GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

EVEN PARKEEREN.

Bekijk het origineel

Bladeren
+ Meer informatie

EVEN PARKEEREN.

4 minuten leestijd

Eerherstel voor den Hemelvaartsdag.

Ouder d© Christelijke Feestdagen is.de Hemelvaartsdag „bij broederen laag geacht"! Niet alleen dat het kerkbezoek op dezen dag maar heel, beel matigjes is, maar het geloof is weinig met de centraio beteekenis van dezen glorieuzen gedenkdag bezig. Dit is een véég teeken!

Want de woorden der belijdenis: „Opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand Gods" zijn Juist van zulk een unieke beteekenis voor heel onze waardeeriug van dit aardsche leven. In deze belijdenis spreek ik uit: I k g e 1 o o f e e n w e r e 1 d Gods. Ik geloof een koninkrijk Gods! In het licht van deze belijdenis kunnen wij het leven niet meer in twee stukken knippen, maar is dit leven ons heilig land! Zoo hebben de apostelen het verslaan. De Paaschboodschap vond hen nog in droefheid en menigvuldigen twijfel, maar van den Olijfberg keerden zij weder met groote blijdschap. De unie van hemel en aarde door de hemelvaart lierstelcï, dat was voor hen niet een zin uit een preek, een formule uit een dogmatiek, maar dat was voor hen practijk der godzaligheid. Het: Ik met u, al de dagen! ging onmiddellijk bij de Hemelvaart in vervulling. Het woord van den Catechismus: Met Zijn Godheid, Majesteit, Genade en Geest wijkt Hij nimmermeer van ons! werd voor hen heerlijke reaUteit.

Onder ons is helaas een andere beschouwing opgekomen, die het etiket van bijzondere vroomheid heeft ontvangen. Die beschouwing heeft een dikke streep getrokken door „alle de dagen" en daarvoor ingevuld: „in mijn beste oogenbhkken"! Niet op de presentie van den Koning, maar op het gedisponeerd-zijn van den onderdaan werd alle nadruk gelegd. Zeker, men was zich dat niet bewust. Men blééf lezen uit den Catechismus: dat Hij in ons de hemelsche gaven uitgiet! Maar, wij gelóóven dat niet, broeders, neen, wij gelooven dat niet! Zoo gauw hetzelfde gezegd wordt in andere woorden, noemen wij zulk een spreker oppervlakkig. Ook stempelen wij hem wel als objectief. Hoogstens willen wij toegeven dat er weleens, sporadisch, een druppeltje van den hemel valt. Zie de practijk, roept men mij toe. Ja zeker, broeder, ik zie de practijk, ik zie met droeflieid, de ontzettende practijk van mijnj en uw ongeloof! Dat ongeloof, waarin wij — voorzooveel het aan ons staat — den band tusschen den Gezegenden Heere en Zijn Volk hebben doorgesneden. Ons ongeloof, waarin wij den Christus in den hemel ons ten goede daar, afhankelijk hebben gemaakt van de vroomheid van ons op aarde, Ons ongeloof, waardoor wij van Hemelsche werkelijkheden aardsche mogelijkheden hebben gemaakt. Ons ongeloof, waarin wij dat tot driewerf herhaald alle in des Konings troonrede niet hebben geboord. Onderwijst alle volken — hebben wij daar niet dikwijls van gemaakt: redt hier en daar een ziel? Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde — luidt onze lezing niet dikwijls zoo: Ik heb op aarde een spelonkje, een zaaltje, een kerkje? Toen moest dat troostvolle: al de dagen " met u! óók wel verbleeken.

O, niet alleen de nationaal-socialist heeft het mandaal van de kerk voor de aarde geloochend! Niet eerst de socialist heeft gezongen: mijn volk zal eigen Heiland zijn! Neen, de eerste die haar mandaat voor deze aarde verloochend heeft en daarmede Christus' Koningschap over de creatuur geloochend, het is de Gemeente, het zijn de geloovigen-zelven geweest. Alles werd op den hemel geschoven — wel verstaan op den hemel van het Idealisme, niet op dien hemel, waarin de Rijkstroon staat van den Christus-Koning. Alles werd op de ziel geschoven — maar niet op die ziel, waarin Christus de hemelsche gaven uitgiet! Van het apostolaat voor het leven, waarvan het machtige slot van het Marcus-evangelie gewaagt, werd weinig meer verstaan. Slangen zullen zij opnemen! sprak de Heere. Maar wij zeggen met een wijs gezicht: dit is een cobra en dat een boaconstrictor! Wij hebben hel duizenden malen onze tegenstanders voor de voeten geworpen: gij rekent niet met het feit der zonde! Zeker, wij hadden daarin recht. Maar ach, hoe kan de Gezegende Heere lot ons zeggen: gij rekent gansch en al niet met Mijn Verhooging! Wij hebben wel onzen Homelvaartspsalm. Daar v/ij op Hemelvaartsdag niet zoo vaak ter kerk gaan, zingen wij hem bij Zondag 18 en 19. Verhoogt o poorten nu den boog! Daarbij denken wij aan den hemel. Ik ben geen exegeet, maar de lezing van Psalm 24 doet mij aan gansch iets anders denken. Het is de psalm van de theocratie: de aarde is des Hééren! Daarom moeten de poorten van Jebus, de oeroude deuren van dien heidenschen burcht zich openen voor den Koning der Eere! Noordtzij teekent hierbij aan: Israël eischl den sterken Jebus-burchl op voor Zijn Almachtigen God. Heft dan uw hoofden op, gij poorten, ja verheft u, gij eeuwige deuren,

datd e Koning d ere e rein ga!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 mei 1938

De Reformatie | 8 Pagina's

EVEN PARKEEREN.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 mei 1938

De Reformatie | 8 Pagina's

Bladeren