GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

De „structuur” van den modernen tijd.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De „structuur” van den modernen tijd.

7 minuten leestijd Arcering uitzetten

II.

Nadat we in een vorig artikel als kenmerkend voor onzen tijd de levens ver breed ing, die een bewustzijnsverenging tengevolge heeft, noemden, moeten we thans op een ander verschijnsel wijzen.

Bij de levensverbreeding is er namelijk een intuïtieve poging om zich aan de levens-verenging te ontworstelen.

Nu is het echter moeilijk om een standlpunt te kiezen, dat men niet bezit. Het is nu eenmaal zóó, dat we moeilijk bepaalde geestelijke kwaliteiten kunnen veinzen. Dit geldt vooral op 'het terrein van het ken-leven en van het wils-leven. Men kan moeilijk zeggen iets te weten wanneer men het niet bewijzen kan. Men kan nu eenmaal geen standpunt kiezen, waar men geen grond onder de voeten heeft.

Alleen één terrein maakt hier een uitzondering. Dat is het terrein van het gevoelsleven.

Fijngevoeligheid kan men altijd als een geestelijk bezit voorwenden.

Men kan doen alsof men fijn en teer tegenover de dingen staat. En zoo komt er een eigenaardig surrogaat van geestelijken adeldom; dat is een naar de mode-houding georiënteerde fijnheid van gevoel.

Deze fijnheid van gevoel moet dus dienst doen om gebrek aan andere objectieve en algemeen erkende oriëntatiepunten te maskeeren.

Als zoodanig Is deze zoogenaamde fijnheid zeer gemakkelijk. Immers men heeft bij deze fijnheid geen objectieve waardemeter. Daarenboven: ieder gevoelt, dat men ten opzichte van een gevoelsinstelJing nu eenmaal niet naar bewijzen kan gaan vragen. Bij dergelijke dingen is het geen kwestie van grond, maar een kwestie van ervaring.

En nu heeft de ervaring altijd iets subjectiefs.

Als iemand zegt, dat hij bij een hyper-moderne schilderij, die mij absoluut niet toespreekt, een diep ingrijpende schoonheidsbeleving heeft, dan moet ik' dat gelooven.

En daardoor wordt iemand dus met deze fijngevoeligheid gemakkelijk een autoriteit.

Psychologisch gezien is er nog iets, dat deze fijnheid van voelen zoo gemakkelijk tot een voorkeur-houding doet worden.

Het is dit:

Men behoeft veel minder gepreciseerd zijn maening te zeggen, wanneer men de gevoelsinstelling als norm aanneemt, dan wanneer men op zakelijke en principiëele gronden zijn houding bepaalt.

Men hoeft van een zaak op deze wijze niets af te weten, om toch te kunnen concludeeren, dat men het niet „fijn" vindt, of dat men het niet „teer" vindt.

Vooral op het erf van het Christelijk leven krijgt het objectieve, het voorwerpelijke, op deze wijze een groot manco aan waarde voor het innerlijk zijn. De objectieve openbaring, de dogmatische gegevens, de door God in Zijn wet voorgestelde ordeningen, — het wordt alles gezet in den hoek van de werktuigelijkheid, en van de koude, kille, gemechaniseerde betrekkingen. Men mag van de dingen iets weten of niet, men heeft op dia wijze a priori het recht om| er critiek op te oefenen.

In werkelijkheid heeft deze zoogenaamde fijnheid van gevoelen, die men als standpunt van waaruit men de dingen beoordeelt, propageert, de pretentie van een norm, die voorkomt uit een waarlijk teer geloofsleven. Men vergeet daarbij echter, dat normen hun oorsprong vinden buiten den mensch. Men vergeet, dat het Christendom altijd heteronoom is geweest, en dat deze fijnheid van gevoelen in werkelijkheid een soort autonomie van het schepsel beteekent.

Toch is van één en ander het gevolg, dat adle vorm van heteronoom leven in onzen tijd minder wordt geacht dan 'de heteronome wét het eischt.

Het tusschen-menschelijk contact gaat op die wijze vér uit boven de Kerk van Christus.

De saamhoorigheid van twee menschen, die eén van gevoelen zijn, is machtiger dan de eenheid der Kerk, die er is krachtens den Wil en het W o o r d van den Koning.

Dit alles nu lijkt zoo mooi, en zoo teer.

En juist omdat het zoo teer is, lijkt het zoo diep.

Want het is zoo innig immers.

Nu kan „innig" wel héél diep zijn, maar het allerdiepste dat het ooit bereiken kan is de diepte van den menschelijken geest. En dat — 'tis waar — is reeds een geweldige diepte.

Toch is het objectieve dieper.

Want, wie zich plaatst op het standpunt van het Woord, daalt daarmede af naar de diepten van Gods eeuwigen Wil. En daarbij is alle menschelijk© diepte een belachelijke poging om „als God te zijn".

Het kan trouwens ook niet anders.

Want de fijngevoeligheid, indien ze er is, zonder kennis, zonder spanning naar de onderwerping aan het objectieve, is in wezen een surrogaat voor de echte en eenig juiste distantiëering.

Distantiëering, dat is het gaan staan op een afstand om de dingen te zien in hun onderlinge betrekking en hun werkelijke waarde.

Als ik een huis moet zien, kan ik niet met mijn gezicht vlak tegen den voorgevel aan staan, maar dan móét ik mij op een afstand plaatsen.

Dat is de distantiëering: het *ich plaatsen op een vast punt, vanwaaruit men het geheel overziet.

Dat vaste punt ontbreekt zoo velen.

Hoe breeder het front wordt van het huis, waarover we spraken, hoe grooter de omvang wordt

van dat huis, hoe verder we van het huis af moeten, om het met onzen bhk te omvatten.

Daaruit yolgt, dat bij de levens verbreeding ook levensverdieping noodig is, om eenzelfden 'klaren blik te hehouden als onze vaderen hadden.

Alleen toch door vanuit grootere diepte het zooveel breedere leven te overzien, kan de mensch het alles, wat hij door de levensverbreeding ontving, klaar blijven genieten.

Maar dan moet inderdaad dezelfde van voorheen verdiept worden. grondslag

Aan een schijn verdi eping door gevoelig en bewogen te doen, zonder dat men klaar en duidelijk ziet, heeft men niets.

Naar het „klaar en onderscheiden gaat het verlangen van Gods kind uit. zien"

En „zien" is „weten".

En uit zulk een z i en, wordt f ij n z i nn i g h e i d, en uit zulk een fijnzinnigheid wordt de échte f ij n gevoeligheid geboren.

Bij deze fijngevoeligheid is men op zijn tijd bewogen en ontroerd: „O diepte des rijkdoms..."; maar bij deze fijngevoeligheid is men op zijn tijd ook haxd als staal: „al kwam er ook een engel uit den hemel, die het anders zeide, — die is V e r V10'e k t... "

Deze fijngevoeligheid is helaas niet steeds die, welke we vinden in de „structuur" van den modernen tijd.

J.W.

Reeds nu vrij houden.

-^ Reeds nu vrU Houden. Zoo God wil, zal de Vrije Universiteit op de dagen 20^ 21 en 22 October haar hajlve-eeuw-feest

vieren. Deze dagen zullen voor ons Gereformeerde volk dagen worden, waarop het God den dank brengt voor Zijn goedheid ons in onze Universiteit ge­

toond. Vele Gereformeerde broeders en zusters worden

die dagen in Amsterdam verwacht. En wie niet al de drie dagen kan, komt zeker, indien eenigszins mogelijk, op den Dinsdag (21 October). Dat is, naar het voorloopige plan, de dag van de openbare vergaderingen, waar onderscheiden

sprekers het woord zullen voeren.

Het officiëele programma zal wel spoedig komen. Nu zeggen we alvast: reeds nu die dagen „vrij

houden".

-^ Onze Jongelinpen. Als dit nummer van „De Reformatie" verschijnt, is „de toogdag" van onze Jongelingen weer voorbij, . - ,

voorbij, . - , De hoogtepunten van liet leven van onze Jeugdvereenigingen zijn de jaaxvergaderingen.

vereenigingen zijn de jaaxvergaderingen. Welk een blijdschap geeft het, ze telkens weer van heind' en veer te zien komen; welk een enthousiasme, welk een toekomstverwachting!

We danken onzen God er voor, dat Hij, waar de golfslag van een zee van ongeloof beukt tegen de kusten en kaden, afbreekt zoo menige beschermende wal, wegvreet zoo tallooze pallisadeering, tóch ons een schare jongelingen laat, die midden in de woeling van den tijd de hope vasthouden en den hoon niet achten; we danken den God des Verbonds voor deze duizenden, in welke Hij' Zijn Verbond bevestigt.

J. W.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 mei 1930

De Reformatie | 8 Pagina's

De „structuur” van den modernen tijd.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 mei 1930

De Reformatie | 8 Pagina's