaf (b.v, in Leviücus 25:36: „Gij zult geen woeker noch overwinst van hem nemen; maar gij zult vreezen voor uwen God, opdat uw broeder bij u leve", en in vers 87: „Uw geld zult gij hem niet op woeker geven, en gij zult uwe spijze niet op overwinst geven" (Zie ook Deuteronomium 23:20: Aan den vreemde zult gij woekeren, maar aan uwen broeder zult gij niet woekeren...").

De historie van het vraagstuk der rente is inderdaad zeer belangwekkend. In de 13de eeuw werd op grond van een Pauselijk bevel, zelfs een Christelijke begrafenis aan z.g. „woekeraars" onthouden en Paus Clemens V verklaarde, dat iedereen, „die hardnekkig volhoudt, dat het nemen van rente geen zonde is, door ons als een ketter veroordeeld zal worden, die zijn straf niet mag ontgaan".

De ontwikkeling van het economisch leven, speciaal die van het handelsverkeer, zoo kenmerkend voor de 16de en 17de eeuw, en oo^k de daarmee gepaard gaande industriëele ontwikkeling, bra: k: , meent Lord Stamp, den druk van het kerkelijk verbod. En hij voegt aan deze opmerking toe: Het zou interessant zijn de vraag te bespreken hoe lang en hoe 'krachtig de economische evolutie door die ongelukkige theologie geremd is— de groei van het economische leven der wereld werd zeker gedurende verscheidene generaties door haar tegengehouden, en heel veel zedelijk kwaad heeft zijn oorsprong in de ontduikingen en vergrijpen, die het gevolg van het verbod waren". In het begin der 18de eeuw was dé strijd echter (althans in de Protestantsche kringen van Engeland en Amerika)" practisch beslist; in de KaUiolieke kerk duurde het verzet tegen aantasting van het verbod langer.

Lord Stamp behandelt de historie van het vraagt stuk der rente (en zeker het gansche probleem van de sociaal-economische theorieën der kerken in het verleden) wel zeer eenvoudig. Hjet is hier natuurlijk niet de bedoeling daarover veel te zeggen. Wie zich voor de aangeroerde kwestie (en wat daarmede samenhangt) interesseert, mag zeker niet verzuimen de mooie dissertatie van Dr van Gunsteren: , , Kah'inismus und Kapitalismus" te bestndeeren (bijvoorbeeld pag. 101 e.v.) en ook van de daarin aangehaalde litteratuur kennis te nemen. Dr van Gunsteren verwijst o.m. ook naar de geschriften van zijn promotor Prof. Diepenhorst, o.a. naar het bekende „Calvijn en de economie", waarin speciaal over de middeleeuwsche beschouwingen aangaande de rente wordt gehandeld, en naar het werk „De Eigendom". We leeren uit de verschillende uitvoerige beschouwingen, dat zelfs in den tijd van het verbod, verscltillende afwijkende meeningen heerschten, en dat men al heel vroeg principieel onderscheid tusschen rente en woeker maakte.

In den tateren tijd hebben de meeningen zich geconsolideerd. Toch is er, gelooven we, reden om het gansche probleem opnieuw te beschouwen, en al wat daarmede samenhangt. Men kan zeg-

gen, dat zekere elementen van het vraagstuk in het verleden te weimg aandacht hebben gehad. Lord Stamp klaagt over de remmende werking, die het kerkelijk verbod op de economische ontwikkeling heeft uitgeoefend. Dat zegt hij. niet ten onrechte. Maar het „loslaten" van het jjl-obleem heeft toch ook kwade gevolgen gehad; gevolgen, die in de laatste jaren steeds duidelijker worden gezien.

Het tweede vraagstuk, dat in het verleden velen heeft beziggehouden, is dat der slavernij. Merkwaardig is het, schrijft Lord Stamp, dat deze vorm van dienstbaarheid, dien wij thans allen veroordeelen, \Toeger op grond van de Schrift dikwijls werd goedgekeurd. Nu is dit oordeel zeker niet juist. Het Christendom heeft vrijwel steeds voor de vrijmaking der slaven gepleit, of althans van de „heeren" een zoodanige behandeling gdeischt, dat de slaven dienst van karakter vetan!derde. Materieel beteekende deze verandering vaak opheffing. De apostel Paulus, die zich ook tot „dienstknechten" richt, die aan heidensche meesters onderworpen zijn, spteekt weliswaar niet over de maatschappelijke bevrijiding der slaven; hij doet echter in werkelijkheid veel meer voor hen: hij heft hen innerlijk boven de slavernij uil. God heeft de dienstknechten j.n Christus vrijgemaakt; zijn oneindig rijker dan de héér, zoo deze „geen dienstknecht van Christus" wil worden. En deze vertroosting beteekent Loch ook de verheffing van slaaf als mensch, als schepsel Gods. Woorden, welke voor de heeren, die Christus aannamen, ook maatschappelijke consequenties moesten hebben. Want zij leerden nu hun onderhoorigen als broeders beschouwen, als gelijken voor God. De woorden van Paulus zijn daal-om voor het gansche sociale leven van de grootste beteekenis.

Intusschen kan het niet ontkend worden, dat de Christenheid (waaronder dan de zoogenaamde gekerstende volkeren worden verstaan) in dezen niet altijd naar de Heilige Schrift gehandeld hebben. Maar hier, zooals ten aanzien van vele andere vraagstukken, geldt wel bijzonder, dat de zonde zich des te sterker openbaarde, naarmate de afval grooler werd. Al is inderdaad (in het bijzonder ook in Amerika) de slavernij verdedigd' met een beroep op de Schrift, onder anderen op die woorden van Paulus. Dat dit beroep oen misbruik van Gods Woord beteekende, behoeft nauwelijks te worden gezegd. Zv(, die dit kwaad bedreven, beseften niet, dat Paulus, in gehoorzaam-, heid aan zijn Heiland, veel meer van hen eischle dan vrijlating der slaven, n.l. dat zij deze menschcn als hun naasten zouden erkennen. De strijd, dien de Christenen van alle tijden voor de wettelijke vrijmaldng hebben gevoerd, vond in dit beginsel zijn oorsprong. Want zij beg'repen, dal deze, uit de liefde tot Christus voortkomende erkenning, gevolgen moest hebben voor het maatschappelijk leven.

Houden we ons den volgenden keer verdelr met het nu behandelde gedeelte van Lord Stamp's boekje bezig.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 september 1939

De Reformatie | 8 Pagina's

UIT HET POLITIEKE EN SOCIALE LEVEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 september 1939

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken