Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

Volkenrecht - pagina 20

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Volkenrecht - pagina 20

Rede, gehouden bij het overdragen van het rectoraat der Vrije Universiteit

2 minuten leestijd

lO

grijpelijkerwijs tot uitgangspunt de Fransche revolutie van 1789 genomen. Zelfs heeft volgens Laurent ^s) deze omwenteling het volkenrecht ingewijd. Heerschte onder het ancien régime despotisme, dat niet anders is dan misbruik van geweld, — die revolutie heeft daaraan een einde gemaakt en de aëra des rechts ingeluid *^). Onder de gemeenplaatsen valt deze uitspraak stellig niet. Zelfs Paul Janet, hoezeer de beginselen der revolutie huldigende, kwam in 1872 tot de slotsom, „que la France depuis quatre-vingt aus est livrée au dieu de la force, qu'elle semble avoir été abandonnée a la domination du farouche Siva, ce dieu de mort qu'adorent les Indiens, et que la prophétie mystique du comte Joseph de Maistre s'est réaUsée parmi nous: la revolution est une expiation!"^'') Is inderdaad het volkenrecht vóór de revolutie bloot despotisme geweest? In hun oordeel over dien tijd zijn Groen van Prinsterer en Thorbecke goeddeels eenstemmig. Zoo schreef de eerste *^): ,,Laat ons, ook hier letten op beginsel, vorm,

misbruik.

„Het beginsel. Hetzelfde als in het staatsregt, heiligheid van regt, j gegrond in den wille Gods. Gelijk Souverein bij de gratie Gods geen ijdele klank was, evenmin boven ieder tractaat, het plegtige In den Naam der H. Drieëenheid. Stervelingen en zondaars, voor Hem, bij wien geen aanneming des persoons is; stadhouders van den Koning der koningen, geroepen boven anderen tot onderhouding en handhaving zijner wetten, wezen zij elkander, bij het verzegelen hunner beloften, op den God des evangelies, die geregtigheid, vrede, en broederliefde gebiedt; op den Heer der heirscharen, die de raadslagen der boozen vernietigt, magtig is door velen of door weinigen te verlossen, die het den goddeloozen geweldenaar zegt: „om uw woeden tegen Mij, zal ik mijnen haak in uwen neus leggen en mijn gebit in uwe lippen;" die niet beschaamd laat worden wie in Christus op Hem betrouwt, zeer sterke rotssteen en onverwinbare burgt voor ieder, die vóór en boven alle verbindtenissen der menschen, met Hem, God van hemel en van aarde, Potentaat der potentaten, een vast verbond heeft gemaakt. ,,En nu dit regtsgevoel, eerbied voor de heiligheid van al wat eigendom is, verpligting om den zwakste, zoodra hij door overmagt bedreigd werd, ter hulpe te snellen, in welken vorm werden zij openbaar ?

|

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 21 oktober 1907

Rectorale redes | 174 Pagina's

Volkenrecht - pagina 20

Bekijk de hele uitgave van maandag 21 oktober 1907

Rectorale redes | 174 Pagina's

PDF Bekijken