Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

Schoolquaestie in Australië.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Schoolquaestie in Australië.

7 minuten leestijd

Niet van belang ontbloot is het, kennis te nemen van den loop der schoolquaestie in Australië, nader in de Australische kolonie Victoria.

In April dezes jaars is daar door den Gouverneur John Madd een Staatscommissie benoemd, bestaande uit veertien leden, alle geestelijken of predikanten, om den Gouverneur te dienen van advies, hoe het godsdienstig onderwijs op de Staatsscholen zou kunnen worden ingevoerd.

De staat van zaken was namelijk deze, dat op de openbare scholen ^^f« godsdienstonderwijs werd gegeven, en dat men algemeen beducht werd voor de kwade gevolgen, die dat godsdienstlooze onderwijs op den geest der opwassende bevolking begon uit te oefenen.

Alleen de Roomschen gaven aan hun kinderen godsdienstig onderwijs, en wel in eigen scholen, die ze geheel uit eigen beurs, zonder eenige subsidie van staatswege, bekostigen moesten; en zulks niettegenstaande ze één vierde van de bevolking der kolonie uitmaakten.

Lang had dat vraagstuk gehangen, tot de Gouverneur eindelijk besloot, deze quaestie tot oplossing te brengen.

Vandaar de benoeming van een „Staatscommissie", die een poging moest wagen, om een zoodanigen leiddraad voor het godsdienstonderwijs op de publieke scholen te ontwerpen, dat allen daarmede vrede konden nemen.

Dat laatste was hoofdzaak. Immers, zulk een regeling kon niet in werking treden, zonder door de kiezers te zijn goedgekeurd. Er moest dus zeer voorzichtig gewaakt worden, dat geen kerkelijke gevoeligheden werden opgewekt.

In ongelooflijk korten tijd heeft toen deze Staatscommissie zich van haar taak gekweten, vvant reeds op 13 September 1900, alzoo na vier en een halve maand, heeft ze haar rapport ingediend; een rapport dat niet minder dan 450 bladzijden in folio groot is.

In dit rapport nu verklaren de leden der Commissie, dat zij eerst onder eede een groot aantal personen en deskundigen over de zaak gehoord hebben, en ze deelen die verhooren dan ook in den breede mede, twee en twintig bladzijden druks in folio. En voorts leggen ze als rapport over een compleet tekstboek voor dit godsdienstig onderwijs, gelij k zij wenschen dat het achtereenvolgens in drie klassen op de lagere openbare school zal behandeld worden.

Dat tekstboek bestaat uit 3 X 180 lessen, voor elke klasse 180, voor Af^Junior, intermediate en & «/ö> '-scholieren.

Elke les bestaat uit: i". een tekst, om van buiten te leeren; 2^. een stuk uit de Schrift, meest van 10 a 15 verzen; en 3". een devotion, meest evenzoo uit Schriftwoorden. En eindelijk vindt men aan het slot een opgave van een rf^€& % gebeden, weer zoo goed als uitsluitend in Schriftwoorden, en ten finale een serie van 78 geestelijke liederen, bestemd om gezongen te worden, 48 voor de twee hoogste en 30 voor de laagste klasse.

Verder stelt de Commissie voor, dat de onderwijzer vrij zal worden gelaten, om het behandelde stuk der Schrift mondeling nader toe te lichten en toe te passen; dat Joden-kinderen alleen een stuk uit het O. Testament zullen lezen; en dat onderwijzers, die persoonlijk bezwaar tegen deze lessen hebben, evenals ouders die ze niet goedkeuren, ervan zullen worden vrijgesteld.

Door bijna alle Protestantsche kerken is dit rapport zeer gunstig ontvangen. De predikanten hebben er bijna alle over gepredikt, en de aanneming ervan aangeraden. De Kerkeraden hebben er zich voorgespannen. Het maken zelfs van bedenkingen werd, blijkens de verslagen der pers van deze predikatiën, scherp afgekeurd.

Ook de Joden schijnen geen bedenking te hebben geopperd.

Alleen van Roomsche zijde kwam verzet.

De Bisschop verklaarde het tekstboek voor Roomsche kinderen ten eenenmale onbruikbaar, en de conclusie van Roomsche zijde was, dat men één van tweeën moest doen: of dit boek officieel invoeren, maar dan ook aan de Roomschen aparte scholen geven, of wèl, dit tekstboekverwerpen, maar dan ook de vrije school tot regel maken. Hierover toch waren Protestanten en Roomschen het geheel met elkander eens dat een godsdienstlooze school niet langer ging, wilde men de bevolking niet geheel laten verwilderen.

De stemming heeft nog niet plaats gehad; eerst later kan dus de uitslag worden gemeld.

Vraagt men nu, in wat geest dat tekstboek is opgesteld, dan zij al aanstonds opgemerkt, dat de Commissie zelve verklaart, dat de stukken van het Oude Testament, met het oog op de Joden, zóó gekozen zijn, dat niets hen krenken kan en dat daarom al wat met het Nieuwe Testament in te rechtstreeksch verband stond, is weggelaten; alzoo met name de Messiaansche stukken.

In de tweede plaats verklaart de Commissie, dat alles is weggelaten, waarover tusschen Christenen verschil van opinie bestaat, wat ook maar even herinnert aan een theologisch stelsel, en aanleiding zou kunnen geven tot dispuut. In niets mocht het tekstboek Confessioneel, het moest enkel .Bijbelsch zijn, en uit den Bijbel alleen datgene geven, wat buiten de verschillen viel.

Toch zou men zich vergissen, zoo men waande, dat daarom het ongeloof was binnengeleid. Integendeel, de wonderen, en al wat hiermede samenhangt, werden volledig opgenomen. In dat opzicht valt niets aan te merken. Het Modernisme heeft geen den minsten invloed geoefend. Heel het boek staat op het standpunt, dat de verhalen, in de Schrift meegedeeld, waarheid bevatten.

Ook is de keuze van stof en stukken keurig, wel afgerond, met goede opschriften voorzien, en tamelijk volledig in wat de historie betreft.

Voor zoover onder de gestelde bedingen zulk een boek te loven is, aarzelen we dan ook niet, er hoogen lof aan toe te zwaaien, en het in zijn soort schoon te noemen.

Niet tegen het boek, maar tegen het soort ervan moet dan ook het protest uitgaan. Zoo toch bestaat heel het godsdienstonderwijs in het vertellen van stukken der historie en in het voorleggen van zedelijke vermaningen.

Daarentegen wordt van datgene, wat de Christelijke kerk als haar levensbeginsel, als de haar onderscheidende levensbeschouwing, als haar weg ten hemel beschouwt, kortom van wat haar als kerk van alle andere instellingen onderscheidt, opzettelijk gezwegen.

De Plymouth-brethren, die van geen kerk weten vi'illen, en opzettelijk kerk en ambt loochenen, vinden hier htm stelsel, hun zienswijze belichaamd.

Het is, alsof er geen achttien eeuwen historie geweest zijn; alsof er over niets is nagedacht; alsof er over niets helderhe'id en klaarheid is opgegaan; en alsof we nog juist daar staan, waar de eerste Christenen stonden, toen het leven der kerk pas, begon.

De kerk is hier weg, en de historie is hier te niet gedaan. Al de geestesarbeid moet hier opnieuw begonnen, en die wordt opgedragen aan de onderwijzers, die dat alles uitleggen, toelichten, en toepassen zullen.

Men weet nog niets van Gods heilige Drieëenheid, maar krijgt een hoofdstuk dat God is „licht, liefde en leven.”

Het geloof, waaraan voor den Christen alles hangt, wordt schier geheel teruggedrongen.

Van den Doop wordt ternauwernood notitie genomen.

De Verzoening is bijzaak.

En dat niet, omdat deze veertien predikanten aan dit alles geen waarde hechten, maar omdat al wat tot verschil van gevoelen kon leiden, opzettelijk moest worden gemeden en weggelaten.

Doch natuurlijk, zelfs hierbij kan men niet staan blijven. Straks komt de man van de Evolutie, en dan moet de Schepping uit het tekstboek geschrapt. Een ander kan zich bij de wonderen niet nederleggen, en dan moeten al de wonderen er uit. En zoo gaat het voort en verder. Telkens als er weer over eenig punt geschil rijst, moet een stuk wegvallen, en het einde is, dat alleen de zedespreuken overblijven.

De Schrift is geen aaneenrijging van stukken, maar één organisch geheel, en het is de ongerijmdheid zelve, zich in te beelden dat ge de Schrift weergeeft, zoo ge juist al datgene weglaat wat de diepste levensquaestiën raakt, en, omdat het de meeste belangstelling inboezemde, tot verschillende opvattingen aanleiding gaf. Zoo wordt het een rozenbed, waar ge de rozen uit wegpinkt, om alleen het bladgroen met de doornen over te houden.

Dit kweekt geen godsdienst in Christelijken zin, maar een algemeene godsdienstigheid, die buiten de diepste heilschatten van het Christelijk geloof en leven omgaat.

In Amerika heeft men dan ook al de bittere ervaring van dit valsche stelsel opgedaan. Ter wille van andersdenkenden, heeft men het godsdienstig karakter der openbare school daar steeds meer moeten inkrimpen, en is het ten slotte uitgekomen bij een zoo dor en nietszeggend overblijfsel, dat het den naam van godsdienst nauwlijks verdient.

Doch zoo is nu eenmaal de Engelsche geest, die logisch-consequent op een algeheele ontzieling van de Christelijke religie moet uitloopen, om met prijsgeving van alle diepere mystiek, in een braafheidstheorie op te gaan.

Zoo ver is men nu in Australië nog niet. Wat men daar voorshands bood, schijnt nog heel wat. Maar de uitkomst zal het leeren, dat men ook daar almeer tot een inkrimping genoodzaakt wordt, die ten slotte op wegslinking uitloopt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Sunday 16 December 1900

De Heraut | 4 Pagina's

Schoolquaestie in Australië.

Bekijk de hele uitgave van Sunday 16 December 1900

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken