GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

OVER DE NAAM DER KERKEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

OVER DE NAAM DER KERKEN

5 minuten leestijd

KERKEUJK LEVEN

Blijkens art. 254 der Acta van de Synode van Groningen 1946 is aan de hoge overheid mededeling geschied, dat de kerken, die zich hebben vrijgemaakt van de zondige besluiten der synodes van 1939—1943 en 1943—1946, de aloude grondslag van het aloude kerkverband hebben bewaard, en mitsdien gebleven zijn wat ze waren, n.l. De Gereformeerde Kerken in Nederland.

Zoals uit publicaties in dit blad gebleken is, is er in verband met deze correspondentie met de hoge overheid nogal wat te doen geweest en is van de zijde der synodocraten geponeerd, dat slechts zij recht op genoemde naam zouden hebben, waarbij wij daarvan dan maar afstand zouden moeten doen, door b.v. de postale aanduiding „onderhoudende art. 31 K.O." voortaan als een officiële te gaan beschouwen.

Voor iemand, die nuchter is, lijkt dit geschil, dat nog steeds niet tot een goed einde is gebracht, niet zo verschrikkelijk belangrijk. What's in a name? Dekt de naam altijd het wezen? Is een naam nooit voor verbetering vatbaar? In een bekend rechtsgeding, nl. dat om ons studentencorps, , bleek de gedwongen naamsverandering van „Fides quaerit intellectum" in „Fides quadrat intellectum" een verbetering, zonder dat de ware „Fidelen" zichzelf daardoor als lid van een nieuw opgerichte vereniging zijn gaan beschouwen. Zoals zij uitvoerig in hun Almanak 1951 motiveerden, heeft de uitspraak van het. Arnhemse Gerechtshof immers hun rechtsgevoel niet kunnen bevredigen. En terecht, nu deze beslissing een onvoldoende feitelijke grondslag vermeldt voor de vraag, welke School de voortzetting is van de voor de scheu-^ ring bestaande Theologische Hogeschool van De Gereformeerde Kerken in Nederland.

En toch mogen wij dankbaar zijn, dat deze nuchterheid de wijsheid niet heeft bedrogen. Want er is in de rechtsgeschiedenis een precedent. En hoewel precedenten wel niet bindend zijn naar Nederlands burgerlijk recht, is hun rechtsgezag toch onmiskenbaar groot en zal het in het algemeen moeite kosten een rechter tot een inzicht te brengen, tegenstrijdig aan dat van vroegere beslissingen. Wat maar gelukkig is in het belang van de rechtszekerheid: Tweeërlei weegsteen is de HERE een gruwel.

In de Doleantie-tijd maakte de Ned. Herv. Gemeente te Zuidland zich vrij van de Synodale Organisatie en besloot daarna haar naam te wijzigen in: Gereformeerde Kerk te Zuidland. Een proces om de goederen volgde, dat ten nadele van de Gereformeerde Kerk werd beslist. De Rechtbank te Rotterdam overwoog bij vonnis van 3 December 1888 W. 5652 o.a. het volgende :

„Overwegende ten aanzien van de naam „Gereformeerde Kerk te Zuidland, dat het desbetreffende besluit (tot naamsverandering, L. R.), gelijk reeds hierboven werd overwogen, in verband stond en een gevolg was van instemming met het kerkeraadsbesluit tot terzijdestelUng van de Synodale Organisatie, dat derhalve met die benaming niet kan zijn bedoeld een naamswijziging van de enige te Zuidland bekende doch tot die organisatie behorende en daaronder geblevene Hervormde Gemeente gelijk ten overvloede blijkt uit het op 5 October 1887 door Notabelen der Gereformeerde Kerk genomen, hiervoren medegedeelde besluit, om voor zover de fungerende kerkmeesters waren benoemd vóór de uittreding van de kerkeraad uit het Synodale Kerkverband, tot de benoeming van nieuwe over te gaan;

dat mitsdien bedoelde naam, indien hij enige betekenis heeft, slechts kan geacht worden aan te duiden een buiten dat verband staande nieuwe gemeente, die dan echter ook alleen onder die haar gegeven en haar eniglijk toekomende en onder geen haar vreemde naam in rechte mag optreden."

Bij deze uitspraak valt te letten op de woorden „ten overvloede", waaruit blijkt, dat de naamswijziging na vrijmaking zonder meer reeds reden was om te beslissen, dat de gemeente uit het verband was getreden. Dit was krachtens de organisatie van de Ned. Herv. Kerk niet mogelijk dan met verlies van het recht op de goederen. Gelijk dit ook thans nog het geval is, zowel bij de huidige organisatie van de Ned. Herv. Kerk als bij de wetten in 1944 en volgende jaren van kracht geworden voor de synodocratische verbandsgemeenschap. Hetgeen van die zijde in geschillen met de gereformeerde kerken herhaaldelijk voor de rechter is geponeerd. Door te stellen, dat het verband tot het wezen van de kerk behoort, hetgeen de rechtspraak in Nederland thans vrijwel unaniem heeft ontkend voor de ongedeelde gereformeerde kerken, zoals deze tot 1944 in Nederland bestonden.

Dit laatste, gezien in het licht van de geciteerde uitspraak, geeft grond voor de conclusie, dat de synodocratische gemeenschappen een nieuw kerkgenootschap vormen in de zin van het Nederlands burgerlijk recht, daar zij voor vast en bondig zijn gaan houden, dat het verband tot het wezen van de kerk behoort.

Uit al hetwelk wij de nuchtere en wijze gevolgtrekking mogen maken, dat niet het „What's in a name", doch het „nomen sit omen" hier op zijn plaats is. De naam zij een teken. Het teken van de voortzetting van het aloude gereformeerde kerkverband. Wij mogen eindigen met te constateren, dat deze nuchtere wijsheid gelukkig ook in onze officiële papieren te vinden is, waaruit wij aanhalen:

art.-76 Acta Synode Enschede 1945: „Besloten wordt uitdrukkelijk in de Acta op te nemen, dat de naam onzer Kerken is en blijft: „De Gereformeerde Kerken in Nederland", zonder enige bijvoeging, en dat de distinctie „onderhoudende art.. 31 K.O." slechts een onderscheidingsteken is om verwarring te voorkomen, en dus in geen enkel opzicht iets kan of mag praejudiceren."

art. 99 Acta Synode Amersfoort 1948: , , De Synode besluit, er bij de kerken op aan te dringen, de toevoeging (onderhoudende art. 31 K.O.) niet dan in nood­

zakelijke 'gevallen te gebruiken''.

Mr L. ROELEVELD.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 2 augustus 1952

De Reformatie | 4 Pagina's

OVER DE NAAM DER KERKEN

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 2 augustus 1952

De Reformatie | 4 Pagina's