Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

Godsdienst en godgeleerdheid - pagina 14

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Godsdienst en godgeleerdheid - pagina 14

Rede gehouden bij de aanvaarding van het hoogleeraarsambt in de theologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

2 minuten leestijd

18

niet meer verstaat en doorziet, en de heerlijkheid des onverderfelijken Gods verandert in de gelijkenis eens beelds van inensch of van dier, van stof of van kracht. Maar de mensch is, schoon doodelijk krank, toch in die krankheid nog mensch en in zooverre ook nog een godsdienstig wezen gebleven. E r is in hem nog aanwezig een semen religionis, dat, aan zichzelf overgelaten, in het wilde opgroeit en in allerlei eigenwilligen eeredienst zijne ongave vruchten draagt, maar dat in de stuitendste vormen nog het bewijs levert, dat de mensch Gods geslacht is en nimmer zijne afkomst ten volle verloochenen kan. En in de wedergeboorte wordt deze religiositas vernieuwd en veranderd in een innerlijken lust, om niet alleen naar sommige, maar naar alle Gods geboden in oprechtheid te wandelen. Rijker en schooner omschrijving van de echte religie is er dan ook niet, dan die, welke onze eigene belijdenis ons op de lippen legt: dat wij, zoo lief als ons onzer ziele zaligheid is, alle afgoderij, tooverij, waarzegging, superstitie of bijgeloof, aanroeping van de heiligen of van andere schepselen, mijden en vlieden, en den eenigen waren God recht leeren kennen, Hem alleen vertrouwen, in alle ootmoedigheid en lijdzaamheid ons Hem alleen onderwerpen, van Hem alleen alles goeds verwachten, Hem van ganscher harte liefhebben, vreezen en eeren, alzoo, dat wij eer van alle schepselen afgaan en die varen laten, dan dat wij in het allerminst tegen Zijnen wil doen. Maar deze opvatting van den godsdienst, hoe rijk en hoe schoon ook, heeft in de laatste eeuw allengs voor eene gansch andere plaats moeten maken. De overgang van de periode der objectiviteit in die der subjectiviteit bracht ook natuurlijk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 17 december 1902

Inaugurele redes | 65 Pagina's

Godsdienst en godgeleerdheid - pagina 14

Bekijk de hele uitgave van woensdag 17 december 1902

Inaugurele redes | 65 Pagina's

PDF Bekijken