GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Buitenland.

12 minuten leestijd

Franlirijk De kardinaal Lavigerie. De Fransche Roomsche geestelijkheid leed en groot veilies door het afsterven van den ardinaal Lavigerie. Hij was vooral m de aatste jaren een van de meest gevierde manen die de Roomsche kerk bezit. Vooral aakte hij zich bekend door zijn strijd tegen e slavernij, gelijk die nog in de binnenlanden an Afrika gevonden wordt.

Lavigerie was uit nederigen stand geboren; als geestelijke der Roomsche kerk dooiliep hij alle rangen, totdat hij in 1867 tot aartsbisschop van Algerie benoemd werd. Door velen werd hem van dien tijd af den titel van »apostel der menschelijkheid" gegeven. Voortdurend ging zijn protest uit tegen den slavenhandel, die nog altijd in Afrika gedreven wordt; hij voornameliJK dreef de Brusselsche conferentie door, waarbij vertegenwoordigers van geheel Europa de.n schandelijken handel in menschenvleesch in Afrika veroordeelden. Niet alleen stond hij met woorden de zaak der arme negers voor, maar een groot deel van zijne matige inkomsten besteedde hij, om zijne zwarte medebroeders te hulp te komen.

De Fransche liberalistische bladen hebben ook woorden van lof voor den man, die de eerste was onder de Fransche Roomsche geestelijken, om zich te buigen voor de republiek. Bij zekere gelegenheid, na den val van Büulanger, hield de kardinaal een toast op de Fransche republiek, terwijl hij een muziekcorps de bekende Marseillaise deed uitvoeren. De Fransche liberalisten, die tegenwoordig aan de regeerirg zijn, verheerlijken Lavigerie als een , wijs raadgever van Leo XIII Maar aan de 'andere zijde weet men ook te zeggen, dat de Algerijnsche kardinaal wel ten slotte op 84jarige leeftijd zich verzoend heeft met de republiek, maar dat hij te voren den graaf van Chambord aanzette om de republiek omver te werpen en zichzelven de kroon op het hoofd te zetten.

Zeker is het dat de verzoende houding die de Fransche geestelijkheid tegenover de republiek heeft aangenomen, de Roomsche kerk in Frankrijk niet in eene betere conditie heeft gebracht. Immers konden sommige leiders der Roomschen zich niet in de zwenking naar de repubKkeinsche instellingen. vinden, zoodat er verdeeldheid in het Ultramontaansche leger ontstaan is. Van die verdeeldheid weten de leiders in Frankrijk goed gebruik te maken, zoodat men tegen de Roomsche kerk zich nog vijandiger betoont, dan te voren ooit het geval is geweest. Wanneer de Roomsche curie de menschenkennis bezat, die haar gewoonlijk wordt toegeschreven, dan had zij dit moeten voorzien. Wat dan de Paus bewoog om het sein van onderwerping aan de republiek te geven? Het ideaal van Leo XIII is nog steeds altijd dat van Pius IX, de herstelling van de wereldlijke macht van den paus. Omdat de Italiaansche regeering, door Bis marck's en Crispi's beleid, met Duitschland en Oostenrijk samengaat, zoekt de paus steun bij Frankrijk, tegen hetwelk het drievoudig verbond gericht is. Doch sedert Bismarck's af treden is de zaak veranderd. De Fransche regeering zoekt weder banden van vriendschap met Italië aan te knoopen, en vindt daarbij steun bij niemand minder dan bij Crispi, die zich onlangs te Palermo zeer ten gunste van Frankrijk uitliet. Crispi is wel niet aan de regeering, maar zoekt toch weder aan het roer van zaken te komen.

Bekend is het dat Lavigerie het denkbeeld van »gewapend missie" voorstond, tegen het woord Gods: »niet door kracht, niet door geweld, maar door Mijnen Geest zal het geschieden." Wel moet gezegd dat de overledene niet door middel van geweld van wapenen de Roomsche leer aan de arme negers wilde opdringen; neen door zijn broederschap van de »Sahara" wilde hij de gruwelijke mishandeling zijner natuurgenooten, desnoods met geweld, te keer gaan om te gelijk ook aan die ellendigen te brengen, wat hij voor het Evangelie hield Een der warmste voorstanders van zijn denkbeeld, de kapitein Jacques, is bij zijne pogingen om de voor de Roomsche kerk en de beschaving in het zwarte werelddeel met geweld van wapenen te strijden, omgekomen.

Groote toebereidselen zijn gemaakt om de overledene kardinaal te Carthago met praal en pracht ter aarde te bestellen. Lang voor zi^n dood had men de graftombe voor hem gereed gemaakt.

Het kan niet ontkend worden dal Lavigerie zich heeft doen kennen als een man, die met woord en daad streed voor ongeliikkigen die straffeloos vertrapt werden en nog worden.

DulfScLland. Strijd tegen Harnack. Het kan haast niet anders, dat de zaak van Harnack nog steeds de harten en ook de pennen in beweging houdt. Het is dan ook geen geringe zaak dat het blijkt dat in de persoon van prof Harnack de school van Ritschl reeds zoover op den weg der ontkenning gekomen is, dat driestweg gezegd wordt, wij kunnen een deel van de geloofsbelijdenis der XII artikelen niet meer beamen. Een Duitsch kerkelijk blad schrijft: »Moet het ons niet pijnlijk aandoen en angst aanjagen, dat een deel onzer broeders, die met ons op hetzelfde geloof gedoopt zijn en belijdenis des geloofs aflegden, welke ten deele een openbaar leerambt op zich genomen hebben, met de verplichnng oni de jeugd volgens de Evangelische belijdenis en den inhoud der Heilige Schriften dts ouden en nieuwen verbonds, te onderwijlen, die zeggen dat zij belijden dat Jezus Christus onze Heer en Heiland in leven en sterven is, — plotseling verklaart, dat het eene voor de wetenschap uitgemaakte zaak is, dat het oudste West Europeesche symbool den inhoud van het oorspronkelijke belijdenis van de kerk niet wedergeeft, en daarom den naam van herkenningsteeken der Christenen onder elkander, niet verdient, dat in het bijzonder de uitspraak over de ontvangenis en geboorte Christi niet tot het apostolisch Evangelie behoort en dat daarom elk historisch ontwikkeld geloovige daaraan aanstoot moet nemen? Dat zijn geen uitingen van het ongeloof, dat het Evangelie en zijne eischen ten allen tijde tot eene dwaasheid geweest is; ook niet uitingen van eene nieuwe godsdienstige ervaring jf van eene origineele intuisie, die onder den invloed van het Evangelie geboren, zich gerust tot het voor godsdienstige indrukken vatbare hart wenden kan, met de noodiging toe te hooren om dan iets dergelijks te aanschouwen en te beleven.

In beide gevallen had de Evangelische Christenheid geen reden om zich bezorgd te maken, en evenmin behoefden zij zich bezwaard te gevoelen, wanneer bedoelde uitdrukkingen, uitspraken waren van de aand» Schriftgebon. en conscientie en het resultaat van eene onedersprekclijke uitspraak van de opperste oorkonde van ons geloof Want verheugt zij ich in haar geloofsbelidenis als met de Heiige Schrift overeenkotnendc, zoo kan zij zich niet aan den eisch onttrekken, de formuleering der belijdenis naar de Heilige Schrift te beteen. Wij hooren echter veel meer waar de eene historische critiek, die haar onderzoek afgesloten heeft en van hare resultaten zoo zeker is, dat zij de haar wedersprekende getuigenissen der ISchrift als ongeloofwaardig ter zijde stelt en door mededeeling van hare uitkomsten, datgene aan den geloovige zoekt aanstootelijk te maken, wat hem buiten die critiek nooit tot een aanstoot geweest is."

Ook wyst het blad er op, dat Harnack zeer inconsequent is, door te leeren dat het zijn doel niet is om het apostolisch symbool afgeschaft te krijgen. Zoo spoedig als de uitspraken van Harnack historische zekerheid krijgen, moeten ook de XII artikelen uit de liturgie en de catechese der prttestantsche kerken verdwijnen. Niet alleen geloovigen die historisch ontwikkeld zijn, gelijk Harnack meent, maar alle geloovigen moeten eene belijdenis hebben die niet anders dan zuivere waarheid bevat.

Wij deelen dit niet mede om daarmede te etuigen, dat wij omtrent de wijze waarop egen Harnack strijd gevoerd wordt, eens zijn, ntegendeel meenen wij dat tegen het boventaande veel op grond der Schrift is in te rengen, maar om te doen zien, welk een strijd p dit oogenblik in de Evangelische kerk van uitschland woedt.

Als een staalije hoe de polemiek gevoerd ordt, deelen wij nog mede, dat professor iegler van Straatsburg, die zijn collega Harnack en handje wilde helpen, in een brochure, de bekende uitdrukking van Luthcr aanhaalt: Een hristenmensch is een heer over alle dingen en daarom ook over de apostolische geloofsbelijdenis." Daartegen voert een bestrijder van Harnack aan, dat de Siraatsburger hoogleeraar de woorden »door het geloof" eenvoudig weglaat, en dat hij de tweede uitspraak van den. hervormer over het hoofd ziet: »en door de liefde een knecht aller dingen ook van de apostolische geloofsbelijdenis".

ZwitSfiland. Te Lausanne kwam van 8—10 November de Synode van delandskerk samen. Voornamelijk had deze vergadering zich bezig te houden met de vraag met welk formulier nieuwe lidmaten in de gemeente zouden worden opgenomen. Het oude formulier behelsde o. a. de uitdrukking dat de nieuwe leden »den duivel en zijn werken, de wereld en hare begeerlijkheden, (convoitises) hadden te ontvlieden." Dit geschiedde dan aan den vooravond van den dag waarop de jongelieden zich, in de wereld begeven, namelijk allerlei publiek vermaak gaan bijwonen. Men gevoelde dat het eene komedie vertooning is, de jongelieden te laten beloven de wereld te ontvlieden, en te weten dat zij na hunne belijdenis juist de wereld zullen ingaan. Het kwam er nu maar op aan, om iets voor hetgeen men wilde schrappen in de plaats te stellen. Hij die omtrent dit vraagstuk moest dienen van advies, de predikant Lues van Lausanne, beweerde dat het gebruikelijke formulier veel te dogmatisch en te intellectualistisch was, d. w. z. dat het te zeer leerstellig klinkt en te veel tot het verstand spreekt, en dat het oude, verouderde uitdrukkingen bevat, die niet meer in het kader van den tegenwoordigen tijd passen Hij stelde voor, dat de bevestigende leeraar den nieuwen leden, de twaalf artikelen zou voorlezen en daarna het formulier waarbij men verklaart zich bij de kerk te voegen. Tot hiertoe sprak een van de nieuwe leden dat formulier in naam van al de anderen uit. Dit leverde vele nadeelen op, want soms bleef de schuchtere jongeling steken, soms verstond niemand iets van hetgeen de opzegger zeide, terwijl zij die het niet behoefden op te zeggen, er niet op letten enz. Daarom moest de dienstdoende predikant het formulier lezen, daarna ieder der nieuwe leden bij hun naam noemen en deze dan met een : »Ja, met Gods genade" antwoorden Vooraf moest hun de vraag worden voorgelegd of zij hiermede het verbond dat in den doop met hen opgericht is, voor hunne rekening namen. Tevens zou door het doen van die vraag een einde gemaakt worden aan den strijd of ongedoopten al dan niet in de gemeenschap van de kerk konden worden opgenomen, eene quaestie, die vooral in Zurich reeds lang om oplossing roept. In steden waar vele nieuwe leden aankomen, zou ieder nieuw lid zich door den predikant zijner keuze kunnen laten bevesti.; en.

De commissie van advies omtrent dit vraagstuk, ging van de gedachte uit, dat aan de nieuwe leden geen vragen mogen gedaan worden, wier leerstelligen inhoud zij niet verstaan, en ten deele ook niet verstaan kunnen; daarentegen moest den nadruk gelegd worden op de noodzakelijkheid van de genade Gods tot zaligheid. Men moest den jongelieden als het ware geen eed en geen belijdenis van dogma's die men op dien leeftijd niet begreep, vragen, maar slechts de verklaring dat men begeerde !> metf Gods genade tot deze kennis te geraken "

De predikant Kohier wilde bij de oude praktijk blijven, hoewel met eene wijziging, doch niet velen vielen hem bij. Andere leeraars als PeyroUaz wilden geen bindende belofte door de nieuwe leden laten afleggen, omdat zij wel als ^geroepenen" maar niet als »uitverkorenen" waren te beschouwen. Men moest de jongelieden vragen »of zij in de kerk blijven wildeh, om eens tot het geloof te geraken? '' De meeste sprekers waren het met de commissie van advies eens, dat er geen pressie op de conscientie der nieuwe leden mocht worden uitgeoefend.

Nu kwam de strijd over de apostolische geoofsbelijdenis. De hoogleeraar Pachaud van de Theol faculteit te Lausanne opende de discussie over dit onderwerp. Volgens Zijn Hooggel. waren de XII artikelen een eerwaardig document, maar de irihoud moest voor meer Katholiek (Roomsch bedoelde de spreker) dan Gereformeerd gehouden worden, wijl er niet in voorkomt dat de zonden door genade vergeven worden. Ook achtte hij dat het voorlezen van dingen, die min of meer legendarisch waren, als bijv. de nederdaling ter helle, niet noodwendig of geheel overbodig. Het is voldoende, dacht hij, dat in de Liturgie voor den Zondag de beteekenis van dit stuk duidelijk gemaakt wordt Hierin werd hij wedersproken, door er op te wijzen dat de XII artikelen, de band van ecnigheid is, die alle Christenen te samen houdt. De predikant Chapuis wees op Duitschland, waar de XII artikelen minder een grenssteen, tusschen rechtzinnigen en ketters, dan wel een steen des aanstoots is. Toch moest worden toege.

geven, dat de apostolische geloofsbelijdenis nog altijd meer populair is dan alle nieuwere belijdenissen, die men voor haar in de plaats zou willen stellen.

Ten slotte nam de Synode het voorstel aan om het advies der commissie te laten drukken, het aan de kerkeraden en als men dit verlangde ook aan de leden der gemeente, mede te deelen, om van de kerkeraden tegen de volgende Synode advies te ontvangen.

Van de i6o predikanten die de Nationale of Staatskerk van Waadtland bevat willen slechts een lotal voor modern doorgaan. Onder hen die zich tegen het voorlezen van de XII artikelen bij het doen van geloofsbelijdenis verklaarden, waren vele predikanten en ouderlingen die voor rechtzinnig willen doorgaan.

Hoezeer die zich noemende rechtzinnigen het spoor bijster zijn, blijkt, dunkt ons, zonneklaar. Voorzeker mag men niemand toestemrnend laten antwoorden op vragen, die men niet begrijpt, maar evenmin mag men jongelieden in eene Gereformeerde kerk tot 's Heeren dienst toelaten, die niet eens een verstandelijk begrip hebben ot kunnen hebben van de hoofdwaarheden der Gereformeerde religie. En hoever toont eène kerk en hare ambtsdragers van het Woord des Heeren te zijn afgeweken, die men niet durft afvragen of zij de begeerlijkheden der wereld willen ontvlieden, omdat men weet, dat zij onmiddelijk na belijdenis te hebben gedaan, de wereld zullen gaan dienen!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 december 1892

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 december 1892

De Heraut | 4 Pagina's