Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

EVEN PARKEEREN.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

EVEN PARKEEREN.

4 minuten leestijd

Het verhalend element in de prediking.

Op den preekstoel moet gepreekt worden! In vroeger jaren werd! er op den kansel nog al eens geschilderd, ja, er waren leeraars die hun predi-^ katies met eenige anecdota sacra kruidden. Tegenwoordig hébben wij het diaar niet op! Wij, knapen roet koppen, willen niet als zondagsschoolkindiers behandeld worden, dat nemen wij niet! Geef ons den homileticus purus, dat wil zeggen: den preeker van top tot teen!

Zonder de alleenheerschappij op te eischen voor één preekmethode, meen ik dat er nog wel een enkel woordje voor het verhalend element te zeggen valt. Zie, sommige predikers lezen het verhaal en... en laten het meteen en voor goed los. Een geschiedenis als bijvoorbeeld „de Opwekking van Lazarus" beeft voor hen alleen zia om den tekst: „Ik ben de Opstanding en het Léven". Met reuzenstappen schrijden zij over het kerkhof heen, loopen in hun haast een klaagvrouw omver en steken een preek af over „het probleem van den dood en het mysterie des levens". Een lijk riek't, een probleem niet!

Schuilen er dan geen groote bezwaren in de verhalende methode? Zeker, een voorstelling is slechts een benadering van de Mstorisdhe werkelijkheid, uit enkele gegevens moet men trachten een geheel te vormen. Hier is een zuivere smaak onder heilige tucht noodig. Maar — zeg mij eens — is het bij een verklaring iets anders? Thema en verdeeling zitten ongetwijfeld IN den tekst, maar bet is niet altijd eenvoudig die er in te vinden. Prediken is kruisdragen, wie dat niet verstaat, moest den kansel maar liever niet bestijgen. Bij beide vormen — bij vertellen en bij verklaren zit het geheim in het maathouden. Wij moeten van een traan geen oervloed maken, maar evenmin van een begrip ©en encyclopaedie! Beide vormen zijn geoorloofd en ook veel inniger verwant, dan de meesten denken. VerteUen — als het tenminste niet ia zeuren of babbelen ontaardt, is óók verklaren. Kijk eens, als ik het over een oog heb, kan ik twee methoden volgen. Ik kan aanwijzen: dit is het netvlies, dat de pupil, zie d© oogwimpers! Maar ik kan ook dat oog laten stralen! Als ik een arm verklaar zeg ik: dit is de ellepijp en dat het handgewricht. Maar ik kan ook die handl naar het zwaard laten grijpen of de vingers doen opsteken tot een heiligen eed. Dat laatste is vertellen, demonstreeren. Aan de andere zijde is verklaren lang niet zoo abstract als sommigen meenen, immers menig begrip is oorspronkelijk ©en beeld. Als gij het bekende woord organisme goed aankijkt, ziet gij het uit de boekenkast stappen en bloeien als een amandelboom!

Wat is nu de bij zondere be teekenis van de verhalende methode? Waarom staan er in de Schrift zoovele bijzonderheden, die ons vaak van zoo luttel belang toeschijnen? Is het niet om ons te doen zien, ja, het er bij ons in te drijven, zoodat liet er nooit meer bij ons uitgaat: DAT DEZE OPEN­ BARINGEN EN WONDEREN GODS ZIJN GE­ SCHIED IN DE CONCRETE WERKELIJKHEID VAN ONS LEVEN? Daarom lees ik niet van de psalmen van Abraham, maar van zijn schapen en ossen, van zijn vrouw en zijn bijwijiven. Daarom lees ik niet van de vroomheid van Rebekka, maar ik zie voorhoofdsiersel blinken en de armrüigen schitteren!

Het doel van den vertellenden vorm is niet om de prediking aangenaam te maken, op te sieren. Het doel is om r^elrecht op den mensch , af te gaan in zijn concrete levenssitiiaüe. Als ik eenmaal de Schrift ga zien, dan wordt het mij wonderlijk te moede. Dan zie ik oprijzen die eigenaardige Gemeente van den Heere Jezus Christus: visschers in het hoogste kerkambt, tollenaars op stoel, banken met hoeren en Samaritanen, kasteleins en wedloopers in de ouderlingenbank. Dan versta ik als nooit te voren, dat de Uitverkiezing cor ecclesiae is, het hart van de kerk.

Maar tegelijk ga ik ongerust worden, do-odelijk ongerust! Is er nog wel een kerk des Heeren? ga ik vragen. Zoo ja, waar zijn de fabrieksmeisjes? Waar zijn de voetballers? Heere, wij zijn toch niet een kerk des menschen geworden, waar de Vox Theologia de genadestemmen van het evangelie heeft overstemd? Als Wet en Evangelie naar de Schriften gebracht worden in de concrete werkelijkheid van ons leven, dan wordt de schare onder den kansel onrustig. Arme dominee, gij zult het moeilijk hebben. Maar herüiner u dat uw Zender ook Zijn confüct over de prediking heeft gehad met de Parizeen. Waarom spreekt Gij in gelijkenissen? Hebben wij daar geen begrippen voor? Uw Zender heeft ook de versmaadheid van den prediker gedragen. In Zijn smaad te deelen is duizendmaal beter dan bewierookt te worden.

N. Bi

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 november 1938

De Reformatie | 8 Pagina's

EVEN PARKEEREN.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 november 1938

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken