GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

De martelaren.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De martelaren.

5 minuten leestijd

CLXXVII.

L'ISLE DE FRANCE.

De geest der bitterheid en des haats, die in 1562 te Parijs zooveel belijders van den Heere ten doode had gedoemd, vertoonde zich ook buiten de hoofdstad van dat koninkrijk. Op 10 mijlen van Parijs ligt Senlis, de voornaamste stad van Isle de France. Daar hebben ook de getuigen der waarheid hunne trouw aan het eeuwig blijvend woord van God moeten betalen met hun bloed. De bewerkers en begunstigers van de gruwelen, daar gepleegd, waren Claude Stoch en Guillaume Berthout, toen ter tijde gouverneurs van Senlis. Een hunner ijverigste aanhangers was zekere Pierre Ie Chien, een groot spotter. Om zich heen verzamelde hij een troep oproeriggezinde mannen, die in zijne hand willige werktuigen van moord en doodslag waren. De vrouw van zekeren Jacques Riverau ondervond het eerst hun wraak. Zij werd door hen zóó gewond, dat zij kort daarop stierf. Vier edellieden, de heeren de Money St. Eloy, de Houdencouit, d'Ardres en de la Maison blanch, hadden Orleans verlaten en hunne buitenplaatsen, kort bij Senlis, betrokken, om er zich wat te ontspannen, toen zij overvallen en gevangen genomen werden, onder voorwendsel, dat zij op eene vrouw, de zustei? Van den prior van St. ChristOffle, hadden geschoten. toen zij uit haar venster keek. Zij werden naar Parijs gevoerd en daar onthoofd, nadat zij belijdenis van hun geloof in den Heere Jezus hadden gedaan. Plunne hoofden werden boven op de vier poorten van Senlis geplaatst.

Terzelfder tijd werden 15 gevangenen, die van de religie waren, van Senlis naar Parijs gebracht, onder geleide der oproerlingen. Drie dezer werden dadelijk ter dood gebracht; namelijk Jean Greffin, wiens hoofd naar Senlis gebracht en daar in het drukste gedeelte der stad op een galg geplaatst werd. Antoine Trapper, vroeger priester, en sedert schoolmeester, werd ook te Parijs opgehangen, terwijl zijn hoofd te Senlis werd opgericht tegenover de groote kerk.

De derde was Jean Goujon, een handwerksman. Sinds het Gode behaagd had, hem de oogen te openen voor de waarheid, had hij veel geleden om den naam des Heeren. Meermalen had hij gevangen gezeten, omdat hij niet kon zwijgen van zijnen Heere. Niettegenstaande zijne belijdenis geen onzeker geluid gegeven had, was hij telkens weer losgelaten. Doch toen hij in 1562 weer gevangen genomen vrerd, kwam hij niet meer vrij. Voor Gilles Ie Maitre, den eersten president van Parijs en de raadsheeren, welke hem ter zijde stonden, gebracht, beleed hij vrijmoedig de waarheid des Evangelies. Voorts antwoordde hij ook onverschrokken en zonder zich lang te bedenken op alle punten, welke tusschen de Evangelischen en Papisten in geschil lagen, zoo juist, dat hij veroordeeld werd, om te Senlis opgehangen en daarna verbrand te worden. Dit was het laatste vonnis, dat bovengenoemde president uitsprak. Onder den indruk van de stoutmoedigheid diens eenvoudigen mans, welke de Schriftwoorden altijd bij de hand had gehad om zijnen tegen­ stander te weerleggen, en verslagen over de tijdingen, die hij vernam omtrent de zegepralen van het leger der Hugenooten, legde hij zich ter slapen neder, zonder ooit weer op deze aarde te ontwaken. Desniettemin werd Goujon te Senlis gebracht en er gedood. Verscheidene omstanders werden diep getroffen door de kalmte, waarmee hij den dood tegemoet ging. Doch de muitelingen verbitterden dien vrede van den martelaar. Daarom dwongen zij den beul, die hem daareven opgehangen had, het touw door te snijden, zoodat Goujon nog levend in het midden der vlammen viel, waaruit hij zich tot drie malen toe ophief, onder den luiden uitroep: «Heere, wees mijner genadig." Toen gaf hij den geest.

In de maand Februari daaraanvolgende werd zekere Louis Chauvin, een geloovige, die in het geheim zich had neergezet in een der voorsteden, overvallen en vermoord. Een andere, Jean des Jardins had langen tijd met zijne vrouw en kind buiten in het veld "ïertoefd en er veel honger geleden. Eindelijk besloot hij in de stad te gaan; daar mocht gebeuren wat wilde. Niet ver van de voorstad kwam hij twee der muitelingen tegen, die eenige soldaten, welke zich juist daar bevonden, verzochten alle drie te vermoorden. De moeder, dat hoorende, Vifierp zich op de knieën en bad 7Üet om haar leven, 7)iaar om de gunst, dat haar kind eerst gedood zou worden, opdat zij zonder angste over haar kind zou kunnen sterven. Door deze bede verteederd. Heten de soldaten ze gaan. Maar de twee bovengenoemde schurken namen ze, toen zij hen later weer ontmoetten, gevangen en brachten ze bij den Gouverneur Stoch, op wiens bevel zij dadelijk gedood werden.

PICARDIE.

Te Amiërs in Picardië bloei de kerk des Heeren tot 1562 toen de oorlog, die Hugenooten en Roomschgezinden tegen elkaar injoeg, ook daar het sein werd tot vervolging der Gereformeerden. Burgemeester en schepenen begonnen met den preekstoel, de bijbels en de psalmboeken opeen der openbare pleinen te verbranden. Voorts werden de Hugenooten ontwapend. Daar dezen nu machteloos stonden tegenover de woede des volks, verlieten velen hunner de stad. Die bleven, werden gruwelijk mishandeld. Zekere Jacques Beron, een soldaat, die ^it Calais gekomen was, werd herkend als Gereformeerde, in het water geworpen en daar met steenworpen gedood.

Kort daarop — het was in het begin van Juli ~ werd eene vrouw, met name Fran? oise Grevin, door het gemeen vervolgd en eerst in een kanaal geworpen, waar het water te laag stond, zoodat zij er niet in kon verdrmken. Daarom trok men haar daaruit en wierp haar in dieper water, omdat zij hare belijdenis niet wilde verzaken. Daar stierf zij.

Den 3den Augustus kwam er in eene gevangenis brand. Terstond haalde men er de gevangenen uit, behalve degenen, die om der waarheid wil daar zaten. Twee hunner, David Prevort en Marguant v/erden door de kracht des vuurs, dat zelfs de klok deed smelten, gedwongen naar een dakgoot te vluchten, waar het gesmolten metaal door stroomde. De toestand der vluchtelingen werd hierdoor benarder. Toch kwam niemand meedoogend hen te hulp. Veeleer schoot men op hen. Zij vielen ter aarde en werden toen afgemaakt.

DE GAAY FORTMAN.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 23 december 1894

De Heraut | 4 Pagina's

De martelaren.

Bekijk de hele uitgave van zondag 23 december 1894

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken