GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Daden.

Bekijk het origineel

Bladeren
+ Meer informatie

Daden.

8 minuten leestijd

'Naar aanleiding van wat ik gaf als mijn meening over het karakter van het orgelspiel vóór den dienst, ' schreef de organist der Geref. kerk te D. mij het volgende: „Hoewel ik meer dan vijf en twintig jaar het gezanjg geleid heb en steeds getracht in elk' voorspel den inhoud van het te zingen lied weer te geven, was de gedachte, dat het zon kunnen, voorikom'e'n, dat ieen organist Irdder ging spelen _dan bij een biddende stemming past, onder in-

vioed van dea lofzang waanmbe de dienst wordt begoninien, mij geheel nieuw. Voor den aainvang van den dienst dacht ik mij steeids in het Huis des Geheds, waar 'sHeeren fcerk samenkomt om te bidden. Ooik het oiigeil bidt, en elk dis binnenkomt, bidt: des bidders aaiiidaoht wordt niet afgeleid door jubeleinde , a& coorden of snelle trillers."

Nu vind ik dat werken met snelle trillers heelemaal niet aajabievelenswaaxdig. Er is ook statige jubel. Maar dat daargelatein, plaats ik hiertegenover onmiddellijk de uiteenzettinig, die Dr Kuyper geeft, wat betreft het karakter van hét bijeenzijn voor den aaiwang van de godsdienstoefening in zijn werk over „Onze Eeredienst". Ik citeer: „Voor den overgang uit het sa am komen tot het eigienlijke vergaderen, ten einde den dienst uit te gaan voienen, is voorts het orgelspel de mteest natuurlijke en als vanzelf aauigewezen afleiding." Na aaniialing van een gedicht, dat heel mooi moet zijn, gast Dr Kuyper verder: „In den dienst zingt de gemfiiente; dan komt de muziek , uit de ziel, en öiag het orgel alleen begeleiden, leiden en steunen en moet het niet zelfstandig willen optreden. Maar vóór den dienst is ; een niet te lang orgelspel, dat inleidt op dien dielnst, kostelijk, mits de muziek dan ook daarop gericht zij. Vangt zulk o^rgelspel dan zacht aan, 9m niet te plotseling te storen, en neemt het alzoo rustig de zielen op, om ze te verheffen, en op de ontmoeting des Heeren voior - te bereiden, dan vervult het orgel in dit stadium zijn eigenlijke roieping, een roeping, waarin het orgel door niets anders vervangen kan worden."

Hierbij merk ik op: Ie. Storend zou 't zijn, plotseling met volle wea'k in te zetten, dus langzaam aan opvoeren. 2o. Zou 't orgels pel zaöht moeten zijn alleen' Om! tooh maar niet af te leiden, dan kan 't beter worden nagelaten. Zie hiervoor bovengeaoemd Werk, hoofdstuk „Voor dan dienst". 3o. Zoiu de organist altijd „neutraal" moeten spelen, dan moet zijn spiel ontaarden, want zelfs de beste oi-ganist slaagt er dan niet in karakter in zijn spel te houden. Het wordt dan aaneenrijgen van actoor, den zonder zin. In dat geval zullen de gemeenteleden, die tijdig behooren saam te komen, geen contact gevoiefen tusschen dit s.aamkbmen en bet vergaderen, zoodat de tijd daartusschen misbruikt wordt voor allerlei. Juist het feit, dat hel spel niet alüjd gelijk is, naaakt, dat de aandacht eeiider bepaald wordt bij wat strak's gezonglea zal worden. Natuurlijk moet met allerlei factoren rekening gehouden worden. Wie: een sclhreeuwerig orgel heeft, zal hel volle werk niet dan in uitersten nood gebruiken, len wie niet goed kan fantaseeren, zal minder ergernis geven als de menschen het orgel bijna niet hooren, dan wanneer hij er maar flink op loskrast. Trouwens, dan is van 't blad spelen .altijd 't veiligst. Maar dan wordt de fceuzie ook weer veel m-oeilijfcer, daar niet bij eiken psalm een passend praeludium bij de hand is.

Uit het bovenstaande volgt, dat ik niet gaarne •— zooals geadviseerd is — elkien dienst vóór den aanvang of na afloop een koraal met volle werk rhythmisch zou doen hooren; vóór den dienst niet, omdat dan aansluiting gemist wordt met den eersten zang, erna niet, omdat het spel dan m.i. staat onder invloed van het gehoorde. Wel echter ben ik het eens m^et dezen raadgever, die. zich de nioeite getroost heeft zeer uitvoerig zijn üiieening te zeggen, als hij het meeste sucoes verwacht van plaatselijke acitie. Alleen zou ik die niet beginnen in de godsdienstoefening, miaar in de samenkorristen met de gemeente, zooals die tegenwoordig piogal in trek zijn, en waarin allerlei belangrijke onderwerpen besproken kunnen worden. Van hooren spelen alleen 'kunnen de mienschen 't niet hebben. Ze moipteu attent gemaakt worden op het verschil tusschen het oude en het nieuwe, en op de verbeteringen, die met 't laatste worden aangebracht.

Daarom schijnt 't'inij het beste, dat in de week samenkomsten met de gemeente worden belegd, waarin bij een eauserie over het rhythmisoh zingen de bedoeling daarvan óp het orgel wondt „geïllustreerd". De gemeenteleden moieten daarbij zelf in actie zijn. Nu eens wordt er gesproken, dan weer speelt de organist, 't zij één' regel, 't zij' een vers, O'i een beelen psalm, terwijl van tijd tot tijd de heele gemeente, ouider directe leiding, haar muzikale kracht beproeft. Indien - de organist zelf de igave van het woord in dië mate bezit, dat hij zijn bedoelin^g op juiste en pakkende wij'ze kan uiten, dan is dat het beste. Ik' weet uit ondervinding (n.l. het hooren van een geilluBtreerde speech van een mijner collega's bij de ingebr-uikname. van een gerestaureerd orgel) hoe de wederzijdsche waardeering daardoor ban stijgen len hoe daardoor een vruchtbare gedadhtenwisseling kan ontstaan. Voert een ander dan de onganist het woord, dan dient 'tiem; anid te zijin, die 'tin muzikaal opzicht volkomen met hem eens is. Dat behoeft niet juist de predikant te wteen. Kunnen plaatselijk geen geschilde krachten worden gevonden, dan misschien elders. Zoo kan 'ör tenminste een algemeene opvatting ontstaan over een belangrijlke kwestie', die alle kerken aangaat. Op zoo'n proefavond kan heel goed in broederlijken geest een bespreking gehouden worden. Alles hangt hier af van de leiding. Histouische en theoretische beschouwingen zouden tot een minimum beperkt moeiten worden, en de volle nadruk gelegd op de praotisohe moeilijkheden. Wanneer 'een bezwaar meteen psroefondervindelijk weerlegd 'kan worden, zijn we alweer een. eindje verder. En bij goeden op'ziet zal de gemeente zich heusch niet beklagen om den tijd aan zoo'n avond besteed. Bovendien, kan men op die manier te weten komen in hoeverre een gemeente jplaatselijk rijp is voor verandering. Er dient hier toch een grooit gevaar vermeden te worden. Sommigen n.l. willen met hun reformatie direictt veel te ver gaan. Zoio wil b.v. een. collega, die blijk geeft hefel veel voor zijn werk te voiölen, zoo goed als alle Dorische koralen opruimen (niet de Phrygiscihie), terwijl hij het pleit voert voor invoering van melodieën uit de Evangelische Gezangen en den Vervolgbundel. Hoe men hier ook over mjoge denken, 't blijft zaalc in de allereenste plaats te zien wat er zonder tegenwerking of beter nog, door proefname met volle medewerking van de gemeenteleden, werkelijk' spoedig bereikt kaïr worden. Voor heit einde van den weg bereikt is, zijn er noig heel wat stappen te doen. Laat de eerste er dan een zijn in de juiste richting, maar niet te groot. Daarom heb ik in mijn vorig artüvel ook zoo sberk' aangedrongen op aansluiting bij' het bekende. Zelfs het invoeren van een geheel nieuw'rhythme dun'kt mij dan, hoe radiiüaal het Imiddei oip 'tiaensltö gezicht moge schijnen, een niet te groote stap en naar den goeden kant, veipgelieken bij terugkeer naar het oorspronkelijke, dat anij een tei moeüijke - en bovendien verkeerde stap taescMjnt. Hier mag ik er misschien wel tevienis de aandacht op vestigen, dat volgens de methode door mij voorgestaan, niet gezongen wordt op heele en halve tonen, verhouding 2:1, maar even goed grooter verhoudingen voor-komen, b.v. 3:1. Ik heb trouwens mjeenen op te mei'ken, dat wie tracht volgens oorspronkelijk tihythnae te zingen, zich ook' 'niet houdt aan het hleel en half, m'aar vaak onbewTist de verhouding 3:1 invoert.

Thans .nog een enkel wo-ord over iets, dat m'e zeer verblijd heeft. In een van de mij' gezonden brieven las ik: „Zou het niet - mogelijk zijn, dat de-Ger'eform-eerde - organisten zich organiseere-n, voeling hou.den met elkander, zoodat, wanneer we mogelijk worden geadviseerd inzake Kerkgezang, tenminste ons uiten kunnen , al's één man? "

Van anderen weet ik, dat zij deze vraag eveneens gesteld hebben. Zelfs zijn er, die het organisatieviaagstu'k zóó hebb'an opgelost, dat zij zich a, angesloiten hebben bij een vereeniging, die ontkent, dat de belijdenis harer leden zelfs miaar eenigszins samenhiaaigt met haar wedi, en „wier streven geheel staat buiten - en boven de godsdienstige lavestie."

Er zij'n zooveel dingen, die wel eens ernstig onder de oogen gezien mochten worden van Gere. formeerd standpunt, dat m.i. organisatie ten zeerste gewenscht is. Niet om te kort te doen aan waardeering van het werk door een neutrale vereeniging verricht, — het goede daarin mag zelfs niet voorbijgezien — maar om'dat we als Gereformeerde organisten juist heel zeker weten, - dat onze grootste moeilijikheden alleen begrep'en kunnen worden door hen, die met ons op denzeifden grondslag staan. Wie onzer organisten dan ook gelooft, 'dat wij elkander bij' nauwer saamwerking tot zegen kunnen zijn 'en het stichten van een Bond van Organisten bij de 'Gerefo-rmeerde kerken om des geioofs wille, indien mogelijk, ook noodzakelijk acht, sture even een bew-ijs van insteniming m-et vermelding van functie en juist adres. Geve 'God, dat ieder - onzer voor het vervullen van zijn taak de kracht verwachte van Hem, die o-ok van 'muzikale gaven de Gever is, en geve Hij een diep besef van de verantwoordelijkheid, die het gebruik van dez-e gaven een ieder persoonlijk oplegt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 januari 1922

De Reformatie | 8 Pagina's

Daden.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 januari 1922

De Reformatie | 8 Pagina's

Bladeren