GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

„Muziek Godes.”

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

„Muziek Godes.”

9 minuten leestijd

Met hen dan waren Héman en Jediithun, met trompetten en cimbalen voor degenen, die zich lieten hooren en met instrumenten der muiiek Godes; maar de zonen van Jeduthun waren aan de poorte. I Kron. 16 : 42.

Scherp contrast op het stuk van muziek tusschen den tempel op Sion en een nog origineele kerk in Schotland. Op Sion rijk ontplooide muziek, om God te loven; hoog aan de Noordzee zelfs het kerkorgel als onheilig geweerd.

Dat bannen van alle muziekinstrument uit de kerk kwam vooral op uit verzet tegen ingeslopen misbruik. Ook werkte mee noordsche koelheid voor het schoone, en niet minder een te eenzijdig geestelijke stemming des gemoeds; maar die waren er vroeger ook. Verzet tegen misbruik dreef het sterkst.

Nu is dit onze gemeene ellende, dat de zonde de doodelijke bacil is, die overal doorboort en zelfs het heiligste bederft. Zie maar hoe in de kerk van Corinthe zelfs het heilig Avondmaal in drie jaren tijds verliep in brasserij. Op het hooren klinkt het haast ongelooflijk, maar lees I Cor. II, en ge ziet dat het er niet alleen staat, maar dat Paulus het kwaad onverbiddelijk aangreep, en niet aarzelt te zeggen, dat Gods toorn, om zoo gruwelijk kwaad, inbrak in de gemeente met doodelijke krankheid.

Op zondebederf zal men daarom, vooral in de kerk, steeds scherp het oog houden. Dat bederf tast prediker en predicatie, tast bij de collecte diaken en gever, bij het opgaan ter kerk en bij het verkeer in de kerk kerkbezoeker en kerkbedienden aan. Niets kan er aan ontkomen. En er dreigt stellig gevaar, indien zij, die aan dit veelzijdig gevaar van zondebederf bloot staan, er het oog niet voor geopend houden. De genade is zoo groot, als men zeggen kan, dat zulk alzijdig zondebederf binnen matige perken wordt gehouden.

Dat nu dit zondebederf ook in klank en toon insloop, lag voor de hand. Wie predikt, voorleest of zingt, de drie manieren waarop in de vergaderde gemeente klank en toon uitgaat, staat bloot aan het tweeërlei gevaar, om óf om zijn stem niet te geven, óf op zijn stem ijdel te zijn.

Natuurlijk is wie in Gods huis spreekt of zingt, verplicht te bedenken dat hij in den dienst van God het beste moet geven, wat hij heeft of hebben kan. Wie derhalve bij het prediken, voorlezen of zingen er niet op let, hoe zijn geluid uitgaat, er maar op toespreekt en op toezingt, schiet te kort in eerbied voor het heilige.

Dat is het ééne gevaar, waaraan zij bloot staan, die juist het meest hun best moesten doen, om hun onschoone stem te zuiveren.

Maar nu komt het andere gevaar. Bezit iemand een schoone stem voor het spreken, lezen of zingen, of ook heeft hij een niet schoone stem door veel oefening en inspanning gezuiverd, dan komt de menschelijke ijdelheid op, verliest men zoo licht den eenvoud, en spreekt en zingt niet voor God, maar om van de menschen gehoord te worden.

En datzelfde sluipt nog lichter in bij het muziekinstrument. Waar een orgel is, is slecht spelen tekort doen aan de eere Gods, Maar óók spelen met de vraag in het hart, niet of God het goed, maar of de gemeente het „mooi" zal vinden, is insluipsel van zonde.

Daarbij komt dan, dat bij rijke ontwikkeUng van muziek in Gods huis goede musici worden gezocht, wier kunst lang niet altoos door vromen zin beheerscht wordt, en alsdan bij den zang solo's optreden en koren, en de gemeente zelve almeer zwijgen gaat, het opdragen van zang en toon aan God almeer in vergetelheid geraakt, en men weinig anders dan een concert in de kerk overhoudt.

In meer dan één kerk in Amerika laat men thans operazangers en operazangeressen als solisten optreden, om menschen te trekken en de collecte te stijven; en de oude zonde waartegen in Schotland, en ook ten onzent vooral in de noordelijke provinciën, het verzet, dat zelfs het orgel weerde, uitbrak, leeft weer op.

Toch mag dit ons de waarheid dat er „muziek Godes" is, niet uit het oog doen verliezen.

Er is een wereld van tonen, van klanken en geluiden, die niet satan en niet de mensch, maar Gód schiep; en ook van die wereld geldt dat God ze schiep voor eigen eer en verheerlijking.

Die tonenwereld is er niet in de eerste plaats voor den mensch, maar voor God.

Heel de schepping ook van de onbezielde natuur is van tonen en geluiden vol. Hoor het als de donder losbarst, als de storm loeit, als de golven der zee klotsen, als de waterval ruischt, als de leeuw brult, het paard hinnikt, bovenal als het vogelken tusschen de takken zingt.

In dat alles is klank, is geluid, is toon; toon van eigen uitvinding, van andere orde, van onderscheiden harmoniëen, telkens een wereld van tonen op zichzelf; en die wereld van tonen klinkt naar God omhoog en tot zijn eer ook in die streken, waar geen mensch leeft of woont om ze te beluisteren.

God schiep ook die wereld om Zichzelfs wil. God luistert er naar, en wij mogen meeluisteren, maar het orkest der natuur speelt altoos in de eerste plaats voor God. Het is muziek Godes.

Maar evenals alle ding vindt ook die tonenwereld haar rijkste verdieping en ontplooiing als "ze in aanraking komt met den mensch, met het menschelijk hart, met de menschelijke gewaarwording en met de menschelijke zielsuiting, en als de mensch optreedt om zelf door zang en muziekinstrument voor God te zingen, of instrumenten der muziek Godes uit te vinden en te bespelen.

Ook hierbij blijft de mensch geschapen naar Gods beeld, en daarom komt de tonenwereld, als ze in de wereld van den mensch indringt, het naast aan God, en bereikt daardoor haar hoogste orde. En dat komt uit, niet alleen in den onovertref baren rijkdom, dien de menschelijke item kan doen hooren, en in de fijoheid van het instrument dat hij uitvindt en waaraan hij zijn tonen ontlokt, maar veel meer nog in den inhoud, dien de mensch in die tonenwereld vindt en legt, in de harmonie die hij er aan ontlokt, in de muzikale vertolking van wat er gevoeld en doorleefd wordt in zijn hart.

Deze muziek is een macht niet alleen als geleidster voor s'menschen zang, noch ook alleen voorzoover ze uitdrukking geeft aan de geestelijke gewaarwordingen van verlossing en aanbidding; ze is een macht op zichzelt.

Regimentsmuziek die bij den aanval zich bezielend hooren laat, werkt op heel den troepen verhoogt de spankracht van zijn moed en dap perheid. En zoo ook is er heilige muziek, die los van eiken zang, met macht het gevoel van aanbidding in ons opwekken kan. ,

Die muziek is daarom voor heel ons menschelijk leven, en ze wordt in het minst niet ontwijd zoo ze haar aanwending vindt ook bij die voorvallen in ons leven, die op zichzelf buiten de godsdienstige vereering staan. Bij een huwe lijksfeest, bij een volksjubel, bij een begrafenis en zooveel meer kan de muziek haar roeping vervullen. Ook kan de muziek om haar zelve worden beoefend en gezocht, en een eigen kunstsfeer te midden van ons leven vormen. Gelijk God zelf rechtstreeks zijn tonenwereld in het leven der elementen en der dieren indroeg, kan en mag de muziek ook worden ingedragen in ons volle menschenleven.

Maar natuurlijk ligt hier de zonde nog veel meer voor de deur; muziek met zang incluis kan in de wereld aan den zin dier wereld dienstbar.r worden gesteld en niet alleen buiten God om, maar ook tegen God ingaan.

In de tonenwereld draagt het menschelijk hart al den rijkdom, maar ook al de ve^'valschin gen van zijn gewaarwordingen in; en er is geen booze zin in het hart te noemen, die niet in zang en klank en toon uitging.

En zoo komt telkens weer op een in streven en bedoelen „wereldsche" muziek, die, in den dienst der wereld, het menschelijk hart vergif tigt. En het is deze „muziek der wereld", die ten slotte tegen de „muziek Godes" principieel komt over te staan.

Keert nu deswege de kring die voor Jezus koos, zich van alle muziek af, dan is de uitkomst dat de „muziek Godes" verstomt, en alleen de „muziek der wereld" overblijft. D. w. z. dat de heerlijke tonenwereld, die in aanraking met ons menschelijk hart haar hoogste ontplooiing bereikt, en die God tot zijn eere schiep, geheel uit de handen der geloovigen uitgaat, en overgaat in handen van hen, die voor den heiligen oorsprong van de tonenwereld niets gevoelen, en haar hoog en heerlijk doel ten eenenmale miskennen.

Het is zoo, men ontkomt dan aan veel gevaar, maar ook, men schiet dan te kort in zijn verplichting, om ook deze tonenwereld voor God op te eischen. De reactie in Schotland tegen misbruik van de muziek in het heilige heeft er dan ook toe geleid dat in kringen van dien aard heel de tonenwereld almeer aan God ontstolen is. In kerken zonder orgel kan men zelfs niet zeggen, dat ernstig gepoogd is om zelfs den zang door oefening en inspanning van het oor voor den Heilige te louteren. Het is of men er niet om denkt, dat men voor God zingt, en dat God in zijn genade, evenals naar ons gebed, zoo ook naar onzen zang luisteren wil, ja, dat die zang in dat beluisterd worden door God eerst zijn hoogste doel bereikt.

Er is nóg iets anders.

De wereld in ons hart staat met die wereld der tonen in even onmiddellijk contact als onze ademtocht met de lucht die ons omringt.

Gaat er nu door die wereld van ons hart een sterke golving van hooggestemd godsdienstig leven, dan kan het niet anders of ze moet ook in die tonenwereld uitdrukking vinden. Zie het maar aan het lied, dat hier te lande in de dagen der martelaren vanzelf zich uit het hart naar de keel een weg baande.

En daarom, verwaarloozing van de „muziek Godes" zou niet alleen een prijsgeven van een instrument ter verheerlijking van Gods naam zijn, het zou ook tegen ons getuigen, dat de golving van het geloofsleven in onze kringen te zwak en krachteloos wordt, om in heilige bezieling zich te uiten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 6 november 1904

De Heraut | 4 Pagina's

„Muziek Godes.”

Bekijk de hele uitgave van zondag 6 november 1904

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken