GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

UIT DE SCHRIFT

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

UIT DE SCHRIFT

4 minuten leestijd

Wat weent gij? Joh. 20 : 15.

Paaschfeest.

De Opstanding van Jezus Christus uit ide dooiden is eenerzijds vol felle schittering. Hemelsch licht flitst omlaag, de schoot der aarde schokt, bliksemende engelengestalten verschijnen bij het graf; — de Opstanding vangt aan in ontzagwekkende majesteit.

En anderzijds is die Opstanding vol teederheid. Ze loopt uit in de vriendelijke verschijning van den verrezen Heiland'; en het eerste woord dat Hij spreekt, is een woord van deelneming in de ellende der menschheid, van toetreding op den nood en de smart die Hij aantreft. , een woord van liefde on hulpvaardigheid: — Wat weent gij?

Zoo is het beloop van Christus' En zoo is ook haar bedoeling. Opstanding.

Wat aan den Paaschmorgen geschiedde is een ontzaglijk werk van Goddelijke Icracht. Een werk waarm hemel en aarde ©n hel deelnemen, waarin het machtigste wonder gewrocht werd dat ooit werd gezien of gezien zal worden, waarin satan werd geboeid en weerloos gelegd aan de voeten van den Zoon des Menschen. Het zijn de indrukwekkende verschijnselen, die de Opstanding vergezellen, welke ons van deze dingen spreken.

Doch dit alles heeft tot bedoeling en resultaat, om aan de wereld een Koning en Herschepper te geven, die op haar toetreedt in haar ellende, die zicli in liefde en genade inlaat met haar smart, en die in het éérste woord dat Hij op den Paaschmorgen tot haar spreekt de heerlijke taak openbaart waartoie Hij opstond uit de dooden, — immers om aan de menschheid Ln haar tranen zich de machtige Levensvorst te beloonen, die sieraad geeft voor asch.

Wat weent gij?

Treffend woord bij het geopend graf van Christus.

Hef wijst ons de heillooze macht waaronder de menschheid gebukt gaat, en die door Christus in Zijn opstanding overwonnen werd, — de macht des dood s.

Het is de macht des doods, die de menschhedd den weg van lijden en geween deed opgaan, die haai' het graf dolf en de eeuwige rampzaligheid ontsloot. Dien dood wierpen wij ons in de arm.en toen wij van den God des Levens afvielen^ en die dood heerscht nu naar recht over ons. Hoeveel lijden, welk een stroom van tranen heeft die dood reeds doen uitbreken, gelijk hij heerscht op elk gebied; in de ziel, in het lichaam, in heel het bestaan en alle levensverhoudingen van mensch en menschheid. Het menschelijk geslacht gaat zijn weg van geklag en geween; het gansche schepsel zucht; en de historie der menschheid is de historie van haar smart.

Wat weent gij? — zoo vraagt de opgestane Christus.

Het is Zijn éérste woord.

Hel is Zijn Opstandingsvraag.

Het is het woord waarmee Hij vanuit het ontsloten graf de lijdende en zuchtende menschheid tegemoet treedt. Niet wijl Hij allerlei hulpmiddfel aanbrengt om dat lijden te verzachten en di© ellende te verlichten, — maar omdat Hij den oorsprong der ti-anen wegnam en de bron dieir ellende dempte; omdat Hij den dood overwon.

Daarom past die vraag bij het geopend graf. W'ant in dat graf droeg de Middelaai- den doodj als bezoldiging der zonde, ten einde toe; in dat graf greep Hij hem, die hot geweld des doo^ds had, namelijk den duivel, en ontnam hem zijn wapen; en uit de ontsloten spelonk tredenderoejjt Hij der mensclxheid verzoening met God toe, en onver der f el ijk Leven.

Indien wij nu maar waarlijk treuren.

Indien wij nu maar niet slechts bedroefd zijn en tranen storten over allerlei leed en kruis, dat ons in dit leven overkomt; maar in oprechthpijd weenen over den oorsprong van alle smart, OiVer den dood aan welken wij van nature onderworpen zijn; hierover weenen, dat wij uit onszelven God niet kennen, Hem missen, door onze zonden Hem vertoornd hebben, de macht des doods in ons hart gevoelen, en groote schuld voor God hebben.

Enindien wij maar waarlijk den Christus zoeken, gelijk Hij Zich op den Paaschdag openbaart; dte Levensvorst, , die de schatten aan Zijn kruis verworven, door de kracht Zijner Opstanding uitdeelt, opdat Hij alle tranen van do oogen zou afwisschen.

Dan wendt Hij op Paaschfeest Zijn aangezicht ook tot ons, met het! — W; at weent gij? En dan mogen wij, neergezonken aan Zijn voeten, gelooven dat m dezen veiTezen Middelaar alles voor ons is aangebracht dat onze droefheid in blijdschap kan veranderen, — verzoening en gerechtigheid, vrede, herschep'ping, eeumg leven.

En het zal feest zijn in onze ziel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 maart 1937

De Reformatie | 8 Pagina's

UIT DE SCHRIFT

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 maart 1937

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken