GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Het gefingeerde ambt.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het gefingeerde ambt.

6 minuten leestijd

Het dusgenaamde »ambt" van > zendeling" noemen we een gefingeerd ambt; daarmee bedoelende, dat mca het wel een > ambt" ttoemt, maar dat het geen ambt is.

Zeker, men kan allerlei personen in kerkdijken of buitenkerkelijken dienst aanstellen.

Deurwachters, voorlezers, organisten, krankcabezoekers, catechiseermeesters, wijkbroeders, plecgzusters, en zooveel meer; en aller dienst kan nuttig zijn.

Maar omdat iets nuttig is, is het nog geen »ambt."

Zoo ook kunnen particulieren of vcreenigingen > geestelijke verzorgers, " missionaire agenten, missionaire artsen, missionaire landontginners, straatpredikers, ziekentroosters, wijkbezoekers enz. aanstellen; en ook dezer arbeid kan nuttig én doeltrefifend zijn.

Alleen maar omdat deze diensten nuttig zijn, zijn ze nog geen > ambt."

Zoo ook is er hoegenaamd niets tegen, dat een reederij, een handelmaatschappij, een genootschap of een particulier, naar de landen der heidenen of der Mahomedanen, mannen of vrouwen uitzende, om t« zien of men de bevolking kan vnnnen, en zulke broe-1 ders of zusters kunnen ze desnoods zendelingen of evangelisten noemen, zooals men dat wil.

Ja, we gaan nog verder, een particulier, een gegoed man ofgegoede vrouw, die heeft w om van te leven, en vrij is in de besteding van zijn tijd, kan zeggen: »Ik ga naar Indië. Ik verdoe hier mijn leven in niets doen. Ik ga zien, of ik in Indië cenige heidenen of Mahomedanen voor Jezus kan winnen."

Zelfs ware het voor de kerken te wenschen, ­ dat deze zin om naar Indië op kerstening der bevolking uit te gaan, zich niet zoo bijna uitsluitend onder de mingegoede bevolking openbaarde, maar ook eens uitbrak onder g.egoede mannen en vrouwen, die geen cent van een genootschap of kerk noodig hebben, en zichzelf onderhouden kunnen.

Het is stellig verkeerd, dat de gegoede bevolking wel haar geld, maar niet zichzelvc voor het werk der zending wil geven.

Maar stel eens, er stond morgen den dag een gegoed man op die zei: »Ik leef van mijn renten; ik heb 's jaars/3000 te besteden. Daar kan ik op Java best van leven. Dus ga ik, daar geen ambtsplicht mij terughoudt, met de volgende mail naar Java, Ik blijf daar. En ga onderwijs aan de Javanen geven." Zou zoo iemand daarom nu een atnbt hebben ?

Zou zoo ipmapd dan kunnen zeggen: »Nu mag ik gaan doopen? "

Ieder voelt van neen.

Goed, maar als nu twee, drie personen saam tegelijk uitgaan, kunnen twee van de drie dan zeggen: »We zullen nummer drie als dooper aanstellen ? "

Natuurlijk evenmin.

Dus kunnen ook tien, twintig, honderd broeders hier te lande, nooit en nimmer iemand derwaarts zenden, om te doopen of ­om aan de gedoopten het Avondmaal te bieden.

Doch laat het Avondmaal er nu buiten blijven, en bepaal u tot den Doop.

Onze Heiland heeft uitdrukkelijk gezegd: »Gaat heen en onderwijstJalle volken, dezelve doopende."

Dit bevel kan dus niet tot een privaat persoon zijn gezegd, want die ka7i niet doopen. Noch ook kan het tot een kring van broeders gezegd zijn, want geen duizend broeders saam bezitten het recht en de macht, om een dooper aan] te stellen.

Om te kunnen doopen moet ge in het > ambt" staan, en om ambtelijk te staan moet ge door een gemeente worden gelast.

Bij het weeropleven der Zending heeft men dit dan ook gevoeld, en daarom^^een zijpad gekozen.

Zeker, zei men, bij Zending hoort doop. Doopen kunnen wij niet. Ook kunnen wij niemand qualificeeren om te doopen. Maar wat we wel kunnen doen, is eenige predikanten uitnoodigeti ent een dooper te ordenen.

En nu dacht men, dat men er was.

Als een candidaat zou bevestigd worden als predikant, knielde de jonge man neder. Enkele predikanten legden hem de handen op, en spraken cenige woorden van zegen, dank en gebed. Ook zong de gemeente.

Welnu, dat alles kon men evenzoo doen. Men kwam saam in een kerkgebouw. De jonge man die uit zou gaan knielde neder. Enkele predikanten legden hem de handen op, en spraken woorden van zegen, dank en gebed. En de saamgekomenen zongen een lied en zegenbede.

Zoo scheen dus alles in orde.

Alleen maar men vergat drie dingen: i". dat bij de bevestiging van een predikant, de kerkeraad van een Christelijke kerk, ambtelijk, den predikant beroept; ^a". dat de jonge man bekennen moet van de gemeente geroepen te zijn; en 3°. dat enkele broeders en zusters, die in een kerkgebouw saamkomen, nog geen gemeente zijn.

Heel deze wijze van optreden rustte dan ook op het Roomschc denkbeeld, alsof een geordend persoon, als persoon, los van kerk en kerkeraad, ooit eenige ambtelijke handeling kon verrichten.

Onze kerken zijn van dit misbruik ook af. Van al zulke aanmatiging op het gebied der zending wil geen onzer meer weten.

Zonder onderscheid erkennen we allen: i". dat Zending doop eischt; 2". dat de doop alleen door het ambt kan worden bediend; en 3". dat het ambt alleen in de kerk en niet buiten de kerk werkt.

Op dit eenig goede standpunt aangekomen is derhalve met het gefingeerde > ambt" van zendeling principieel gebroken.

Onze kerken belijden in Art. 29 der Geloofsbelijdenis geen andere ambten als van Christus ingesteld te kennen dan het ambt van leeraren en herders, van ouderlingen en van diakenen.

Het ambt der evangelisten was aan het Apostolaat gebonden. Alleen een apostel kon evangelisten aanstellen.

De kerk kan dit niet.

Nu doopt niet de ouderling, niet de diaken, maar alleen de herder en leeraar.

Alzoo volgt hieruit, dat alleen wie herder en leeraar is kan uitgaan in de heidenwereld om te doopen.

De titel nu van zijn ambt is niet zendeling, maar Herder en Lceraar, of Dienaar des Woords.

Of gij hem zendt naar Java, of houdt hier te lande, maakt wel verschil van werkkring, maar niet van ambt, noch dus ook van titel.

Ge kunt dan wel bij zijn titel voegen dat'hij is gezonden als Dienaar des Woords, maar ge kunt zijn ambt en titel van Dienaar des Woords niet op zij zetten, om er dien van : > Zendeling" voor in de plaats te schuiven; en zij die van Ds. Adriaansc beweren : Hij is nu geen Dienaar des Woords meer, maar Zenddiag, verkondigen eene stelling die voor Gods Woord niet bestaan kan.

Naam en ^uasi-zmbt van > Zendeling" passen alzoo geheel op elkander.

Voor dit onwezenlijke ambt is een wezenlooze naam gekozen. Voor een gefingeerd ambt zonrier grond in Christus' bestel een naam zonder andere beteekenis dan die van zwakheid en afhankelijkheid.

En zoo ziet men, dat het afkeuren van den naam, volstrekt geen woordenzifterij was, maar .echtstreeksch gevolg was van den eisch, dat aan alle menschelijk geknutsel ook in den dienst der zending weer een einde moest komen, en we ook in dezen heiligen dienst hadden terug te keeren tot gehoorzaamheid aan den wille Gods.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 8 november 1896

De Heraut | 4 Pagina's

Het gefingeerde ambt.

Bekijk de hele uitgave van zondag 8 november 1896

De Heraut | 4 Pagina's