GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

De heer Bensdorp heeft aanleiding

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De heer Bensdorp heeft aanleiding

7 minuten leestijd

Ainstcrdain, 18 h'ebruari 1916.

De beer Hen.sdorp heeft aanleiding gevj; )nden in de korte aankondiging, die we gaven van Dr, Brinkman'.s dissertatie over de Gerechtigheid Gods bij l'aulus, om het oude maar nog altoos niet verroeste slagx.waarS uit de schede te halen en op onbehouwen wijze zoowel Dr. Brinkman als onze redactie te lijf te gaan, omdat WG beweerd hadden, dat Dr, Brinkman in deze dissertatie tegenover de geheel onjuiste voorstelling, die Denifle van Luther's rechtvaardigheid.'jleer gaf, met tal van citaten uit Luthers geschriften had aangetoond, wat Luther eigenlijk onder deze rechtvaardigmaking-düor het geloof had verstaan. Op wellic wijze de heer Bensdorp deze polemiek voert, mogen de volgende citaten aantoonen.

Vooreerst wat hij schrijft over de (]uaestie zelf:

Tegenover den „durf", waarvan De Heraut in bovenstaande regelen blijk geeft, door te gewagen van „de gêheeie onjuiste voorstelling, welke Denitie van Luther's rechtvaardigheids-Ler gaf", veroodoveu wij ons de vrijheid, het v i t d blad ~er aan te herinneren, hoe Denifle op verpletterend duidelijke wijze heefl aangetoond, dat Luther's geheélc zoogenaamde , , nieuwe inzicht" in Rom. 1:17 tot de alleronbeschaamdste leugens behoort van den pseudo-hervormer, terwijl wij hierbij tevens opmerken, dat het een niet minder groote onbeschaamdheid is, om na den overstelpenden overvloed van bewijzen, welke Denifle hiervoor heeft aangevoerd, nog steeds met dezelfde oude leugen voor den dag te durven komen, nog wel op het'oogenbhk zelf, dat men Denifle van onjuiste voorstelling beschuldigt.

Herhaaldelijk heeft Luther beweerd, dat vóór hem alle leeraren — Augustinus alleen uitgezonderd, dien hij echter nog niet kende — de gerechtigheid Gods, waarvan in Romeinen 1:17 sprake is, van de. straffende gerechtigheid Gods vefstonden; maar dat hij, Luther, onder voorlichting des H. Geestes, het eerst ontdekt heeft, dat hier . geen sprake is van de straffende gerechtigheids Gods, maar van de fferechtigheid, waardoor God ons van zondaren lücliivaardig maakt door het geloof. Ziedaar het nieuwe inzicht, hctsvelk Luther, volgens zijn eigen getuigenis, van Romeinen 1:17 heeft verkregen.

Maar nu heeft Denifle op onwederlegbare ivijze aangetoond, dat sinds het einde der vierde eeuw alle katholieke leeraren vóór Luther precies hetzelfde hebben geleerd.

Dan, hoe hij oordeelt oyer een proefschrift, dat hij niet eens gezien heeft:

Gesteld dus ook, dat het aan Dr. Brinkman gelukt is om, steunend op tal van citaten uit Luther's Averken, een voorstelling te geven, die aan de voorstelling van Denifle lijnrecht tegenover staat, dan bewijst zulks nog allerminst, dat diens voorstelling onjuist is. De vraag is maar, of en in lioeverre de historische inleiding van Dr, Brinkman den toets der historische critiek kan doorstaan, ra.a.w. of zij zich al dan niet kenmerkt door streng wetenschappelijke methode.

Vervolgens wordt meegedeeld, hoe Denifle over de wetenschappelijkheid van protestantsche theologen oordeelde en daarna aldus geconcludeerd :

Wij' weten natuurlijk niet, in hoeverre de aangehaalde woorden \an Denifle ook op het werk van Dr. Brinkman van toepassing zijn — wij, heb'oe)! het proefschrift zelf niet gelezen — maar het feit, dat de oude leugen van Luther's zoogenaamd „nieuwe inzicht" er blijkbaar maar weder zonder blikken of blozen in wordt-herhaald, is niet geschikt er een _hooge gedachte van te doen opvatten.

Nu zullen we het debat over de bekeeringsgeschiedenis van Luther hier niet opnieuw oprakelen. Niet alleen omdat dit te veel plaatsruimte zou eischen, maar ook omdat schrijver~ dezes in zijn Het zedelijk karakter der Reformatie tegenover Rome gekandliaafd de-onjuistheid van Denifle's beweringen met tal van argumenten heeft aangetoond, en zoolang dit werk nog altoos op een afdoende weerlegging van Roomsche zijde wacht, meenen wij daarheen te mogen verwijzen, zelfs al zou Ons dit opnieuw het verwijt berokkenen van de grootste onbeschaamdheid, omdat we voor het gezag van Denifle niet buigen. Nog pas heeft een Roomsche afgevaardigde van naam in de Tweede Kamer verklaard, dat de Roomsche Kerk zelfs aan Kerkvaders alleen zooveel gezag toekent, ais hun argumenten waard zijn, en ditzelfde geldt ook ten opzichte van Denifle, die nog altoos geen Kerkvader is.

\\'at we den heer Bensdorp alleen wilden doen opmerken is, dat heel deze boutade gerust in de pen had > kunnen blijven omdat noch door Dr, Brinkman noch door ons gezegd was, waartegen hij zijn aanval richt. Dr. Brinkman meende zelfs op het hier bedoelde punt Denifle in het gelijk te moeten stellen. Hij zegt op blz, 7 : „Wel heeft Denifle in zooverre gelijk, ais hij Luther verwijt, dat de gerechtigheid Gods in Rom. 1 : 17 volstrekt niet door de Middeleeuwsche exegeten werd verklaard in den zin van de straffende gerechtigheid Gods, zooals Luther betoogde". Precies dus hetzelfde wat de heer Bensdorp beweert. Nu ben ik het persoonlijk met deze opvatting van Dr, Brinkman niet eens. Niet dat de studie van Denifle niet heeft aangetoond, dat de Middeleeuwsche exegeten reeds deze verklaring van de gerechtigheid Gods in Rom, 1 : 17 hebben gegeven en dat Luther dit niet geweten heeft, maar het bekende verhaal, dat Luther zou beweerd hebben, dat allen vóór hem de gerechtigheid Gods in Rom, T : 17 verstaan zouden hebben van de-straffende gerechtigheid (ïods, is m, i, niet genoegzaam gedocumenteerd. De bedoelde verklaring d. komt niet herhaaldelijk, zooals de heer Bensdorp beweert, maar slechts éénmaal in de geschriften van Luther voor en wel in een geschrift, dat Luther zelf niet heeft geschreven, maar dat als collegedictaat door een student is opgeteekend en na Luther's dood is uitgegeven. Een dergelijke bron is al zeer weinig geschikt, om daarop afgaande een zoo krasse beschuldiging aan het adres van Luther te richten. Maar dit vraagstuk was thans niet in geding, omdat Dr, Brinkman in dit opzicht Denifle juist bijgevallen is. Wat Dr. Brinkman in zijn historische inleiding alleen heeft trachten aan te toonen, is, dat de voorstellin.g, die Denifle gaf van den ps}-chologischen oorsprong en van den inhoiid van Luther's rechtvaardigheidsleer, niet deugde. YA\ in dat opzicht heeft'hij, zooals ok den heer Bensdorp niet onbekend 'is, en sterken bondgenoot in den bekenden pater Grisar, den jongsten biograaf van uther, want deze heeft precies hetzelfde eweerd. De kritiek door Protestantsche heologen op Denifle's werk uitgebracht, óe onwetenschappelijk ze dan ook volgens en heer Bensdorp te werk mogen gaan, s zelfs voor Roomsche kringen niet geheel onder vrucht geweest.

Hoe het dan toch komt, dat terwijl, ook olgens Dr. Brinkman, terecht door Denifle s aangetoond, dat Luther zich vergiste, oen hij meende, dat zijn opvatting van e gerechtigheid Gods in Rom. 1 : 17 nieuw was, aangezien de Middeleeuwsche exegeten dé gerechtigheid Gods evenzeer verstaan hadden van de gerechfigheid, die God den mensch meedeelt, — Dr. Brinkman desniettegenstaande . kan spreken van een mieuw inaicht*, dat Luther kreeg in de gerechtigheid Gods, en daarin zelfs den oorsprong van de breuke tusschen hem en Rome kan zoeken, is een vraag, die Dr. Brinkman zelf zal moeten beantwoorden. Wie eenvoudig refereert, wat in een dissertatie staat, is niet gehouden haar te verdedigen. ^Misschien kunnen we echter den heer Bensdorp een dienst bewijzen door hem te verwijzen naar hetgeen door ons zelf in Het zedelijk karakter der Reformatie j^ehandhaafd tegenover Rome blz, 75—78 over dit vraagstuk geschreven is. Het nieuwe inzicht, dat Luther in deze gerechtigheid Gods kreeg en dat hem tot een breuke met Rome bracht, was niet, dat deze gerechtigheid door God aan den mensch geschonken worMl, - -want ook Rome leert dit, — maar raakt de wijze waarop deze gerechtigheid door God ons geschonken en door het geloof aan onze zijde ontvangen wordt. Daarin schuilt het principieele verschil tusschen de Roomsche en - Protestantsche opvatting. En dat nieuwe inzicht had Luther wel degelijk te danken aan Rom. 1 : 17, want daar las hij: e'^ rechtvaardige zal uit het geloof leven.

Verder deze polemiek voort te zetten zou geen doel - hebben, nu blijkt, dat de aanval op een misverstand berustte, We betreuren alleen van onzen geachten opponent, dat ditmaal niet alleen het suaviter in modo, dat zijn we gewend, maar ook het fortiter in re ontbrak.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 20 februari 1916

De Heraut | 4 Pagina's

De heer Bensdorp heeft aanleiding

Bekijk de hele uitgave van zondag 20 februari 1916

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken