GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Vrouwenoogen en vrouvwenharten.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vrouwenoogen en vrouvwenharten.

8 minuten leestijd

III.

Nu Anthonia M a r g a r e t h a gereed is vergunt zij mij wel het een en ander over haar ontboezeming te zeggen. Ik zal het niet lang maken want daartoe is de temperatuur in mijn stadeerkamer te hoog; , en.... ik geloof niet, dat een lantre repliek eenig nut zal afwerpen. Laat ik daarom de geachte schrijfster in enkele korte opmeridngen mogen vertellen, hoe ik over haar klacht denk en wat een mannenverstand over dit zien vaii vrouwenoogen en voelen van vrouwenharten oordeelt. Dat oordeel is niet gemakkelijk. Bet valt niet mee om wat een hart gevoelt zuiver te weqea en te meten. Zulk een „voelen" is te subjecfief, dan dat het op zijn rechte waarde kan geschat worden, en vooral staat bij hetgeen een vrouwenhart gevoelt, een miannenverstand wel eens stil. Echter kan ik mij wel eenig .oordeel vormen over wat A n t h o n i a M a r g a r e t h a GEZIEN heeft, want dat zijn objectieve feiten, die in hun. objectiviteit een betrouwbaren maatstaf bieden om subjectieve gevoelens te toetsen. Dit. nu wil ik; even doen, en daarbij A. M. (ik m'ag toch zoo wel afkorten) verzekeren, dat ik bij haar geen' persoonlijke ontevredenheid veronderstel, doch overtuigd ben, dat zij het goede vn\ zoeken voor onze partij.

Nu de feiten.

A. M. richt haar critiek in H bijzonder op de anti-revolutionaire partij en haar houding tegenover het vrouwenldesrecht, en zij vindt, dat der vrouw onrecht wordt aa, ngedaan. Nu heb ik over deze quaestie reeds vroeger geschreven, en ik zal dat niet in den breede herhalen. Ik zette toen uiteen, dat inzake de vraag van het actief-en passief vrouwenkiesrecht een direct beroep op de Schrift m.i. niet mogelijk was, en, wanneer er van een principe gesproken wordt, men in alle geval met eien afgeleid beginsel te doen heeft. Daarom kan ik niet principieel tegen het vrouwenkiesrecht zijn, en zou het ook geen absolute beginselverzakinig achten, w.anneer, indien dit nood zak e lij k bleek, een vrouw afgevaardigd werd in Kiamer, Staten of Raad. Doch zoo oordeelt niet ieder. De overgroote meerderheid van onze partij staat opi, laat ik het zoo^ mogen noemen, enger standpunt, en heeft tegen |iet passief vrouwenkiesrecht niet alleen practische, maar ook principiëele bezwaren. En dat vergeet A.H. Als allen zoo dachten als zij, was de zaak spoedig opgelost, maar zoo staat het niet, en ilk betwijfel zelfs, of A. M. het meerendeel der anti-revolutionaire vrouwen achter zich heeft Zij moet niet alleen rekenen met haar eigen kring, of b.v. met de meelevende leden van den Christelijken Vrouwenbond, maar met die breede schare, die het lidmaatschap van de verschillende colleges gaarne aan de mannen toevertrouwt, en geen vrouw als vertegenwoordigster begeert. En wlat nu het feit betreft, dat het actief kiesrecht voor dë vroiiw is aanvaard, en onze vrouwen gaan stemmen, zie ik 'dit als heilige noodzakelijkheid. Wij mogen in deze ernstige tijden de partijen des ongelooifs geen klans van winst of slagen geven. En evenals in Israël, w.aar de vrouw waarlijk niet zoo vooraanstond als ten onzent, in tijden van nood een Dehor a opstaiat om haar VO'fk te richten, zoo hebben onze vrouwen in deze periode van geeslelijkfe spanning het hare te doen, om de miacht der revolutie tegen te gaan.

Het andere laat ik liever onbesproken.

In onze piartij is voor m.annen en vrouwen plaats. Op de deputatenvergadering mogen beiden verschijnen, en dat dit niet meer geschiedt, is, geachte A. M., te wijten, ja in uw öogen aan de bekromp-enheid van de meeste kiesveieenigingen, die alleen mannen afvaardigen, doch m.i. in de werkelijkheid aan deze oimstandigheid, dat, behoudens enkele uitzonderingen, over het algemeen de christen-vrouwen voor al deze functies geen aspiraties gevoelen. Weet ge, wat ik vaak hoor? Dit: , , wat zullen wij ons er taee bemoeien, de mannen kunnen onze zaken best behartigen". Dat vindt ge misschien conservatief, maar schuilt in < ht conservatisme niet veel goeds?

Op een ander punt moet ik krasser tegen A. M-optreden.

Zij schrijft den groei van de C.-H. Partij toe aan. het feit, dat deze partij vrouwen candideerde, en den terugslag van de A.-R. Partij aan het euvel, dat op onze candida, tenlijsten geen vrouwennaam voorkwam. En dan worden de deugden van Me]-Mr Frida Katz voor de zooveelste maal_ verheerlijkt en ons bekend gemaakt. Nu denk ik er niet aan de verdiensten van deze vrouw te ontkennen. Ik lees wat ze spreekt altoos met genoegen. Zij is zeer zéker een hoogst bekwame vrouw, miaar dacht ge nu werkelijk, A. ^^•' f; Mej. Katz de stuwende kracht is, die de C.-H-Partij omhoog heelt gedreven? Ik geloof, dat M-o]-Katz van zooveel eer zou blozen, en vriende IJK zooveel hulde zou terugwijzen. M.i. zijn de feiten anders. Ik zal als voorbeeld niet het platteland

nemen, waax ooifc de C-H. Partij bijna geen vrouwen candideerde, maar de steden. En ja, dan staat in Amsterdam de Antirevolutionaire Partij in stemmenaantal beneden de partij van Mej-Katz, maar ieder, die met de Am'sterdamscibe toestanden even bekend is, zoekt niet lang naar de oorzafen. Hij denkt onmiddellijk' aan de debacle van de Amsterdammer, die natuurlijik ons scHade heeft gedaan^ en liij weet ook', dat tal van oud-liberalen gaarne hun stem gaven aan mannen als Jan ter Haar en Generaal O p h o r s t. Doch stelt nu daartegenover Rotterd am' en Den Haag. Onze lijsten telden geen vrouvvennaïnen. Hier ter stede prijkten die namen wel op de C.-H. lijsten. ZeUs waren er twee vrouwen door deze partij gecandideerd. En wat is het resultaat, hoaggeachte A. M.? Dit: dat èn in Rotterdam èn in den Haag ons stem'mienaantal klom, en wij zelfs in de residentie het getal bij de Kamerver'kiezing uitgebracht met 1000 stemmen overtroffen, terwijl de C.-H. Partij bijna "3000 stemtoien zak'te.

Ik denk er niet aan, dat verlies aan de vrouwencandida, ten toe te schrijven.

Ik erken graag, dat in Rotterdam en den Haag onze lijsten uitnemende voortrekkers bezaten, maar uit ideze feiten blijkt wel, dat uw conclusie allerminst opgaat. Als gij uw maats|; af vasthoudt, dan heft het negatief in de residentie het positief in de hoofdstad op, en uw resultaat is nul. En wat Groningen aaagaat, ik heh vernomien, dat wij èn in de stad en in de ommelanden ©er vooruit dan achteruit gingen.

Nu nog iets over „De Standaard".

Ik heb de door u bedoelde dingen met aandacht gelezen.

Het trof ook mij, dat in de vrouwenrubriek zoo werd geschreven, en één zin heeft me een oogenblik „kriebeligt" gemjaakt. Daar schreef niemand minder dan H. S. S. 'E. over Mej. Frida Katz als onze vertegenwoordigster in de Tweede Klamer^ d.i. als de vertegenwoordigster van de vrouwen, en ik dacht: hoe heb ik het nu? Ik hoor die uitdruliking wel eens m'eer, en als nu onkundigen zooiets zeggen, kan ik zulk een t'ergissing met genoegen vergeven. Doch Mej 'Euyper weet beter, en A. M. weet beter. Mej. Frida Katz is noch in de (K.iam: er noch in den Raad vertegenwoordigster van de christen-vrouwen, m; aar zij zit daar als representante van de C.-H. Partij. En alleen zij, die tot die p.artij behaoren, zoowel ni a n-nen als vrouwen, 'kunnen zich er op' beroemen, dat deze begaalde vrouw hen in de genoemde colleges vertegenwoordigt. Maar wie buiten deze partij staat, mag, zich dezen roemi niet toeëigenen. En ik weet, da, t èn Mej. Euyper en A. M. te goed anti-revolutionair zijn, dan dat ze heur beginsel en partij zouden verloochenen, om een van haar sexe. Nu is het voóo-haar wel jam'mer, dat onder haar vertegenwoordigers geen enkele vrouw voorkomt, en zij het dus met mannen doen moeten, maar is er voor haar reden tot klageiï? A. M. vestigt speciaal de aandacht op Mej. Kuyper, , 'en wij zijn haar dankbaar voor haa, r advies, maaj begeert deze verkJorene zelve die plaats ?

Meer wil ik' niet zeggen.

Veel zou nog, te praten wezen.

Vooral over da.t „gelijke naast den man".

Doch ik min niet het twistgeschrijf, en wil niet meewerken om ons blad tot een debat - of mindervriendelij k-gezegd, tot een ruzieblad te miaken. Gaarne gaf ik A. M. gelegenheid zich te uiten, en ik! hoop, dat zij mij de eer en het genoegen wil doen, mij de \Ti6ndenhand te dru!k!ken. Wij hebben immiers samen één partij en één beginsel lief! Welnu, dan de handen ineengeslagen voor de heilige zaaikj waaraan ons hart gegeven is.

K. D.

Correspondentie. Mag ik vriendelijk verzoeken mij in mijn vacantie geen geschrift van eenigerlei aard toe te zenden. Boekwerken kunnen aan het redactieadre.9 worden gezonden. De eerste weken ben ik in Dea Haag niet te vinden.

D.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juli 1923

De Reformatie | 4 Pagina's

Vrouwenoogen en vrouvwenharten.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juli 1923

De Reformatie | 4 Pagina's