GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Velen geroepen .... weinigen uitverkoren

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Velen geroepen .... weinigen uitverkoren

7 minuten leestijd

„Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren". Matth. 22 : 14.

Bovenstaande tekst heeft reeds vele christenen het angstzweet doen uitbreken. En het waren waarlijk niet altijd de slechtste.

Men las en verstond dit vers zóó, dat de roeping eigenlijk van weinig beteekenis was. Die gaat immers uit tot allen, die het Evangelie hooren.

De groote vraag was maar, of men uitverkoren was. En met die vraag tobde men. En men trachtte aan de weet te komen of men uitverkoren was, door zelfonderzoek naar en vaststelling van onfeilbare kenmerken der ware geloovigen.

Maar op deze wijze kwam nooit iemand tot echte rust.

Anderen maakten zich over dezen tekst geen zorgen.

. Men wist er eigenlijk geen raad mee. En daarom dacht mcR er maar niet over na en sprak er niet over. Men las er liefst maar haastig over heen en rangschikte hem onder de vele „moeiUjke" teksten, die in den Bijbel staan. Ik denk niet, dat dit woord van den Heere Jezus angst bij ons wil wekken. Ik denk ook niet, dat we zorgeloos er over heen moeten lezen. Maar dat de Heere met dit woord een heilige zorgvuldigheid bij ons wil kweeken.

Voor een recht verstaan is noodig dat we letten op het verband.

Deze woorden staan aan het slot van de bekende gelijkenis van het koninklijke bruiloftsmaal. In deze gelijkenis stelt de Heere Jezus vóór de dringende, welgemeende noodiging tot de vreugde van het Koninkrijk der hemelen.

De koning zond z'n dienstknechten uit om de genooden ter bruiloft te roepen. Als de eerstgenoodigden niet willen komen zendt hij andere dienstknechten uit zeggende: Zegt den genooden: Ziet, ik heb mijn middagmaal bereid; mijn ossen en de gemeste beesten zijn geslacht, en alle dingen zijn gereed; komt tot de bruiloft.

Niemand der genoodigden kon zeggen, dat de noodiging niet ernstig gemeend was.

De oorzaak van hun niet-komen lag in hun niet willen.

Ze hadden geen belangstelling voor den bruidegom.

Ze lieten eigen zaken voorgaan. Die waren belangrijker. veel

De één ging naar z'n akker, een andere naar z'n koopmanschap.

Anderen grepen des konings dienaren, deden hun smaadheid aan en doodden hen. '

Daarmee is geteekend de houding van het Joodsche volk, dat eerst genoodigd werd.

Maar het achtte de noodiging niets waard.

Het doodde de profeten en kruisigde den hoogsten Profeet en Leeraar.

Toen heeft God de doodslagers vernield en hun stad in brand gestoken.

Waarmee gedoeld wordt op de verwoesting van Jeruzalem.

Maar de roeping door het Evangelie gaat door.

De koning zegt tot z'n dienstknechten: De bruiloft is wel bereid, doch de genooden waren het niet waardig. Daarom, gaat op de uitgangen der wegen en zoovelen als gij er zult vinden, roept ze tot de bruiloft.

Nadat het Joodsche volk in groote meerderheid het Evangelie had verworpen, werden de heidenen geroepen. En velen kwamen tot het feest.

Werden getrokken uit de duisternis der zonde en kwamen tot Gods wonderbaar licht. En de bruiloft werd vervuld met aanzittende gasten.

Een ontelbare schare deelde in de vreugde des HEEREN.

We hebben geen enkele reden de roeping door het Evangelie te kleineeren.

De Dordtsche Leerregels (H. III/IV, 8) zeggen daar zoo schriftuurlijk van:

„Doch zoovelen als er door het Evangelie geroepen worden, die worden emstiglijk geroepen. Want God betoont ernstiglijk en waarachtiglijk in zijn Woord, wat Hem aangenaam is: namelijk, dat de geroepenen tot Hem komen. Hij belooft ook met ernst allen, die tot Hem komen en gelooven, de rust der zielen en het eeuwige leven".

Het is een onuitsprekeüjk voorrecht, dat we door het Evangelie geroepen worden. Daarmee bewijst de HEERE ons groote genade. Want Hij is ons niets verplicht.

Maar de roeping legt ons ook groote verantwoordelijkheid op.

Het moet blijken, dat het ons bij de opvolging der roeping om den Heere te doen is.

Dat leert ons het slot van de gelijkenis.

Toen de koning de aanzittende gasten overzag merkte hij, dat één der gasten geen bruiloftskleed aan had. En hij zeide tot hem: Vriend! hoe zijt gij hier ingekomen, geen bruiloftskleed aanhebbende? En hij verstomde.

Hij stond als gemuilkorfd! Z'n mond werd dicht gesnoerd.

Hij kon niets tot zijn verontschuldiging inbrengen! Het was zijn eigen schuld, dat hij geen feestkleed droeg. Anders had hij' immers wel gesproken?

Het was dezen gast niet om den Gastheer, Bruidegom te doen geweest. den

Hij wilde wel naar het feest, maar zich voor het feest niet kleeden.

Hij was zoo maar in z'n oude plunje naar de bruiloft gegaan. Daaruit bleek z'n onverschilligheid voor den koning en z'n zoon.

Daarom zeide de koning tot z'n dienaars: Bindt z'n handen en voeten, neemt hem weg en werpt hem uit in de buitenste duisternis; daar zal zijn weening en knersing der tanden.

Hy krijgt niet weer gelegenheid om binnen te komen. Wie geen zorg draagt voor een feestkleed wordt gestraft met eeuwig verderf.

Hiermee wil de Heiland ons zonder twijfel leeren, dat we met onze roeping ernst moeten maken. Dat het ons maar niet om den hemel, maar om den Heere te doen moet zijn. Dat we niet maar moeten geven om het feest, maar om den Bruidegom.

Geroepen zijn door het Evangelie is een groot voorrecht.

Maar het geloof aan het Evangelie moet dan ook blijken uit een godzaligen wandel. Anders zullen we aan het einde der dagen niet behooren tot hen, die dan zullen worden uitgekozen om altijd bij den Heere te zijn.

En daar hebt ge de beteekenis van onzen tekst.

Velen worden door het Evangelie geroepen.

Maar velen van die geroepenen maken geen ernst met die roeping.

Ze zorgen niet voor een feestkleed. Ze willen wel den hemel ingaan, maar niet voor den Heere leven. Ze maken hun roeping en verkiezing niet vast!

En daarom zullen ze bij de schifting aan het einde der dagen uitvallen. Ze zullen niet worden uitgekozen voor de eeuwige heerlijkheid en zaligheid.

Zóó heeft Calvijn dezen tekst gelezen en terecht. Zakelijk schrijft hij als volgt:

„Als heden ten dage door de verkondiging van het Evangelie meer menschen tot de kerk verzameld worden, dan vroeger door de wet, zoo is het toch maar een klein deel, dat zijn geloof door een nieuw leven bewijst. Daarom zullen wij ons niet met den blooten schijn van geloof tevreden stellen, maar onszelf ernstig toetsen, updat wij bij de laatste keuze tot de rechtmatige gasten kunnen gei'ekend worden. Want gelijk Paulus in herinnering brengt (2 Tim. 2 : 19v.) zijn in het huis Gods vaten ter eere en vaten ter oneere: aarom sta af van ongerechtigheid, wie den naam van Christus noemt. Ik ga hier niet dieper in op de eeuwige verkiezing Gods: ant Christus' woorden bedoelen slechts te zeggen, dat God met een bloote geloofsbelijdenis niet tevreden is. Hij erkent hen niet als de Zijnen, die slechts schijnbaar Zijn roeping gehoor hebben gegeven".

Zoo verstaan brengt deze tekst niemand tot wanhoop.

Maar het is wel een ernstig woord, dat ieder moet ter harte nemen.

Als we tot een feest worden genoodigd, gaan we in daarbij passende • kleedij.

Daar wordt wel eens te veel drukte voor gemaakt en teveel kosten ook.

Maar voor het feest dat de HEERE voor zijn volk bereidt, kunnen we niet te veel zorg hebben. Er staat in Openbaring 21 : 27: En in haar zal niet inkomen iets dat ontreinigt en gruwelijkheid doet en leugen spreekt, maar die geschreven zijn in het boek des levens des Lams".

Er zal een keuze plaats hebben aan het einde der dagen.

Een schifting van rechtvaardigen en onrechtvaardigen.

Laten we maar toezien, dat we mogen behooren tot de uitverkorenen, die zullen ingaan in de eeuwige vreugde.

Bovenstaande tekst wil ons niet bang maken om aan de roeping gehoor te geven. Hij wil er ons juist toe drijven om vollen ernst met die roeping te maken.

Hij wil — gelijk heel de Schrift — onze verantwoordelijkheid niet verlammen, maar prikkelen tot de hoogste activiteit.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 2 juni 1951

De Reformatie | 8 Pagina's

Velen geroepen .... weinigen uitverkoren

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 2 juni 1951

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken