GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Voor Kinderen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Voor Kinderen

8 minuten leestijd

MARTHA'S BEPROEVING.

I.

PAPA'S LESSEN.

Vele kinderen krijgen een dubbeltje, kwartje of zelfs een gulden, als er een tand of kies door den tandarts moet uitgetrokken worden; toen Martha's twee voortanden tegelijk moesten verdwijnen, daar ze maar niet losraakten en de nieuwe er_achter zaten, beloofde de heer Cumning haar voor eiken tand één stuiver, als ze bij den tandarts niet schreeuwde. Liever zou hij haar vojjr elk een gulden hebben geschonken, maar hij was ver van rijk; of beter gezegd, de heer en mevrouw Gumming met hun dochtertje leefden, zeer bekrompsn; eiken stuiver moest Martha's Papa met zijn pen verdienen; een eigen stuiver in haar beursje stond voor haar gelijk met een gulden voor een kind van rijke ouders.

De tanden getrokken, en ze hadden heel vast gezeten en veel pijn veroorzaakt, verkoos Martha liever op te blijven en Papa's lessen te hooren, dan de beide stuivertjes te ontvangen.

Enkele jaren gingen voorbij. Martha zou elf Jaar worden. Zij mocht nu geregeld eiken avond opblijven om Papa te hooren lezen. Lachte Mama, dan lachte Martha meê, maakte" zij een opmerking, dadelijk sprak Martha die na; dit had ze al enkele jaren zoo gedaan en het vermaakte haar ouders, als het kleine ding aldus toonde de voorlezing nauwkeurig te volgen. Soms zeide haar vader; »Mooi gezegd, of goed opgemerkt, dametje" — en streelde haar donker lokkig hoofdje of bekeek haar brei-of naaiwerk, dat zij al luisterende verrichtte.

Sedert meer dan een jaar had mevrouw Gumming een grooter dagmeisje genomen, want zij voelde zich zwak en was vaak lijdende, alklaagde zij nooit en bleef vriendehjk en lief voor iedereen. De heer Cumming zag zijn echtgenoote met bekommering aan en zijn lachende, heldere oogen werden vaak bencreld, vol droefheid rustten zij dan op zijn teere lieve vrouw. Martha hielp Jaantje, de meid, de bedden opmaken, de kamers stoffen, het eten schoonmaken ; zij verrichtte allerlei kleine werkzaamheden, opdat Mama op de canapé kon büjven liggen. Martha kon^oo hartelijk bidds'n, dat de Heer haar moeder weder sterk mocht maken, als de zomer en het schoone weder terugkeerden. Zij zag evenwel, dat Mama veel kortere wandehngetjes met haar deed, en zelfs onderwijl moest rusten op het medegenomen vouwstoeltje. — En dan vroeg zij 'zich af: > Zou God mij niet gehoord hebben f"

Gedurig had de heer Cumming den dokter over zijn vrouw geraadpleegd. Kwam de geneesheer aan huis, dan moest Martha altijd de kamer verlaten dat wist ze, nadat Mama het haar eens had gezegd. Liet de kleine meid den dokter eens uit, ^dan vroeg zij hem: »Zal Mama gauw sterker worden, dokter? " dan glimlachte hij enzei: > Je moet goed op haar passen vrouwtje, en maken dat zij veel, heel veel eet".

> Martha, kun je een paar briefjes voor mij schrijven ? ik ben zoo moe, liefje en er is haast bij", - vroeg mevrouw eens.

»Als u het mij voorzegt, zal ik mijn best doen moesje".

Reeds menig briefje had Martha sedert geschreven, toeii haar Papa op een namiddag juist binnentrad, terwijl zij bezig was. »Zie eens", zei mevrouw »hoe goed en netjes Martha schrijft ze helpt mij zoo opperbest".

»Wel secretaresse, als je nu gauwer kunt schrijven en net zoo duidelijk, dan mag je soms mijn lessen opteekenen, als mijn hand zoo moe is door 't pennen, dat ik er kramp van krijg, vind je dat goed ? "

»Bést Papa, dan help ik u aan uw lessen, hè? " 't Werd juni. Een prachtige maar zeer heete zomer zette in; die bracht echter geen beterschap aan de zwakke dame in de Brugstraat.

II.

EEN FLAUWTE EN WAT DAAROP VOLGDE.

Ramen en deuren stonden wijd open en toch scheen de hitte ondragelijk in de kamer, waar mevrouw op de sofa lag, Martha een hemdsmouw naaide en mijnheer voorlas. Zijn gedachten dwaalden af, terwijl hij las: »Een schoone stem bij een ongeoefend oor is een ongeluk voor den kunitUefhehber Schoonoord!"

> Papa, wat leest u, den kunstliefhebber Schoonoord? Wie i» die heer Schoonoord? " > Wat, las ik Schoonoord, Martha? dan heb ik geslapen of gedroomd, 't-moet wezen ïSt. st. Papa! Mama slaapt".

Mijnheer keek naar de sofa, zijn vrouw lag achterover, haar naaiwerk was op den grond gevallen en doodelijk wit, scheen zij niet te hooren, zeifs nauwlijks te ademen.

Haar echtgenoot nam haar in zijn armen en droeg haar naar de slaapkamer, onderwijl zei hij : > Mama heeft een flauwte, loop zoo gauw je kan en haal dadelijk den dokter Martha, stuur Jaantje boven*.

Martha snelde weg, altijd gewoon stipt te gehoorzamen, maar nu tevens verschrikt door de doodelijke bleekheid harer moeder, zei ze: jjaantje, ga dadelijk naar boven. Mama is 200 ziek*, en zonder hoed liep zij de deur uit. Nooit gewoon alleen uit te gaan, dacht ze er geen oogenbhk aan, dat ze een heel eind de stad door moest, om aan den anderen kant het huis van den geneesheer te bereiken.

Zij stond niet stil, keek rechts noch links, tot zij op het mooie plein bij nummer 5 de stoep opliep., Zij wil bellen, doch gelukkig de deur staat op een kier, zij duwt die open, loopt de gang in en vindt den dokter in een gemakkelijken stoel in zijn veranda. Hij leest een courant en ziet op bij het hooren van Martha's woorden: »Dokter, gaat u dadelijk meê, Mama is zóo ziek, heel wit en spreekt niet, Papa droeg haar naar boven, komt u gauw, heel gauw ? »

»Martha Gumming, mijn kind, is je mama zoo ziek f« zegt de geneesheer en ziet vriendelijk en medelijdend naar de oogen vol tranen, het gloeiend roode gezichtje, de verwarde krullen en het bloote hoofdje, dat zij tot hetn opheft,

»'k Ga even mijn laarzen aantrekken, ik zal iets voor Mama medenemen, in twee minuutjes ben ik bij je terug en ga met je meê; eet hier onderwijl wat van« en hij schoof een fruitschaal met aardbeien naar haar toe, gaf haar gauw een I«pel, een bordje.en de suikervaas en liep naar boven.

Alle kinderen houden van aardbeien denk ik, maar een meisje dat ze dien zomer bijna nooit kreeg, omdat er voor Mama's versterking zooveel noodig was, kon er nu haar hart aan ophalen. De weinige vrienden en kennissen in de stad zonden mevrouw gedurig' iets tot verkwikking en soms ook fruit, waarvan Martha van hsiar goede moeder het grootste deel kreeg; maar zooveel heerlijke, geurige donkerroode aardbeien tegehjk, had de kleine meid nog nooit gezien!

Ze nam er geen een en dacht: als Mama die had, zou ze zeker wel beter worden.

De dokter Stond alweer naast haar en zei: »Houd je er niet van ? Dat dacht ik niet.«

O, dokter geef ze voor Mama als het u belieft, * klonk haar antwoord, > ze zijn zeker heerhjk en goed voor haar.»

Je bent een beste meid, Martha .'< — Hij greep een mandje van het buffet, stortte de aardbeien daarin over, nam Martha's handje in de zijne en verliet met haar het huis. Onderweg, liet hij baar nogmaals over baar Mama's flauwte vertellen en zei daarna: »'k Denk dat het door de warmte gekomen is, en dat ze over een paar dagen wel weer wat beter zal wezen.»

Jaantje stond aan de deur den dokter op te wachten en zei: > Mevrouw is bijgekomen, maar het was veel gauwer gegaan, als Mijnheer «Ijffliijn raad had gedaan en brandend stroo bij '•"^Mevrouw had gezet, er is geen beter middel, weet u.

»Zoo f zegt de dokter, Martha vraagt hem, mag ik met u meegaan ? «

«Neen, kleine ! hoe meer lucht en hoc minder menschen, hoe beter bij een zieke. Straks als ik weg ben, mag je de aardbeien brengen, 't zal je Mama goed doen ze jou te zien opeten! en daarop liep hij naar boven.

Na een poos trad de heer Gumming met den geneesheer de salon binnen. > Wat dunkt u dokter ? »

»Mevrouws hart is wat zwak, gelijk zij heelemaal is, geef haar soep, bouillon, eieren, vleesch, wijn enz. en zooveel mogelijk de lucht; laat haar over een paar dagen den heelen dag in mijn veranda komen liggen, bijvoorbeeld.*

»Mama zei* begon Martha, doch zweeg, daar haar niets gevraagd was.'

jWat zei Mama.^« vroeg haar vader.

»0p onze laatste wandeling gaf ik Mama eea grooten ruiker, dien ik uit het gras van het park geplukt had. Mama zei: Hoe heerlijk, o,

als ik buiten was zou ik wel beter worden.* «Dokter, meent u, dat de buitenlucht haar nog genezen kan ? < vroeg de heer Gumming thans.

ïZckcr mijnheer, lucht, rust en versterkend voedsel kan uw vrouw nog redden, doch uw omstandigheden wetende, heb ik van geen buitenverblijf willen spreken.*

»Gaat u nog even met mij in mijn studeerkamer .? « » Gaarne*.

BRIEFWISSELING.

M. t. B. te W. Aan uw wensch is voldaan. HOOGENBIRK.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 20 februari 1916

De Heraut | 4 Pagina's

Voor Kinderen

Bekijk de hele uitgave van zondag 20 februari 1916

De Heraut | 4 Pagina's