GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Buitenland.

7 minuten leestijd

Eag; eland. Algemeene vergadering der Vrij e SchotscheKerk. Den 26sten Mei zal in de jaarboeken van de geschiedenis van Schotlands Vrije Kerk met een zwarte kool geteekend zijn.

In de eerste plaats is toen door de algemeene vergadering een declaratory act aangenomen, die dienst moet doen als verklarend aanhangsel voor de geloofsbelgdenis, doch die niet ailders doet dan die belijdenis ontzenuwen. In die acte staat uitgedrukt:

1°. Dat zij, die ten doode voorverordineerd (verworpen) zijn, daartoe gepredestineerd zijn met het oog op hunne eigene zonde (foreordination to death not irrespective of their own sin).

sin). 2». Dat niemand kan ontkennen , dat het mogelijk is, dat kinderen, die vroeg komen te sterven en heidenen, die het Evangelie niet hebben gehoord, zalig worden.

3°. Dat de natuurlijke mensch overblijfselen van het beeld van God bezit, en hoewel niet in staat om tot God weder te keeren, zonder de hulp van den H. Geest hij toch eene zekere kennis van God en van zijn plicht heeft, waardoor hij in staat is om handelingen te verrichten, die in zich zelve prijselijk en goed zijn.

4". Dat de kerk aan hare dienaren het recht verleent, om van meening te verschillen in punten, die het wezen van het Gereformeerd geloof niet raken; evenwel met dit beding, dat de kerk het recht heeft in bepaalde gevallen uit te maken, wat niet of al Gereformeerd is.

Na een warm debat, waarbij vooral de predikant Macaskill tegen deze declaratory act getuigde, behielden de voorstanders-van de nieuwere critiek de overhand. De act werd aangenomen met 346 tegen 195 stemmen.

Hoe interessant dit debat, dat vier uren duurde, ook geweest is, nog meer belang boezemen ons de verhandelingen in, die over de quaestie van gezag der Schrift gehouden werden. Wederom trad de predikant Macaskill in het strijdperk. Hij was van oordeel, dat de meening, die menigeen in zake de Schrift koestert, leiden moet tot ondermijning van het gezag der Heilige Schrift. Hij stelde daarom voor, dat de algemeene vergadering een herderlijk schrijven over die zaak aan de kerken zou richten. Vooral richtte Macaskill zijnen aanval tegen den hoogleeraar Marcus Dods, die geleerd heeft, dat men langs tweeërlei wegen komen kan tot het inzicht, dat de Heilige Schrift geïnspireerd is. Als men een boek leest, zoo stelt genoemde hoogleeraar, beoordeelt men het en ziet men of er al dan niet genie uit spreekt. Zoo kan men er ook toe komen, dat men, den Bijbel lezende, hem erkent, als te zijn geïnspireerd. In de tweede plaats kan men er toe komen, den Bijbel, als geïnspireerd te erkennen, omdat men in Christus gelooft. Het geloof in Christus hangt niet af van het geloof aan den Bijbel, maar omgekeerd: het geloof in den Bijbel hangt van het geloof in Christus af. Macaskill vroeg daarop, of dit de belijdenis was van de Vrije Kerk, of deze ooit geleerd heeft, dat de mensch den Bijbel moet beoordeelen; integendeel meent hij, dat, indien de mensch in den Bijbel Gods Woord ziet, dit is, niet omdat hij den Bijbel oordeelt; maar integendeel, omdat hij door den Bijbel geoordeeld wordt. De Schrift-beschouwing van den heer Dods, zoo voegde _^^ hij er aan _^_^ toe. bèhoórt'bij dVrationalistVn^ tois""' De rede van | Macaskill werd daarop geïnterompecrd door een ouderling, die van de estrade met groote heftigheid riep: »Gij spreekt van een herderlijken brief en gij doet niet anders dan personen aanvallen. Gij hebt het recht niet, " zoo voegt hij hem toe, »een professor aan te vallen."

Toen Macaskill zijne rede kon vervolgen, vraagde hij: »Wat heeft 'de heer Dods van den Canon gemaakt? Hij leert, dat er vier twijfelachtige boeken in het Oude Testament zijn en zeven in het Nieuwe Testament. De kerk moest dit ook erkennen."

Daarop stond Prof. Dods op, om te zeggen: »Ik heb wel geschreven, dat er bestreden boeken in den Bijbel waren, hetgeen een algemeen erkend feit is ; maar ik heb er aan toegevoegd, dat, volgens mijne meening het onredelijk is, die boeken voor betwijfelbaar te houden. Ik heb een boek over dit onderwerp geschreven, " zoo voegde hij er aan toe, »waarom haalt Macaskill dat niet aan in plaats van zeer gebrekkige dagbladverslagen voor te lezen."

Een storm van verontwaardiging barst daarop tegen den pred. Macaskill los. Men eischt dat hij den hoogleeraar Dods vergiffenis zal vragen, en men roept: »Trek in^ trek in", terwijl aan de andere zijde Maciskill gesteund wordt door zijne getrouwe Hooglanders. Te vergeefs tracht de moderator Blaikie de orde te herstellen. Ook de studenten in de godgeleerdheid, die zich op de gaanderijen bevinden, protesteeren evenzeer met heftigheid tegen de beschuldiging tegen den hoogleeraar ingebracht. Een lid der vergadering stelt voor, dat het den heer Macaskill niet meer vrij zal zijn te spreketi, vóórdat hij zijne beschuldigingen heeft ingetrokken. Macaskill tracht het woord te voeren, maar men roept hem toe: »Trek in! trek in!" Het tumult duurt voort, en toen het vijf uur was, sluit de praeses de vergadering, om des avonds om negen uur weder geopend te worden.

Bij de heropening van de vergadering richt Macaskill eenen aanval op de hoogleeraren Bruce en Candlish. Uit de werken van Candlish haalt hij de woorden aan: »Men kan het bestaan van God ontkennen en toch deel hebben aan het hoogere zieleleven."

Telkens, als Macaskill den naam van een zijner tegenstanders noemt, worden dezen met applaudissement begroet, om te kennen te geven, dat men achting heeft voor de aangevallen personen. Toen hij den naam van Henri Drummond uitsprak, ging er een daverend applaus op, al toonde Macaskill ook aan, dat Drummond naar aanleiding van zijn jongste werk: »Het programma van het Christendom", z voor zijne classis ter verantwoording moest •worden geroepen, omdat hij een half politieken, a socialislischen Christus voorgesteld had. De o predikant Mac Ewan snelt daarop zijnen ambt­ o genoot Macaskill te hulp en spreekt over de g ketterijen van Drummond. Toen hij daarbij o op eene redevoering zinspeelde, die hij te H Edinburg voor 800 studenten gehouden had, ging er een hoera op voor Drummond. Deze besteeg daarop de tribune, om te kennen te geven, dat het verslag zijner rede, waarop de beschuldigingen van Macaskill en Ewan ge­ t grond waren, geheel onjuist moest genoemd worden. De hoogleeraar Candlish deelde daarop w mede, dat hetgeen hem ten laste gelegd werd, s wel door hem geschreven was, maar om het te weerleggen.

Ook nam prof. Iverach (hoogleeraar in het d Hebreeuwsch) het woord, om te betuigen, dat prof. Dods de behoudendste hoogleeraar was dien hij kende, die bekend was met de geheele Duitsche theologie en toch volhoudt, dat de traditioneele datum der Evangeliën de ware is. Maar Dods conservatisme is dat van een boom, die steeds sterker werd en de behoudzucht van Macaskill die van een steen, die dood blijft. Zelfs viel ' hij Macaskill met personaliteiten op het lyf, hij heeft wat tegen iedereen, nu eens spreekt hij hier, dan weder daar, maar intusschen had hij uit goede bron vernomen dat zijne gemeente niet bloeide. Hij zou Macaskill naar i Tim. 4:11 moeten raden »zich te benaarstigen zijne eigene dingen te doen." Al keurde de vergadering de houding van Macaskill luidruchtig af, toch scheen men er niet toe genegen om het optreden van dezen leeraar streng te. veroordeelen.

Eindelijk werd het voorstel van Macaskill verworpen met 47 tegen 257 stemmen.

Voor zooveel wij oordeelen kunnen, heeft de heer Macaskill, door niet goed beslagen ten ijs te komen, veel voor de goede zaak bedorven. Had hij niet dagbladverslagen, maar enkel de werken van de mannen van de »downgrade" aangehaald en deze goed gelezen, hij zou geen aanleiding gegeven hebben, dat de tegenstanders zoozeer hadden kunnen triumfeeren. Maar al was deze ridder niet behoorlijk geharnast, toch moet het ons eene vreugde zijn, dat hij in het krijt getreden is. Laat ons hopen, dat hij uit dit debat geleerd heeft. Maar al was de best toegeruste woordvoerder in het debat getreden, wij gelooven niet dat hij het pleit in de Assembly zou gewonnen hebben. Daartoe zijn de meeste vertegenwoordigers der Vrije Schotsche Kerken te zeer op het spoor van de »down grade" afgegleden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 17 juli 1892

De Heraut | 2 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 17 juli 1892

De Heraut | 2 Pagina's