GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Onthouding.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onthouding.

6 minuten leestijd

XVIII.

De zedelijke hoofdmacht, die ten slotte de zedelijke overwinning op den drankduivel moet behalen, is de kerk van Christus, Hoe zuiverder een kerk is, hoe rijker kracht ze in die worsteling zal kuimen ontwikkelen. En vooral de kerken van het Gereformeerde type zijn door de ecre van haar verleden tot het vooraaugaan in dien strijd geroepen-

Met name toch de Gereformeerde kerken hebben de prediking des geloof s steeds met de prediking des heiligen levens verbonden, enden eisch dat al het Christenvolk matig, rechtvaardig en godzalig leven zou in deze tegenwoordige wereld, over heel het erf van West-Europa, en zoo ook door ons land doen weerklinken.

Toen de Reformatie doordrong, was het algemeene zedenbederf op verontrustende wijze toegenomen, Het zout dat het bederf weren moest, was in de rangen der geestelijkheid, zelf zouteloos geworden. Ontucht, brasserij, dronkenschap en vechterij was ook toen onder hoogere en lagere standen heerschende.

Wat Calvijn te Geneve vond, behoeft niet herinnerd te worden. Hoe het onder de ridders in zwang was te drinken tot men als lijk van tafel viel, is uit de historie, zelfs van gevierde mannen, overbekend. En wie de «Kluchten" leest, die ia het laatst der Middeleeuwen hier. gespeeld werden, ergert zich aan de banale, gemeene ruwheid en dierlijken zin, die er zich in uitspreekt.

Daartegen heeft toen het Calvinisme den strijd aangebonden, niet door aparte meetings en vereenigingen, maar door de rediking des Woords en de kerkelijke tucht. En dank zij dezQ elkander wederzijds steunende zedelijke factoren, is er toen metterdaad een dam dwars door dien stroom der ongerechtigheid gelegd, en is het, door dien dam steeds op te hoogen, gelukt, den sfaroom zijwaarts af te leiden.

Eerst toen de kracht van het Calvinisme gebroken was, brak ook die dam weer door, deed met name de weelde ook de dronkenschap, de ontucht en de vechterij weer toenemen. En toen zijn het vooral de hoogere standen geweest, die in de tweede helft der vorige eeuw, ons volk rijp hebben gemaakt voor dien tijdelijken nationalen ondergang, waarmee - God ons twintig jaren lang heeft gestraft.

Door dat verleden is ons het spoor gewezen, dat we ook nu ter bestrijding van een gelijksoortig verderf te volgen hebben.

Ook nu is het niet alleen de dronkenschap, maar evenzeer de ontucht, de gemeenheid en de baldadigheid, waarin de zonde opwoelt en de wateren des levens bezoedelt.

Waaruit volgt, dat wie thans tegen een gelijksoortig kwaad geen heil zoekt iii de prediking des Woords en de kerkelijke tucht, maar in allerlei vereeniging en gelofte en uitwendig kunstmiddel, hiermee verklaart te breken met ons verleden, de kracht van het Woord niet te vertrouwen, in de prediking niet meer te gclooven, de kerkelijke tucht te wantrouwen, en daarom zijn toevlucht te nemen tot allerlei buitenkerkelijke hulpmiddelen.

Met name een Dienaar des Woords, die ter bestrijding van het alcoholisme, niet in de eerste plaats op de predikatie des Woords vertrouwt, maar meer in gelofte en vereeniging gelooft, staat volkomen gelijk met den rts, die ter bestrijding van een uitgebroken rankheid zijn geneeskunde rusten laat, en ijn toevlucht neemt tot somnambulisme.

Onwillekeurig komt men hiermede zelfs p de lijn, waarin Rome eertijds heil zocht.

De predikatie des Woords was in de toenmalige kerk gedaald. Er ging geen kracht, er ging geen bezieling meer van uit.

En toen ontwikkelde zich naast de kerk in de kloostervereeniging, in de gelofte, en m de hoogere abstinentie, een geheel an­ t dere zedehjke macht, die Rome slechts uit drang naar zelfbehoud ten slotte met het kerkelijk leven in verband zette.

Gods Woord predikt matigheid in het gebruik van het huwelijk, van het aardsche goed, en van de vrijheid des levens. Maar in dit vereenigingsleven stelde men een hooger maatstaf Niet matigheid in, maar onthouding van het huwelijk. Niet matigheid in het gebruik van spijs en drank, maar onthouding van allerlei spijs en drank, ja zelfs van allen eigendom. Niet enkel matigheid in het gebruik van de vrijheid des levens, maar afstand doen van eigen wil, om in gehoorzaamheid zich aan andcrer wil te onderwerpen.

Diezelfde tegenstelling neemt men thans weer waar.

Ook nu nog predikt Gods Woord een matig, rechtvaardig en Godzalig leven, maar naast en buiten de kerk vormt zich allerlei Vereenigingsleven, dat een hooger standaard des zedelij ken levens omhoog heft, en onthouding, ^M^'ifZ-onthouding zelfs aanbeveelt, en de ingewijden door gelofte aan die gewaande hoogere zedelijkheid bindt.

Zonder nu de goede bedoehng die dit ingaf in het minst te willen miskennen, of ook in volstrekten zin op dit alles den ban te leggen, protesteeren wij toch ten ernstigste tegen de grondd waling die hierin aan het woord komt, en niet het minst tegen de miskenning van de kracht des-Woords, tegen de miskenning van de waardigheid der kerk van Christus, en tegen de miskenning van den aiouden zedelijken standaard, die hieraan ten grondslag ligt.

Wat wij eischea is, dat men althans in Gereformeerde kringen de predikatie des Woords weer zoo diep en ernstig, zoo bezield en indrukwekkend, en met name ook zoo practicaal doe uitgaan, dat in geheel onzen kring een »matig, rechtvaardig en Godzalig leven" gekweekt worde.

Wat wij eischen is, dat huisbezoek en persoonlijk toezicht zulk een ernstige opvatting van de kerkelijke tucht op gang brenge, dat ten slotte alle onmatigheid in onze kringen bestraft en er uit geweerd worde.

Wat wij eischen is, dat predikatie en tucht zich met name weer als vanouds keeren tegen «ontucht, drankzucht en gemeenheid" gelijk ze thans weer in zoo breeden kring heerschappij voeren.

En wat wij bovendien eischen is, dat niet alleen onze kerken, maar alle kerken die den band met de Reformatie niet ganschelijk willen afsnijden, zich uit haar hulpeloozen toestand oprichten, schiften wa; t uit het geloof en ongeloof vermengd is, en alzoo zich bekwamen om dezen geestelijken strijd weer met moed en kennis op te vatten.

In verband hiermede is het de roeping der Overheid alle belemmerende banden, die de kerken in haar vrije ontwikkeling binden, los te maken.

De Overheid zelve moet er lust aanhebben, dat de kerken zich zoo zuiver en zoo krachtig mogelijk naar eisch van haar belijdenis, orgauiseeren kunnen, en zij zal het voor God te verantwoorden hebben, indien zij door averechtsche maatregelen de vrije krachtsontwikkeling van Christus' kerk tegenhoudt.

Buiten Gods Woord is er geen zedelijke factor die het kwaad tot in den wortel kan aantasten.

Dat Woord moet daarom zijn vrijen loop hebben.

En in de macht van dat Woord behoort allereerst elk Dienaar van het Woord te gelooven.

Anders werpt hij zijn eere weg.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 5 juli 1896

De Heraut | 4 Pagina's

Onthouding.

Bekijk de hele uitgave van zondag 5 juli 1896

De Heraut | 4 Pagina's